Van The Exorcist en The Omen, over The Devils en Rosemary's Baby tot The Witch en Häxan: aan films met bezeten personages of over de Gehoornde Zelve is er nooit een gebrek geweest, maar zelden zijn die zo engelachtig, labiel en doorleefd als in Saint Maud.
...

Van The Exorcist en The Omen, over The Devils en Rosemary's Baby tot The Witch en Häxan: aan films met bezeten personages of over de Gehoornde Zelve is er nooit een gebrek geweest, maar zelden zijn die zo engelachtig, labiel en doorleefd als in Saint Maud. Het hoofdpersonage van Rose Glass' bejubelde debuutfilm is geen pokdalige freule die als een spin over de trap trippelt of een emmer groentesoep naar boven braakt. Het is een timide verpleegkundige die een traumatische gebeurtenis meemaakt in het ziekenhuis waar ze werkt, en vervolgens aan de slag gaat in de privésector als de verzorgster van een terminaal zieke dansdiva. Zorgen voor haar naasten is de roeping van de sociaal vereenzaamde Maud (met verve vertolkt door de Welshe actrice Morfydd Clark), al blijven haar emotionele wonden etteren en wordt haar toewijding aan de Heer en aan haar zondige patiënte, die de pijn verbijt met drank, drugs en lesbische liefde, almaar fanatieker. Voor de slechte verstaander: Saint Maud is géén hollywoodiaanse horrortrip die je om de vijf minuten op een jump scare trakteert. Het is in de eerste plaats een sfeervol in beeld gezette karakterstudie over een jonge vrouw die kampt met trauma's en innerlijke demonen. Bovendien is de belager van dienst dit keer niet de duivel, maar wel God. Die eist kennelijk zoveel van de vrome Maud dat ze zichzelf verminkt en voor hem opoffert, desnoods ook lijfelijk. 'Iemand zei me: Maud is de vrouwelijke Travis Bickle', aldus Rose Glass, die met Saint Maud genomineerd is voor de BAFTA Awards voor beste Britse film en beste debuut van het voorbije jaar, maar haar prijsbeest in België rechtstreeks op dvd en VOD ziet uitkomen. 'Toen ik de film schreef, heb ik niet echt aan Martin Scorsese's Taxi Driver gedacht, maar ik snap de referentie wel. Ik wilde niet per se iets over religie maken, of over zelfopoffering, maar wel over een psychische aandoening, over iemand die stemmen in haar hoofd hoort. Ik kan me weinig ergers voorstellen dan opgesloten zitten in je eigen hoofd. Travis Bickle is ook een loner die aan posttraumatische stress lijdt en zich als een engel over iemand wil ontfermen, tot hij last krijgt van een jezuscomplex en volledig doorslaat. Bovendien is Saint Maud minstens evenveel psychodrama en milieuschets als horrortrip. Wie Saw 10 verwacht, zal bedrogen uitkomen. Het verschil is wel: Travis woont in de metropool New York, Maud in Scarborough. Dat is zo'n typisch Brits kuststadje dat Morrissey zou omschrijven als 'a coastal town that they forgot to close down'.' Met zijn grauwe gebouwen, fletse restaurants en afgeleefde pretparken is Scarborough inderdaad haast een personage op zich. Rose Glass: Het is een badstad waar de spoken van een kleurrijk en roemrijk verleden in ronddolen, waar melancholie en geforceerde vrolijkheid hand in hand gaan. Ik ben altijd al gefascineerd geweest door Engelse kuststadjes, omdat je er om de een of andere reden meer excentriekelingen of mensen met littekens vindt dan elders. Alsof ze er vanuit het binnenland zijn aangespoeld. Ik vond dat Maud wel in zo'n mysterieuze en tegelijk marginale omgeving zou passen. Heb je Maud gebaseerd op een of andere heilige die goddelijke visioenen kreeg? Glass: Het is pas na de release van de film, toen mensen me vroegen of Maud soms een hedendaagse versie van Theresia van Ávila is, dat ik me in al die verhalen over vrouwelijke heiligen en martelaressen ben gaan verdiepen. Misschien maar goed dat ik het niet eerder heb gedaan, want die verhalen zijn vaak nog hallucinanter en kinkyer dan mijn film. Wie weet was ik wel in de verleiding gekomen om er een schepje bovenop te doen, terwijl de climax van Saint Maud voor sommigen nu al too much is. Ik heb wel gedacht aan Jeanne d'Arc, van wie sommige historici beweren dat ze leed aan epilepsie, wat een verklaring zou kunnen zijn voor de visioenen die ze kreeg en de stemmen die ze hoorde. Eigenlijk heb ik bij Maud vooral aan Fjodor Dostojevski gedacht. Die had ook vaak dubbelzinnige karakters die zich uitten via innerlijke monologen, en die arrogantie met zelfhaat combineerden. Ben je zelf gelovig of religieus opgevoed?Glass: Ik ben niet religieus, maar mijn opa was dominee en ik ging naar een katholieke meisjesschool. Als kind was ik al geïntrigeerd door al die Bijbelse taferelen van marteling, pijn en flagellatie. Vooral het katholicisme, met zijn obsessie voor zonde, schuld en boetedoening, bulkt ervan. Het is misschien wel de meest voyeuristische, fetisjistische en cinematografische religie van allemaal, zeker als je naar al die vlezige, bloederige barokschilderijen kijkt. Destijds vond ik het allemaal behoorlijk maf, zeker als braaf en gezond sceptisch meisje, maar als filmmaker komt mijn katholieke opvoeding goed van pas. (lacht)God verschijnt aan Maud onder meer in de hoedanigheid van een kakkerlak. Was je niet bang om op lange religieuze tenen te trappen? Glass: Ach. Er zijn heus wel andere zaken om aanstoot aan te nemen. Als je je al beledigd voelt door zoiets onnozels dan ligt het probleem vooral bij jou, denk ik. Ik wilde absoluut humor in Saint Maud. Oorspronkelijk was het zelfs geeneens de bedoeling dat het een horrorfilm zou worden. Toen ik het scenario schreef, glipten die genre-elementen vanzelf binnen omdat ik begreep dat horror een dankbare dekmantel is om ernstige onderwerpen te behandelen en toegankelijk te maken. Horror is altijd al geschikt geweest om op een metaforische manier serieuze dingen aan te kaarten, of om de tijdgeest te vatten. Dat maakt het genre zo universeel en psychoanalytisch. Het horroraspect was dus geen commerciële noodzaak? Ari Aster, de regisseur van Hereditary en Midsommar, zei me eens: 'Eigenlijk wil ik gewoon psychodrama's in de stijl van Ingmar Bergman maken, maar als ik er geen horrorsaus overheen giet, krijg ik mijn projecten niet gefinancierd.'Glass: Ik vind Ari een geweldige regisseur, en ik snap wat hij bedoelt, want het enige dat in de bioscoop tegenwoordig nog scoort zijn superhelden- en horrorfilms. Ik kreeg gelukkig heel veel artistieke vrijheid van mijn producenten en van het British Film Institute. Bij mij was het horrording ook meer een spielerei, het verkennen van nieuw territorium. Over Ingmar Bergman gesproken: zijn God-trilogie - Als in een donkere spiegel, De stilte en De avondmaalgasten - was een van de voornaamste inspiratiebronnen voor Saint Maud. Er zitten zelfs meerdere knipogen in naar die films. Méér dan naar Taxi Driver, Rosemary's Baby, Carrie en The Exorcist in elk geval, de referenties die nochtans het vaakst genoemd worden. Als ik al een God heb, dan is het Ingmar Bergman. Huiverfilms geregisseerd door vrouwen met vrouwelijke hoofdpersonages zijn zeldzaam, al duiken er de jongste jaren wel meer op. Glass: Klopt. Maar er duiken sowieso meer interessante films van vrouwelijke regisseurs op, wat ik uiteraard toejuich. Cinema is te lang een mannenclubje geweest. Alleen vraag ik me soms af of het wel nodig is om alles in gendertermen uit te drukken. Vrouwelijke horror: wat betekent dat in vredesnaam? Heeft een film dan een geslacht? (lacht) Ik lees her en der artikels over 'de nieuwe, vrouwelijke horrorgolf'. En dan vernoemt men mij, Jennifer Kent van The Babadook, Julia Ducournau van Grave en nog een paar anderen. Het is fijn om naast die regisseurs geplaatst te worden, en ik ben trots dat mijn debuut goed onthaald wordt, maar ik zou het vreselijk vinden om extra aandacht te krijgen gewoon omdat ik vrouw ben en omdat diversiteit tegenwoordig - terecht - een hot topic is. Ik wil beoordeeld worden op basis van mijn kwaliteiten, niet op basis van mijn geslacht. Saint Maud gaat ook niet over vrouw zijn, of over vrouwen in het algemeen. De film gaat over een specifieke vrouw, die is bedacht door een specifieke vrouw. Saint Maud verdient hoe dan ook veel aandacht. Ik kan me voorstellen dat je inmiddels al telefoontjes vanuit Hollywood gekregen hebt. Glass: Dat kan ik niet ontkennen, maar helaas vooral om dingen als Saw 10 te regisseren. (lacht) Begrijp me niet verkeerd: ik ben blij met de interesse, en ik heb voorlopig alles heel erg beleefd en diplomatisch afgewimpeld. Want ik ben nog jong, het is allemaal nieuw voor mij en ik wil geen bruggen opblazen. Alleen stippel ik liever mijn eigen parcours uit dan nu snel even een goedbetaalde franchisefilm waar ik weinig voor voel in te blikken. Ik voel me ook helemaal geen horrorregisseur. Ik heb wel altijd van genrewerk en fantasy gehouden, van dingen met een hoek af die iets donkers, desoriënterends of surrealistisch hebben, zoals de films van David Cronenberg, David Lynch of Lars von Trier. Het succes van Saint Maud heeft me die ruimte gegeven. Ik ben momenteel een nieuwe film aan het schrijven, maar ik ben er nog niet uit wat het precies wordt. Misschien wel iets doodserieus en diep gekwelds à la Ingmar Bergman. Ik wil er mijn tijd voor nemen, want ik ben enorm beducht voor het bedriegerssyndroom. Saint Maud wordt geweldig onthaald, maar ik besef als geen ander dat ik geluk heb gehad, in de eerste plaats met mijn fantastische cast en crew, maar ook met het onderwerp, met de tijdsgeest, met de kansen die vrouwelijke regisseurs nu krijgen. Al die dingen moeten meezitten. Saint Maud kwam hier en daar uit in de cinema, maar zal wegens de coronacrisis zijn publiek vooral online moeten vinden. Hoe hard en hoe vaak heb je daarover al gevloekt? Glass: Héél hard en héél vaak. (lacht) Zoals elke filmmaker die hetzelfde lot moet ondergaan. Maar goed: het afgelopen jaar hebben we geleerd dat er ergere dingen zijn. Uiteraard heb ik de film gemaakt voor het grote scherm, en horror - dat gaat over angsten delen en bezweren in het gezelschap van anderen - is bij uitstek een genre dat gebaat is bij een theatrale ervaring. Op een laptop ziet The Exorcist er toch net iets minder akelig uit dan op een groot scherm. Plus: als je de spanning niet verdraagt, kun je de computer altijd dichtklappen. Daarom ben ik ook niet zo pessimistisch wat de toekomst van cinema betreft. Natuurlijk heeft de pandemie voor verschuivingen gezorgd, en in de toekomst zal er vast nog meer gestreamd worden, maar de crisis herinnert er ons ook aan hoe wezenlijk het is voor mensen om collectief verhalen te beleven. Geen virus zal de bioscoopervaring ooit kunnen uitwissen. In de slotscène blijkt God zowaar Welsh te spreken. Waar heb je dat idee vandaan? Glass: Het is de stem van Morfydd Clark, maar dan bewerkt en verlaagd. Veel dingen in Saint Maud zijn ingevingen van het moment. Ik worstelde met de eindscène en wist niet goed welke taal ik God zou laten spreken. Grieks, Hebreeuws, Aramees? Je denkt in eerste instantie aan dat soort Bijbelse talen. Tot ik Morfydd, die Welsh is, tussen de takes door hoorde bellen met haar zus. Zelfs wij Engelsen begrijpen er geen snars van, aangezien het een oude, Keltische taal is. Het klonk zo onaards, alsof ze écht bezeten was geraakt door een demon. Maar blijkbaar ging het gesprek gewoon over koetjes en kalfjes. Toen wist ik het zeker: God is een Welshman. (lacht)