Een vinger in zijn rectum, een kogel door zijn keel en verschillende kleuren haarverf: de personages die Robert Pattinson vertolkt sinds hij het Twilight-universum heeft verlaten hebben al heel wat te verduren gekregen. En toen moest Good Time, zijn samenwerking met de, volgens sommigen licht geniale, volgens anderen licht gestoorde Safdie-broertjes nog komen. Dat opperbeste overvallersdrama heeft hem nu al de lof van dierenrechtenorganisaties opgeleverd. PETA, de Amerikaanse tegenhanger van Gaia, feliciteerde Pattinson omdat 'echte mannen geen honden aftrekken'. In een niet-gebruikte scène van Good Time moest Pattinsons personage dat namelijk doen, en in de talkshow Jimmy Kimmel Live! had R-Patz gesuggereerd dat de regisseurs hem ertoe hadden aangezet om dat zonder prosthetische 'red rocket' te doen, wat hij weigerde. 'De regisseur zei: "Doe het echt, man! Don't be a pussy!" En de eigenaar van de hond: "Wel, het is een fokhond. Ik bedoel, je zou het kunnen doen. Masseer gewoon de binnenkant van zijn dijen."' Later liet Pattinson weten dat het blijkbaar niet duidelijk was dat zijn uitspraak als grap bedoeld was.
...

Een vinger in zijn rectum, een kogel door zijn keel en verschillende kleuren haarverf: de personages die Robert Pattinson vertolkt sinds hij het Twilight-universum heeft verlaten hebben al heel wat te verduren gekregen. En toen moest Good Time, zijn samenwerking met de, volgens sommigen licht geniale, volgens anderen licht gestoorde Safdie-broertjes nog komen. Dat opperbeste overvallersdrama heeft hem nu al de lof van dierenrechtenorganisaties opgeleverd. PETA, de Amerikaanse tegenhanger van Gaia, feliciteerde Pattinson omdat 'echte mannen geen honden aftrekken'. In een niet-gebruikte scène van Good Time moest Pattinsons personage dat namelijk doen, en in de talkshow Jimmy Kimmel Live! had R-Patz gesuggereerd dat de regisseurs hem ertoe hadden aangezet om dat zonder prosthetische 'red rocket' te doen, wat hij weigerde. 'De regisseur zei: "Doe het echt, man! Don't be a pussy!" En de eigenaar van de hond: "Wel, het is een fokhond. Ik bedoel, je zou het kunnen doen. Masseer gewoon de binnenkant van zijn dijen."' Later liet Pattinson weten dat het blijkbaar niet duidelijk was dat zijn uitspraak als grap bedoeld was. Waar R-Patz voor de Safdies wél allemaal toe bereid was, was zonder hondenhandspel anders ook al niet mis. Het mag sowieso ongebruikelijk heten dat een Hollywood-A-lister met meer dan 100 miljoen dollar op de bank in zee gaat met twee broertjes uit New York die tot dan toe alleen nog maar met microbudgetten gedraaide straatfilms over junkies hadden gemaakt, films die Pattinson niet eens had gezien. Een still uit hun verslavingsdrama Heaven Knows What (2014) volstond om de Safdies te bellen met de boodschap dat hij absoluut op een set wilde staan waar de energie hing die hij zich bij die foto voorstelde. En laat energie nu net het sleutelwoord zijn van Good Time, een verhaal over een door verschrikkelijk amateurisme mislukte bankoverval, waarin Pattinson een van de verschrikkelijke amateurs speelt. Zijn personage Connie Nikasis een marginale boef die zijn mentaal gehandicapte broer uit de gevangenis probeert te krijgen nadat hun net gestarte misdaadcarrière nogal letterlijk in hun gezicht is ontploft. Good Time lijkt wel Speed (1994) maar dan met Pattinson als de bus zonder remmen. Het voormalig tieneridool levert een nerveuze en intens lichamelijke performance als een straatwijze outlaw on the run die continu levensbelangrijke beslissingen moet nemen. Lichamelijkheid is een constante in de post-Twilight-carrière van de inmiddels 31-jarige acteur. De man die destijds te lui was om een sixpack in stand te houden - en toegaf dat zijn buikspieren in de laatste twee Twilight-films digitaal waren toegevoegd - gooit almaar vaker zijn lichaam in de strijd om aan zijn status van tieneridool te ontsnappen. Nu is Pattinson lang niet de eerste acteur die zijn credibiliteit na een reeks populaire maar kritisch minder goed ontvangen films probeert op te krikken door zijn faam aan indieprojecten te linken. Het is dat de achternaam Pattinson zich niet zo makkelijk met het woord renaissance laat combineren, anders was er, in navolging van de 'mcconnaissance' van Matthew McConaughey, nu vast al sprake geweest van een 'pattinsance'. Het verschil met de ster uit Killer Joe (2011), Magic Mike (2012) en Interstellar (2014) is dat Pattinson zich in zijn kruisweg van Hollywoodroyalty naar karakteracteur niet met één fysieke transformatie, zoals McConaugheys ziekelijke doch Oscarwinnende Dallas Buyers Club-dieet, maar met een hele rist lichamelijke hoofd- en bijrollen in het vizier van menig vermaard regisseur speelde. De eerste keer dat Pattinson op die manier wist te verrassen, was nadat flauwigheden als Water for Elephants (2011) en Bel Ami (2012) hadden aangetoond dat niemand hem zou aanvaarden in een romantische hoofdrol waarin hij geen vampier aan de zijde van Kristen Stewart is. Enter de zieke fantasie van Canadees cultfilmer David Cronenberg, die de acteur wist te strikken voor zijn adaptatie van Don DeLillo's Cosmopolis en hem in een legendarische scène een anaal prostaatonderzoek (googel de vakterm 'rectaal toucher') liet ondergaan. Wat kwijnende meisjesharten daarna definitief brak, was dat R-Patz zijn kritische succes niet verzilverde met nieuwe hoofdrollen in romantische puberprullen maar wel met een bijrol als een zwakzinnige loser (die een kogel door de keel kreeg) in David Michôds postapocalyptische suspensedrama The Rover (2014). Een rol die hij opvolgde met een nog kleiner rolletje (met geverfde haardos) in Cronenbergs Hollywoodsatire Maps to the Stars (2014). Sindsdien kiest Pattinson doelbewust voor uitdagende maar gerenommeerde regisseurs. Het is een filmcritici omzeilende tactiek die hij zelf ooit fraai omschreef als: 'If you want to shit on me, you're gonna have to shit on your heroes.' Want het zijn die gerespecteerde filmhelden - namen als Werner Herzog, Anton Corbijn en James Gray - die zich maar al te bereid tonen om met de voormalige vampier op een filmset te staan. Die strategie lijkt te werken want zelfs de paar keer dat de herboren acteur de laatste jaren in een minder goed ontvangen film opdook, werd het hem in de vakpers niet aangewreven. Er viel hem ook niks te verwijten want wie had nu gedacht dat wacky Werner Herzog met het Nicole Kidman-vehikel Queen of the Desert (2015) plots een doodbrave en ongeïnspireerde biopic zou maken over ontdekkingsreizigster Gertrude Bell? Of dat Anton Corbijn zich voor zijn James Dean-verhaal Life (2015) zo zou vergissen dat hij Dane DeHaan castte als de al te jong gestorven Hollywoodlegende? Nu lijkt Robert Pattinson ook niet bepaald als twee druppels water op fotograaf Dennis Stock, in wiens huid hij kroop, maar van die man wist tenminste niemand hoe hij eruitzag. Pattinson blijft hoe dan ook koppig de ingeslagen indieweg volgen, voor het geld hoeft hij het toch niet meer te doen. En of het nu hoofd- of bijrollen zijn, lijkt hem nog steeds niet heel erg te boeien want in The Childhood of a Leader (2015), Brady Corbets studie naar de oorsprong van het kwaad, staat zijn naam pas als vierde op de affiche, na net iets minder vertrouwd in de oren klinkende namen als Bérénice Bejo, Liam Cunningham en Stacy Martin. En voor James Grays intense jungledrama The Lost City of Z (2016) verstopte Pattinson zich niet alleen achter een Leopold II-waardige baard, maar ook in een bijrol, hoewel hij duidelijk meer talent heeft dan Sons of Anarchy-ster Charlie Hunnam, die de hoofdrol vertolkte. En wie even een blik werpt op het genadeloze productie- en promotieschema waar Pattinson zich de komende maanden en jaren aan zal onderwerpen, ziet dat de acteur definitief de door hem geprefereerde plaats heeft gevonden in de filmindustrie. Met een atypische western (Damsel), een adaptatie van de briljante redneckschrijver Donald Ray Pollock (The Devil All the Time) en samenwerkingen met Joanna Hogg (The Souvenir) en Claire Denis (High Life) in het vooruitzicht lijkt 's mans carrièreswitch naar serieuze acteur ook voor de afzienbare toekomst verzekerd. Pattinson heeft altijd beweerd dat hij wist dat het tien jaar zou duren om na Twilight zijn credibiliteit als acteur opnieuw te heroveren maar met Good Time is zijn transformatie van tieneridool naar gerespecteerd acteur rond en aangezien The Twilight Saga: Breaking Dawn - Part 2 pas in 2012 in de zalen liep, ligt de prille dertiger ruim vijf jaar voor op schema. En echte filmliefhebbers zijn, tien jaar nadat Edward Cullen voor het eerst begerig naar de bleke nek van Bella Swan zat te staren, eindelijk robsessed.