De zeventigste editie van het filmfestival van Cannes wordt er weer eentje om in te lijsten. De officiële competitie leest naar goede traditie als een who's who van de internationale auteurscinema. Pedro Almodóvar zit een jury voor die precies evenveel mannen als vrouwen telt en die met namen als Will Smith en Park Chan-wook precies evenveel star power als regie- en productietalent vertegenwoordigt. De zon zal schijnen, schaars geklede starlets zullen op zoek naar aandacht de Croisette afschuimen en op de rode loper zullen, alle verboden ten spijt, weer schaamteloos selfies gemaakt worden. Cannes comme d'habitude, quoi.
...

De zeventigste editie van het filmfestival van Cannes wordt er weer eentje om in te lijsten. De officiële competitie leest naar goede traditie als een who's who van de internationale auteurscinema. Pedro Almodóvar zit een jury voor die precies evenveel mannen als vrouwen telt en die met namen als Will Smith en Park Chan-wook precies evenveel star power als regie- en productietalent vertegenwoordigt. De zon zal schijnen, schaars geklede starlets zullen op zoek naar aandacht de Croisette afschuimen en op de rode loper zullen, alle verboden ten spijt, weer schaamteloos selfies gemaakt worden. Cannes comme d'habitude, quoi.Maar naast de mediterrane zon broeit er dit jaar nog iets anders aan de Côte d'Azur. Het filmfestival breekt zijn jarenlange ban op episodische televisie dit jaar met een screening van nieuwe afleveringen van Twin Peaks, de cultreeks van David Lynch. Ook uit het tweede seizoen van Jane Campions Top of the Lake zullen afleveringen te zien zijn in het festivalpaleis. Nu kennen Lynch en Campion hun weg wel een beetje op de Croisette. De excentrieke Amerikaan won in 1990 de Gouden Palm met Wild atHeart en de Nieuw-Zeelandse Campion triomfeerde in 1993 met The Piano. Dat beide filmmakers Cannes royalty zijn - 'echte auteurs en goede vrienden van het festival', aldus artistiek directeur Thierry Frémaux - maakt dat voor de gemiddelde filmliefhebber allicht niet zo moeilijk te verteren. De series zitten ook niet in competitie, maar in een speciaal 70th Anniversary Events-luik. Wat menig cinefiel en het voltallige bioscoopuitbatersgild veel meer tegen de borst stuit, is dat in die competitie twee Netflixproducties meedingen naar de Gouden Palm. Met Noah Baumbachs familiekroniek The Meyerowitz Stories en avonturenfilm Okja van Bong Joon-ho heeft het festival ook daar de nieuwe films van gerespecteerde filmmakers te pakken. Alleen breidt dat respect zich in de Franse filmindustrie niet bepaald uit tot de productiemaatschappij áchter die auteursfilms. Netflix financierde die namelijk niet met de filmindustrie, maar met zijn eigen betalende streamingplatform in gedachten. De internetgigant ziet filmliefhebbers liever als betalende abonnees thuis in de luie zetel dan elders in een bioscoopstoel. De enige reden waarom Netflixproducten toch af en toe in filmzalen terechtkomen, zoals in de VS het geval was met Cary Joji Fukunaga's kindsoldatendrama Beasts of No Nation (2015), is om in aanmerking te komen voor belangrijke filmprijzen als de Golden Globes en de Oscars. Verder laat Reed Hastings' bedrijf de bioscopen dus wel in de kou staan door ongegeneerd te investeren in de productie van exclusief materiaal voor de eigen zaak. Netflix' grootste filmproject tot hiertoe is War Machine, een politieke satire van David Michôd met de inmiddels niet meer zo anonieme alcoholicus Brad Pitt in de hoofdrol. De film gaat op 26 mei exclusief op Netflix in wereldpremière, als de eerste grote aanval in een marketingoffensief van 1 miljard dollar dat het bedrijf zo veel mogelijk nieuwe videokijkende leden moet opleveren. 'We hebben YouTube envy', zo specificeerde Hastings de strijd waarin hun filmproducties ingezet zullen worden. De kleine bioscopen die daarin zullen sneuvelen, zijn niet meer dan collateral damage. Dat het belangrijkste filmfestival ter wereld dan door de Fédération Nationale des Cinémas Français op zijn collaboratie gewezen wordt, is niet verwonderlijk. Zeker niet als je bedenkt dat Cannes 2017 straks misschien een Gouden Palmwinnaar huldigt die in geen enkele bioscoop te zien zal zijn. Dan pakt Amazon het wel anders aan. De webwinkel van Jeff Bezos, die zich sinds kort ook in videostreamende wateren begeeft, moet net als Netflix zijn klanten en investeerders geïnteresseerd houden met originele content en doet dat eveneens door in te zetten op prestigieuze filmproducties. Beide bedrijven beseffen maar al te goed dat hun onlinewinkels met een lege etalage zitten als ze geen kwaliteitsvolle inhoud kunnen bieden. Daarom verscheen de e-commercereus uit Seattle vorig jaar in Cannes al op het cinefiele appel met Woody Allens Cafe Society, Nicolas Winding Refns The Neon Demon, Park Chan-wooks The Handmaiden en Jim Jarmusch' Paterson en Gimme Danger. In 2017 spelen Bezos en de zijnen mee voor een Palm met Todd Haynes' drama Wonderstruck en Lynne Ramsays thriller You Were Never Really Here. Dat Amazon daarbij op veel minder weerstand stuit dan zijn Californische rivaal komt omdat de e-verkopers samenwerken met traditionele filmdistributeurs, en hun films dus in de bioscopen draaien voor ze online worden geplaatst. Amazons strategie om de films in hun catalogus eerst een kans te geven in de filmzaal lijkt niet alleen goed te werken voor hen, het is in Frankrijk ook de enige legale weg: volgens de Franse wet mogen onlineplatformen films pas 36 maanden na de bioscooprelease streamen. Nu kun je je afvragen waarom dat belangrijk is. En of het geen tijd wordt dat de Franse regering, Cannes en de andere zeventigjarigen uit de filmindustrie wakker worden en de instantkoffie ruiken. Dit is toch de 21e eeuw? Iedereen kijkt toch waar hij of zij wil? Wel, ja. Maar er moet dan wel nog iets te bekijken zíjn. En daar wringt het schoentje: de Franse subsidieverstrekkers, die ervoor zorgen dat hun land zowat de laatste Europese natie met nog een bruisende filmcultuur is, gebruiken een vastgelegd percentage van de bioscoopinkomsten om die filmcultuur in leven te houden. Het Centre National du Cinéma (CNC) verwoordde het onlangs nog zo: 'Netflix omzeilt al jaren de Franse fiscale regelgeving. Die vormt nochtans de basis voor de financieringsstructuur waarmee het soort films dat de officiële selectie van het filmfestival doorgaans vult, gemaakt kunnen worden.' (Net voor het ter perse gaan van dit blad maakte Cannes overigens bekend dat het Netflix - tevergeefs - nog heeft proberen te bewegen tot een Franse bioscooprelease. Het festival kondigde meteen aan de eigen regels te veranderen, zodat vanaf volgend jaar een geselecteerde film in de Franse zalen móét komen.) Dat dergelijke verschuivingen in de machtsverhoudingen in het entertainmentlandschap bioscoopuitbaters zorgen baren, omdat ze tot de licht ironische situatie leidden waarin streamingdiensten filmauteurs als Woody Allen, Jim Jarmusch of Bong Joon-ho en Noah Baumbach aan het werk moeten houden, is niet onbegrijpelijk. En of de financieringsstructuur waar het CNC over spreekt opgedoekt kan worden omdat Netflix en Amazon die cinefiele rekening nu toch oppikken, is hoogst twijfelachtig. Hoe gedurfd de productionele keuzes van de webreuzen zullen blijven, valt nog af te wachten. Maar het doemscenario waarin de filmindustrie afdrijft in de richting van een tweedeling met enkel nog 'kleine' films voor het kleine scherm en de Hulk voor het grote hoeft niet per se bewaarheid te worden. Netflix en andere tv-producenten zien hun series en films graag op festivals, omdat het prestige van een première toch net iets groter is op de rode loper van Cannes in plaats van op de deurmat van de thuisbioscoop. Dus wie weet, gebeurt er wel het omgekeerde van wat hardcore cinefielen zo vrezen en gaan de bingewatchers die zo toch een filmzaal in geduwd worden hun geliefde tv-series straks alleen nog maar in de bioscoop willen zien. Bovendien zijn de filmmakers die het hardst jammeren over de teloorgang van 35mm en de bioscoopervaring stuk voor stuk regisseurs van wie de liefde voor film thuis op televisie en met stapels VHS-cassettes is begonnen. Iemand als Quentin Tarantino, die vandaag zijn eigen moeder zou verkopen aan de hoogste bieder als hij er een paar blikken pellicule of een oude bioscoop mee zou kunnen redden, leerde het vak in de videotheek waar hij werkte. Zijn opvolgers zitten nu ergens op een smartphone of een tablet hun filmgeschiedenis te consumeren. Waar over gewaakt moet worden, is dat wat zij daar te zien kunnen krijgen zo divers en gevarieerd mogelijk blijft. En zolang daar dingen als de nieuwe Todd Haynes tussen zitten, is cinema nog niet dood.