De vitrine is het enige dat een beetje opvalt aan het onopvallende rijhuis in een wat kleurloze, statige wijk in hartje Stockholm, waar Roy Andersson sinds jaar en dag reclame- en speelfilms maakt. Wie niet weet dat hij Studio 24 voorbijloopt, moet de uitgestalde doornenkroon, de miniatuurversie van de gevel waarvoor hij staat en de door twee theatergordijntjes geaccentueerde affiche van een moderne variant op de kruisweg maar raar vinden. Dat de poster reclame is voor Om det oändliga of About Endlessness, laat zich niet makkelijk raden, want de titel staat er in het Grieks op.
...

De vitrine is het enige dat een beetje opvalt aan het onopvallende rijhuis in een wat kleurloze, statige wijk in hartje Stockholm, waar Roy Andersson sinds jaar en dag reclame- en speelfilms maakt. Wie niet weet dat hij Studio 24 voorbijloopt, moet de uitgestalde doornenkroon, de miniatuurversie van de gevel waarvoor hij staat en de door twee theatergordijntjes geaccentueerde affiche van een moderne variant op de kruisweg maar raar vinden. Dat de poster reclame is voor Om det oändliga of About Endlessness, laat zich niet makkelijk raden, want de titel staat er in het Grieks op. Roy Andersson hoeft zich nochtans niet te schamen voor zijn zesde speelfilm. Op het filmfestival van Venetië won hij er de Zilveren Leeuw voor beste regie mee. Net als A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence (2014), You, The Living (2007) en Songs from the Second Floor (2000) bestaat About Endlessness uit een reeks uit het dagelijkse leven en de geschiedenis geplukte tableaux vivants. De minutieus uitgewerkte, levende schilderijen die met een minimum aan decor, kleur, dialoog, details en emoties zijn uitgewerkt, beelden de mens uit in zijn aandoenlijke kleinzerigheid. Ze zijn soms wreed, soms lief, soms onbeholpen. De galgenhumor én de compassie druipen ervan af. Werk van Roy Andersson herken je nog sneller dan werk van zijn bijna-naamgenoot, Wes Anderson. De Zweedse Andersson kan niet verbergen dat hij dinsdag zevenenzeventig wordt. Om de straat over te steken voor een lunch bij de Napolitaan aan de overkant heeft hij twee stokken nodig, en hij associeert België nog met wielrenner Eddy Merckx in plaats van met voetballer Eden Hazard. De grootste Belg vond hij James Ensor - 'een zeer speciale schilder', maar dat was voor we hem vertelden dat Pieter Bruegel de Oude - 'samen met Goya mijn favoriete kunstschilder' - een Brabander was en René Magritte een Belg. 'Zeg, hoeveel grote schilders hebben jullie wel?' Het lange antwoord op die vraag beslecht hij met een grapje. 'Peter Paul Rubens? Iedereen weet dat hij een Zweed was.' Het is meer dan een praatje om het ijs te breken. Andersson laat zich zwaar inspireren door schilders. 'Ik kan me geen wereld zonder kunst voorstellen. Het is een levensnoodzakelijk onderdeel van het leven. De kunstwerken die we erfden van de vorige generaties zijn schatten voor de hele mensheid.' Voor About Endlessness liet hij zich inspireren door Otto Dix en de nieuwe zakelijkheid (Neue Sachlichkeit). Het tableau van de man die spijt heeft van de eremoord op zijn dochter is afgekeken van Ivan de Verschrikkelijke en zijn zoon Ivan, een schilderij van de Russische realist Ilja Repin. Net als Henri Matisse verwijdert Andersson alles wat het beeld niet nodig heeft. De titel A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence ontleende hij aan de duif in Bruegels meesterwerk Jagers in de sneeuw. 'Toen ik jong was, wilde ik schilder worden. Schilder én schrijver, want ik was nogal ambitieus. Ik wilde de nieuwe Albert Camus zijn. Ik herinner me nog hele zinnen uit L'étranger: 'Aujourd'hui, maman est morte. Ou peut-être hier, je ne sais pas.' Dat Frans leerde Andersson net als Engels op het gymnasium. 'Mijn ouders kenden enkel Zweeds. Ze zijn maar zes jaar naar school geweest, daarna moesten ze meehelpen op de boerderijen. Ikzelf spreek drie talen. Na de Tweede Wereldoorlog zette Zweden zwaar in op sociale welvaart en dus ook onderwijs. Elkaar helpen en ondersteunen, ik ben het prachtig blijven vinden.' De plannen om de nieuwe Camus of Otto Dix te worden, wijzigden toen Andersson in de jaren zestig de ene fantastische film na de andere zag. 'Mijn favoriete films zijn Ladri di biciclette van Vittorio de Sica en Viridiana van Luis Buñuel. De voice-over in About Endlessness is geïnspireerd door de voice-over in het schitterende Hiroshima mon amour van Alain Resnais.' Andersson onderbrak zijn universitaire studies toen hij slaagde voor de toelatingsproef van de filmschool. Een eerste speelfilm, A Swedish Love Story, kwam er precies vijftig jaar geleden. 'Ik herinner me nog elke minuut uit die periode. Die film staat ver van mijn latere werk af, maar ik ben er trots op. Het valt me vooral op hoe vitalistisch ik rond mijn zesentwintigste was.' Met de volgende film ging Andersson gezwind op zijn bek. Giliap (1975) viel veel duurder uit dan gepland en het publiek hapte niet toe. 'Sommige aspecten, zoals de acteursregie, waren wat minder, maar ondertussen kan ik leven met die film. De poster was mooi. Giliap leidde alleen tot een lange periode van passiviteit.' De daaropvolgende twintig jaar legde Andersson zich bijna uitsluitend toe op reclamefilms. 'Er was een periode in mijn leven dat ik een beetje beschaamd was over al die commercials, maar die is voorbij. De meeste van die reclamefilms waren best goed: niet cynisch, grappig en verantwoordelijk. Het was niet mijn bedoeling om Coca-Cola te laten verbieden - een glaasje of twee per jaar moet best kunnen - maar wel om te tonen dat er meer dan één merk limonade bestond. Vandaag maak ik geen groot onderscheid meer tussen speelfilm en commercials: ook in reclamefilms kon ik een eigen stijl ontwikkelen én tonen hoe mensen zich gedragen.' Zonder het te beseffen, drinkt Andersson naast zijn fles bier ook die van mij leeg. Het tafereel kan zo in de absurde, diepmenselijke en droefkomische films waarmee hij sinds 2000 in de prijzen valt. In About Endlessness somt een naar Sjeherazade gemodelleerde vertelster tweeëndertig zaken op die ze heeft waargenomen. Een man die de banken niet vertrouwt. Een vrouw die erg veel van champagne houdt. Een jongeman die de liefde nog niet heeft gevonden. Uiteraard gaat het om taferelen die Andersson ooit zelf beroerden. 'Ik heb geen lijstje gemaakt. Ik ben goed in het onthouden van wat me fascineert. Die fascinatie was mijn enige criterium. Spontaan ontstond er een mix van eenvoudige, aangrijpende of juist heel brutale dingen. Want is er iets mooiers dan een vader die zich zeiknat laat regenen om de veters van zijn dochter te strikken? Ik kan blijven kijken naar vitale, gelukkige mensen, maar evengoed tonen mijn films mensen die niet gelukkig zijn en zich niet vervuld voelen. Enkel geluk tonen is niet interessant. Liever mix ik schoonheid met wreedheid. Het wrede tableau wordt er nog wreder door, het mooie nog mooier.' We verhuizen van het restaurant naar zijn kantoor vol boekenrekken en een bureau vol aantekeningen en passeren opnieuw de doornenkroon in de vitrine en de update van de kruisweg. Een van de weerkerende personages in About Endlessness is een priester die de wanhoop en het alcoholisme nabij is omdat hij van zijn geloof is gevallen. 'Ik ben niet gelovig, maar ik heb veel sympathie voor die priester. Hij is zo verloren, zo diep ongelukkig. Daar kan ik niet goed tegen.' Als kind moest Andersson met zijn broer naar de zondagsschool. 'Ik herinner me niet alleen prachtige illustraties van het leven van Jezus, mijn ogen gingen ook open. Jezus was hulpvaardig, ook jegens bedelaars en zondaars. Hij was krachtdadig en verjoeg de handelaren en geldwisselaars uit de tempel. "Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen", zei hij. Of: "En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren." Fantastisch toch?' Andersson smokkelt ook historische taferelen in zijn films. In About Endlessness zweeft een jong koppel boven het volledig in puin gelegde Keulen, strompelt een verslagen leger naar een werkkamp en zien we Adolf Hitler tijdens zijn laatste uren. 'Het ging me niet alleen om Hitler. Ik wilde ook de hopeloosheid en hulpeloosheid van zijn officieren laten zien. Ik heb bijna medelijden met hen.' Op de tafel ligt Mein Kampf opengeslagen. 'We moeten altijd over Hitler blijven praten. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen toen ik dit boek in de winkel zag liggen. Ik dacht dat ik er iets van zou kunnen opsteken. Dat bleek een vergissing. Hitler is geen slechte schrijver, maar hij wordt verteerd door woede en bitterheid.' De menselijke kwetsbaarheid is Anderssons voornaamste thema. 'Wie zich ervan bewust is hoe kwetsbaar het bestaan is en hoe zwak de mens, brengt er hopelijk meer respect voor op en draagt er hopelijk beter zorg voor.' Hij zegt dat hij in de mens gelooft, ook al wordt dat geloof soms beproefd. 'Onlangs las ik dat Joodse en Russische krijgsgevangen in een Duits kamp enkel zout water te drinken kregen. Dat is toch om van te janken? Wat een wreed, wreed idee. In de loop van de geschiedenis zijn veel gevangenen gruwelijk behandeld. Maar hun zout water te drinken geven, dat gaat er bij mij niet in. Haat en woede kan ik plaatsen, zo'n zinloze, wrede daad niet.' Met een zucht diept de filmregisseur vanonder een van de vele stapels op zijn bureau een tekening op van een vrouw die een man omhelst. 'Is deze scène niet even ontroerend als de vader die in de regen de veters van zijn dochter strikt? De lichaamstaal van de vrouw schreeuwt uit hoe verliefd ze op hem is. Ontroert me enorm. Ik heb het niet nog gefilmd. Misschien doe ik dat nog wel. Zoveel mensen spreken me op dat tableau van de vader en zijn dochter aan. Dat doe me glimmen van trots. Mijn werk doet mensen vóélen. Wat kun je meer verlangen?'