Er zijn geen zekerheden meer. Behalve dat Jérémie Renier elk jaar in een goeie film of twee opduikt. Straffer nog, dat doet hij eigenlijk al zo'n kwarteeuw, sinds hij in 1996 als puber debuteerde in La promesse, de eerste klassieker van de broers Dardenne. Dit jaar, op zijn veertigste, halen zelfs drie kleppers de bioscoop. Met zijn vertolking van een gendarme die een suïcidale boer wil redden in Xavier Beauvois' Albatros maakt hij onlangs al indruk op de Berlinale. Dit najaar speelt hij de hoofdrol in L'ennemi. Die film van Brussels regisseur Stephan Streker vertoont sterke gelijkenissen met de zeker in Franstalig België fel gemediatiseerde moordzaak omtrent voormalig Ecolo-politicus Bernard Wesphael, die in 2013 aangehouden werd op verdenking van moord op zijn vrouw maar drie jaar later vrijgesproken werd. 'Het is geen documentaire over die zaak,' legt Renier uit, 'maar eerder een metafysische film over de hellevaart van een politicus die alles verliest: de liefde, het verstand, zijn menselijke waardigheid...'
...

Er zijn geen zekerheden meer. Behalve dat Jérémie Renier elk jaar in een goeie film of twee opduikt. Straffer nog, dat doet hij eigenlijk al zo'n kwarteeuw, sinds hij in 1996 als puber debuteerde in La promesse, de eerste klassieker van de broers Dardenne. Dit jaar, op zijn veertigste, halen zelfs drie kleppers de bioscoop. Met zijn vertolking van een gendarme die een suïcidale boer wil redden in Xavier Beauvois' Albatros maakt hij onlangs al indruk op de Berlinale. Dit najaar speelt hij de hoofdrol in L'ennemi. Die film van Brussels regisseur Stephan Streker vertoont sterke gelijkenissen met de zeker in Franstalig België fel gemediatiseerde moordzaak omtrent voormalig Ecolo-politicus Bernard Wesphael, die in 2013 aangehouden werd op verdenking van moord op zijn vrouw maar drie jaar later vrijgesproken werd. 'Het is geen documentaire over die zaak,' legt Renier uit, 'maar eerder een metafysische film over de hellevaart van een politicus die alles verliest: de liefde, het verstand, zijn menselijke waardigheid...' Maar eerst is hij te zien in Slalom, een alp van een arthousefilm. De Franse regisseuse Charlène Favier castte Renier daarin als Fred, een voormalige skikampioen. En dan vergrijpt Fred zich aan Lyz, een vijftienjarig toptalent van wie hij de coach is. Favier broedde op de filmschool al op een verhaal over een coach die een atlete misbruikt, lang voor de recente schandalen in de turn- en skiwereld. Maar je kunt de actualiteit moeilijk wegdenken als je Slalom ziet. Jérémie Renier: Het is géén autobiografische film maar Charlène weet wel waarover ze spreekt. Ze was een getalenteerde skister en de relatie met een van haar trainers was zeer ingewikkeld. Die man ging te ver. Voor de details moet je bij haar aankloppen maar ze is vertrokken van wat ze goed kent voor een fictiefilm die het debat hopelijk opentrekt. De skicoach die jij vertolkt, overschrijdt ontegensprekelijk de grens. Mogen we hem een roofdier noemen? Renier: Dat is een delicaat onderwerp, zeker voor een man in een interview in MeToo-tijden. Slalom probeert het debat zoals gezegd open te trekken, in plaats van het in de kiem te smoren door alles op te delen in goed of slecht. Niemand wint erbij als je Fred een roofdier noemt. Ook hij is een mens, een complexe man met neuroses, blessures, emoties en onvervulde verlangens. Op een gegeven moment verliest hij de controle over zichzelf en gaat hij ontegensprekelijk over de schreef. Maar het is te simplistisch om over beul en slachtoffer te spreken. Slalom kiest voor het standpunt van skitalent Lyz. Zij mist van alles - erkenning, liefde, ouderlijke aandacht... - en is ontzettend ambitieus. Het scenario is complex en bestudeert haar noden en verlangens. Het gaat om veel meer dan een misbruiker veroordelen. Vorige keer vertelde je ons dat je geen enkel probleem hebt met naaktscènes. Wat met de verkrachtingsscène in Slalom? Renier: Zo'n scène ligt tegenwoordig inderdaad véél gevoeliger. Met het fysieke zat ik niet in. Ik heb geen schrik om naakt voor de camera te staan. Maar ik maakte me wel grote zorgen om die scène. Wat moet ze voorstellen? Wat drukt het beeld uit? Ik wilde me achteraf niet voelen alsof ik in de val gelokt was. Charlène, actrice Noée Abita en ik hebben grondig en lang over die scène gediscussieerd zodat niemand voor verrassingen kwam te staan. Heb je geaarzeld om de rol van klootzak te aanvaarden? Renier: Ik heb me niet afgevraagd hoe het publiek zou reageren. Ik heb me wel afgevraagd of ik het kon maken om die man te spelen. Ik ga totaal niet akkoord met wat Fred doet maar om hem te kunnen spelen moet ik wel érgens een ingang vinden, een manier om er meer van te maken dan een misbruiker, verkrachter of psychopaat. Dat ís heftig. Maar ik vond dat ik op mijn tanden moest bijten. Fred gebruikt en manipuleert zijn omgeving. Hij gaat heel ver om zijn leerlingen op een hoger niveau te krijgen en heeft ze in zijn greep. Met dat stukje is niets mis. Om een grote kampioen te worden moet je jezelf overstijgen en moet je kunnen afzien, maar misbruik is misbruik en je mag geen mensen kwetsen. Dat staat buiten kijf. Ben je als acteur ooit te diep gegaan? Renier: Ik denk het niet. Ik laat me niet leegzuigen door een personage. Ik schud mijn rollen na afloop makkelijk van me af en spring van de ene film naar de andere. Al heeft mijn energiepeil door de opeenvolging van intense projecten en zware personages even op nul gestaan. Maar vergelijk dat alsjeblieft niet met een atleet die het hoogste niveau ambieert, zoals Lyz in Slalom. Die heeft op haar vijftiende geen enkele dag vakantie meer en gaat elke dag het gevecht met zichzelf aan voor die kleine kans op een skicarrière. Psychologisch is die druk enorm - je valt gewoon af als je geen goede resultaten behaalt. En dan is er nog de lichamelijke beproeving. Die meisjes moeten een zekere vrouwelijkheid opzijschuiven en een enorme spiermassa ontwikkelen om aan de hoogste snelheden op hun skilatten overeind te blijven. Was L'ennemi ook een van de films die je uitgeput hebben? Renier: Ja. Na de wereldpremière in Angoulême had ik een uur nodig om te bekomen. Ik kreeg braakneigingen. Ik reageerde heel fel op het zien van mijn geteisterde, vermagerde lichaam en op de existentiële wanhoop, de depressie en de verstikkende ondergang van mijn personage. Ik ken de zaak-Wesphael niet zo goed. Regisseur Stéphan Streker had me op het hart gedrukt om me er niet in te verdiepen. Ik heb mijn aders opengereten om dat hermetische personage te spelen. Ik raakte in een toestand die ik nog nooit had meegemaakt. In de film smullen de media van de ondergang van een bekende politicus. Heb jij al last gehad van je bekendheid? Renier: Niet echt. Hopelijk blijft dat zo. De media eigenen zich personages toe. Ze maken je de held, de martelaar, de beul... Wie je voor de media bent, kan sterk verschillen van wie je werkelijk bent. Neem nu de aanvallen op Roméo Elvis (die ongepast seksueel gedrag toegaf, nvdr.)? Of het goed of slecht is wat hij heeft gedaan, deed er amper toe. Omdat hij bekend is, stortten de media zich op hem en eigent iederéén zich het recht toe om zijn mening over hem te spuien. Media doen dat niet enkel om een onrecht of een belangrijk onderwerp aan te kaarten. Ze doen dat ook voor de cijfers. Meer kijkers, lezers of luisteraars betekent meer invloed en meer inkomsten.