TRUMAN CAPOTE WILDE ZÉLF DE HOOFDROL IN BREAKFAST AT TIFFANY'S
...

Breakfast at Tiffany's is de film die al zestig jaar lang meisjeskoten verzekert van minstens één gedecoreerde muur. Het is de film die Moon River de muziekgeschiedenis binnenleidde. Het is de film die van de little black dress een ding maakte. En dat is allemaal aan één vrouw te danken: Audrey Hepburn. Weinig rollen die zo iconisch zijn als haar vertolking van Holly Golightly, het meisje met de paarlen ketting. Een lichtpunt in de filmgeschiedenis. Een toonbeeld van tijdloze klasse. Of zoals Truman Capote, de schrijver van de gelijknamige novelle, het destijds verwoordde: 'Ze was om te kotsen.' Dat is geen stilistische overdrijving. Dat is een citaat. 'She made me want to throw up.' Sowieso was Capote niet geweldig opgezet met de film. De scenaristen hadden zijn wrange novelle gereduceerd tot een zeemzoet liefdesverhaal en zijn grimmige einde geschrapt. Maar het was vooral de casting waar hij een probleem mee had. Anders dan de rest van de wereld vond Capote de keuze voor Audrey Hepburn 'een complete miscast'. Hij had het boek geschreven met Marilyn Monroe in het achterhoofd - die ook gevraagd was voor de rol, maar paste omdat ze geen 'dame van de nacht' wou spelen. Hepburn, een non met een goed kapsel, was in zijn ogen geen waardige vervangster. En dan was er nog dat andere ding. Ook voor de mannelijke hoofdrol had Capote iemand in gedachten. Zichzelf, met name. Hij meende dat. Het was pas nadat de producers, die niet doorhadden dat het geen grap was, hem verteld hadden dat de rol 'niet goed genoeg' was voor hem, dat hij inbond. 'Yeah, you're right. I deserve something more dynamic.' Heel spijtig dat hij nooit heeft kunnen horen wat Deep Blue Something met zijn boek heeft gedaan. Een verhaal dat u misschien al kent. Saving Mr Banks, een Tom Hanks-film uit 2013, heeft de twist tussen Walt Disney en P.L. Travers namelijk al eens in een film gegoten. Disney, die zijn kinderen beloofd had om een film te maken van hun lievelingsboek, deed er dertig jaar over om toestemming te krijgen van P.L. Travers, de ietwat norse schrijfster, die vervolgens de hele productie lang dwars ging liggen. Pas op de première draaide ze bij: ontroerd door wat Disney met haar verhaal gedaan had, begon ze te huilen en bedankte ze Walt. Fantastisch verhaal. Alleen jammer dat het niet waar is. P.L. Travers huilde wel degelijk tijdens de première. Maar dat was niet van ontroering. Ze huilde uit pure razernij. Travers' mening over Mary Poppins leest als een filmrecensie door Alexandra Colen. Ze haatte de jolig geanimeerde pinguïnscènes. Ze haatte de sentimentele Julie Andrews. Ze haatte uitgevonden woorden als 'supercalifragilisticexpialidocious'. Ze haatte het Britse accent van Dick Van Dyke. Ze haatte het dat Laurence Olivier en Richard Burton niet gevraagd waren. En vooral: ze haatte alle nummers die de Sherman Brothers voor de film geschreven hadden. Zelf had ze graag gehad dat men victoriaanse standards gebruikt had. Toen ze dat - met tranen in haar ogen - na de première aan de producers ging vertellen, kreeg ze te horen dat 'de boot al vertrokken is'. Travers was zo woest dat ze Disney nooit nog een vervolg op de film liet maken én in haar testament liet stipuleren dat ook na haar dood de Sherman Brothers nooit nog een song mochten schrijven die op haar boek gebaseerd was. Of zoals Saving Mr Banks het samenvatte: eind goed, al goed. Niet dat schrijvers enkel om ridicule redenen hun verfilmingen haten. Soms hebben ze gewoon ook gelijk. Neem nu Lois Duncan, die in 1974 de young-adultsuspenseroman I Know What You Did Last Summer schreef. In oktober 1997 ging ze naar de bioscoop om naar de verfilming van haar eigen boek te kijken. Na een minuut of tien zag ze hoe een gemaskerde seriemoordenaar met een ijshaak de keel van een tiener oversnijdt, terwijl het bloed in het rond spuit. Het bleek de eerste moord in de film. Zodra Duncan de zaal had verlaten, belde ze haar familie met de waarschuwing om in geen geval naar de film te gaan kijken. Daar had ze haar redenen voor. Vooreerst was I Know What You Did Last Summer niet bepaald een getrouwe verfilming. Het boek ging over een groep tieners die na een dodelijk ongeval vluchtmisdrijf plegen en een jaar later, wanneer er een mysterieus briefje opduikt, verscheurd worden door dat geheim. Figuurlijk verscheurd, bedoelen we dan: in het boek zat geen ijshaak en geen seriemoordenaar. Wat ook de bedoeling was: Duncan schreef de roman precies om tieners literatuur te verschaffen zonder gratuit geweld. Maar er was vooral een andere reden. Enkele jaren voor de film uitkwam, was Duncans achttienjarige dochter door het hoofd geschoten door een onbekende moordenaar. Dat was geen geheim: met Who Killed My Daughter? had ze zelfs een volledig boek geschreven over de nooit opgehelderde moord en het onverwerkte trauma. Om dan met die informatie in het achterhoofd een bloedspuitende tienerslasher te maken van haar roman, is één ding. Om de schrijfster dat pas te laten ontdekken in de bioscoop zelf, is een ander. 'Smakeloos', was het woord dat Duncan gebruikte. Wij hadden voor 'zakkig' geopteerd.We waren zelf ook verbaasd toen we het ontdekten, maar Death Wish is wel degelijk op een boek gebaseerd. In 1972 schreef Brian Garfield een verhaal over een vader die er niet in slaagt de moord op zijn vrouw en de verkrachting van zijn dochter te verwerken. In een ultieme poging om opnieuw controle te krijgen over zijn leven koopt hij een pistool en trekt hij - in de laatste vijftig pagina's van het boek - de straat op om zich te wreken. Als u nu aan Taxi Driver denkt, dat was ook min of meer wat Garfield in gedachten had: een moreel gelaagde, links georiënteerde analyse van onmacht en wraakgevoelens. Het werd een vigilantefilm met Charles Bronson. Baseline: 'He's judge, jury and executioner!' Dat is alsof je Brokeback Mountain schrijft en vervolgens Bareback Mountain: Riding the Ranch Hand te zien krijgt: min of meer hetzelfde verhaal, maar een distinctief verschil in focus. En toon. Death Wish was zo rechts dat het Dirty Harry reduceerde tot een knuffelfilm. Filmcriticus Roger Ebert noemde het 'de grootste reclamecampagne die de National Rifle Association ooit gekregen heeft'. Er gaan zelfs stemmen op dat de film eigenhandig het debat over gun control in de VS deed verstommen. Garfield was zo boos over de film dat hij een opvolger schreef: Death Sentence. Het verhaal van een seriemoordenaar die de werkwijze van de vigilante uit Death Wish kopieert, enkel om een dekmantel te hebben voor zijn sadistische monsterlijkheden. Heel zeker zijn we niet, maar we geloven dat de baseline 'Fok jou, Hollywood!' was.