Afgelopen zomer hielden niet alleen Les Intranquilles van Joachim Lafosse en La Civil van Teodora Ana Mihai de Belgische eer hoog op het filmfestival van Cannes. Dat deed zeker ook Un Monde van de Brusselse Laura Wandel, een indringende inkijk in wat een zevenjarig meisje zoal kan meemaken wanneer ze aankomt op een nieuwe school.
...

Afgelopen zomer hielden niet alleen Les Intranquilles van Joachim Lafosse en La Civil van Teodora Ana Mihai de Belgische eer hoog op het filmfestival van Cannes. Dat deed zeker ook Un Monde van de Brusselse Laura Wandel, een indringende inkijk in wat een zevenjarig meisje zoal kan meemaken wanneer ze aankomt op een nieuwe school. Al van in het dampende openingsshot zit Wandel haar twee protagonisten zo dicht op de huid dat het lijkt alsof je fysiek hun leefwereld ingezogen wordt. Het zijn Nora (revelatie Maya Vanderbeque) en haar één jaar oudere broertje Abel (Günter Duret), dat wel belooft om haar te helpen wennen aan haar nieuwe omgeving, tot ze in de smiezen krijgt dat hij een kneusje is dat op de speelplaats wordt gepest. Er is een lerares (Laura Verlinden) die Nora een luisterend oor biedt. Er is haar pa die dagelijks voor de schoolpoort staat. Maar voor het overige houdt Wandel de volwassen wereld volledig buitenbeelds, wat het gevoel van beklemming en isolement nog intenser maakt. Het is de school als microkosmos, als jungle waar de sterkste regeert, als gevangenis waar relaties meedogenloos worden genegocieerd, zelfs al zijn de onderhandelaars en gevangenen in kwestie amper zeven jaar oud. Het is alsof je naar een Lord of the Flies-variant zit te kijken met een speelplaats in plaats van een exotisch eiland, naar een prison movie op de lagere school, geschoten vanuit de losse pols en met de omgevingsgeluiden op volume elf gezet. Het zorgt er voor dat er geen ontsnappen aan is. Niet voor Nora, die haar broer al dan niet moet verraden wil ze zelf kop boven water houden. Maar ook niet voor de kijker die wordt ondergedompeld en gedwongen in de rol van getuige. Wandel legt de focus immers op het puur plastische en fysieke in plaats van op het psychologische, door alle narratieve en sentimentele ballast overboord te kieperen. Waarom grijpt niemand in? Hoe zit het met Nora en Abel thuis? Het zijn vragen die des te accuter worden, terwijl Wandels fysiek indringende (of is het opdringerige?) camera op ooghoogte van de kinderen langs klaslokalen, schoolgangen en confronterende, morele dilemma's passeert. Door consequent te schrappen en te schrapen - Nora's helletocht duurt amper 72 minuten en is meer een reeks vignetten dan een klassieke drieakter - krijgt de film dan ook iets parabolisch. Daardoor belandt Wandel onvermijdelijk in het neo-neorealistische territorium van de broers Dardenne, al zijn er ergere plekken denkbaar voor een nieuwkomer. Een speelplaats vol kinderen bijvoorbeeld. Wellicht het beste Belgische debuut in tijden, een workshop over de amorele natuur van het nog kleine, menselijke beestje, en in élk geval het meest beklemmende.