De komende drie maanden worden we in de bioscoop tweemaal getrakteerd op een reconstructie van de Slag om Duinkerke en de markante ontsnapping van de Britse en Franse soldaten die in mei 1940 dreigden ingesloten te worden door het Duitse leger. Talloze vrachtschepen, visserssloepen en plezierboten hielpen toen het Britse leger met de evacuatie van dik driehonderdduizend soldaten. Voor de spectaculairste reconstructie rekenen we deze zomer op Dunkirk van Christopher Nolan, de regisseur van Inception, Interstellar en de Dark Knight-trilogie. De aandoenlijkste is alvast Their Finest, een retroromcom geregisseerd door de Deense Lone Scherfig.
...

De komende drie maanden worden we in de bioscoop tweemaal getrakteerd op een reconstructie van de Slag om Duinkerke en de markante ontsnapping van de Britse en Franse soldaten die in mei 1940 dreigden ingesloten te worden door het Duitse leger. Talloze vrachtschepen, visserssloepen en plezierboten hielpen toen het Britse leger met de evacuatie van dik driehonderdduizend soldaten. Voor de spectaculairste reconstructie rekenen we deze zomer op Dunkirk van Christopher Nolan, de regisseur van Inception, Interstellar en de Dark Knight-trilogie. De aandoenlijkste is alvast Their Finest, een retroromcom geregisseerd door de Deense Lone Scherfig. Scherfig, vooral bekend van An Education, draaide een charmante film over het maken van een propagandafilm over de reddingsoperatie in Duinkerke. Centraal staat een jongedame (Gemma Arterton) die tijdens WO II aan de slag kan in de filmsector. Ze moet de mannelijke scenaristen aan 'vrouwelijke dialogen' helpen. Met hart en ziel zet ze zich in voor een prent die het moreel van het volk moet versterken én Amerika moet overtuigen om de Britten bij te springen. Graag had ze enkele vrouwelijke toetsen toegevoegd aan het heroïsche verslag van de evacuatie. Het naar een breed publiek hengelende Their Finest kijkt met zoveel liefde en respect naar de Britse propagandafilm dat het op propaganda voor propaganda lijkt. Maar de film heeft wel een punt: er valt over die propagandafilms meer te vertellen dan dat ze leugenachtig en misleidend zouden geweest zijn of gemaakt werden met het weinig artistieke doel om de kijker een standpunt op te dringen. Ze werden in opdracht van het Ministry of Information gefabriceerd door de grote spelers uit de Britse filmindustrie zoals Ealing Studios. De bedoeling was de Britse bevolking, die snakte naar wat entertainment om de ellende even te vergeten, moed in te spreken en 'met authenticiteit en optimisme' te inspireren. Dat liep niet altijd van een leien dakje. Een van de eerste propagandafilms, The Lion Has Wings, probeerde het publiek ervan te overtuigen dat de Duitse vliegtuigen rechtsomkeer zouden maken bij het zien van de Britse afweerballonnen. Een leugen die met elke inslaande Duitse bom opnieuw ontkracht werd. Their Finest opent met een fragment uit A Call for Arms! In die film krijgt een wapenfabrikant de vraag om tegen de ochtend een miljoen kogels af te leveren. De supervisor acht dit onmogelijk omdat de uitgeputte arbeidsters er al een lange shift hebben opzitten. De arbeidsters overrulen haar evenwel. 'Come on girls, it's got to be done', roept er eentje, en ze gaan meteen aan de slag. Zoveel naïviteit werd in de bioscopen op gelach en zelfs boegeroep onthaald. Zulke inschattingsfouten leidden in het begin van de oorlog zelfs tot grappen over het 'Ministry of Disinformation'. Tegen het einde van de oorlog oogde het rapport veel beter. De vooraanstaande regisseur Michael Powell (Peeping Tom, The Red Shoes) noemde het Ministry of Information in zijn memoires een 'groot succes' en de Filmdivisie 'een van haar triomfen'. De Britse filmindustrie kreeg tijdens WO II een kleine driehonderd films in de zalen. Het grote publiek verkoos veel van die films boven de ongenaakbaar geachte concurrentie uit de VS. De Britse cinema vond een eigen stem. De Hollywoodglamour maakte plaats voor meer oprechtheid en herkenbaarheid, de sterke documentaire traditie werd ingebed in de fictiefilm. Heel wat grote namen (in wording) werkten enthousiast mee aan propagandafilms: het duo Michael Powell en Emeric Pressburger, Noël Coward, David Lean, John Grierson, Alberto Cavalcanti, Carol Reed, Terence Rattigan. 'Verzetsfilms maken terwijl je op de rand van de afgrond balanceert, moet een unieke, opwindende ervaring geweest zijn en luidde rechtstreeks of onrechtstreeks de gouden tijd van de Britse cinema in', schrijft Stephen Woolley in een lang overzichtsartikel over de Britse propagandafilm in het filmtijdschrift Sight & Sound. Woolley, tevens producer van Their Finest, gaat ver in zijn waardering voor die films. Hij suggereert dat Powell en Pressburger nooit films als The Life and Death of Colonel Blimp of AMatter of Life and Death zouden hebben gemaakt zonder hun werk voor het Ministry of Information. Het meesterlijke The Third Man kan niet los gezien worden van de ervaring die Carol Reed tijdens de oorlog opdeed. En zou David Lean zijn gedoemde overspelklassieker Brief Encounter wel geregisseerd hebben als de bekende scenarist Noël Coward hem niet uit de montagecel had geplukt om In Which We Serve te coregisseren, het relaas van de bemanning van een getorpedeerd Brits slagschip? Het Ministry of Information onderscheidde drie basisthema's voor propaganda: Waar vechten de Britten voor? Hoe vechten de Britten? Welke opofferingen moeten er gemaakt worden om de oorlog te winnen? Het wilde alle lagen van de bevolking bereiken en inspireren en vroeg om een realistische benadering van de belangrijkste oorlogsonderwerpen, om realistische films over het leven van elke dag en om entertainment van hoge kwaliteit. Dat leidde niet tot uniformiteit. Er waren heroïsche verhalen over gewone mensen (The Bells Go Down), oorlogsfilms (In Which We Serve), spionagefilms (Night Train to Munich) en komedies. Erg in trek waren films over het Europese verzet tegen nazi-Duitsland. In The Flemish Farm is de held een Belgische piloot die zich na de capitulatie bij de Britse luchtmacht aansluit. Jean Duclos gaat tot het uiterste om de vlag van zijn regiment, die in een Vlaamse boerderij begraven werd, te recupereren en het land uit te smokkelen. Het hoogdravende, donkere Uncensored roemt de Belgische verzetslui die de leugens van de Duitse bezetter ontmaskeren in de clandestiene krant La Libre Belgique. De productie van die films was geen lachertje. Bombardementen gooiden roet in het eten. Het was constant behelpen en uiteraard ontsnapten ook de medewerkers niet aan de beproevingen van het leven in tijden van oorlog. Voor Their Finest hadden de scenaristen de dramatiek voor het uitkiezen. De film profiteert daarvan, maar legt een nog grotere klemtoon op de doorbraak die propagandafilms betekenden voor vrouwen. Een filmindustrie die het gewoon was vrouwen straal te negeren, zag zich verplicht om hun kansen te geven. Zoals in elke industrie moesten vrouwen inspringen voor de mannen die naar het front waren getrokken. Maar ze waren ook nodig om films te helpen maken die de genegeerde, ontgoochelde, ondergewaardeerde vrouwen uit de arbeidersklasse aanspraken. Al was het maar door vrouwelijke personages geen onmogelijke dingen te laten zeggen. Het personage van Gemma Arterton is gemodelleerd naar Diana Morgan, die zich kon opwerken tot in de schrijversruimte van Ealing Studios. Dat een vrouw ook een film zou kunnen regisseren, kwam niet in de filmbonzen op. Dat ze haar minder konden betalen dan een man die hetzelfde werk deed, wel. Vrouwelijke personages kregen een prominentere plek in de film. Actrices als Phyllis Calvert, Deborah Kerr en Celia Johnson waren erg geliefd bij het publiek. Went the Day Well toont hoe vrouwen in de afwezigheid van mannen de wapens zelf konden opnemen om de vijand te doden. Een kassucces was het naar hedendaagse normen heel neerbuigende The Gentle Sex, over zeven uiteenlopende vrouwen die zich als vrijwilliger aanmelden bij de Auxiliary Territorial Service, de vrouwelijke tak van het Britse leger. Mannen spelen daar amper in mee. Ook het visueel sterke Millions Like Us riep vrouwen en meisjes uit de arbeidersklasse op om een bijdrage te leveren aan de oorlogsinspanningen, bijvoorbeeld door als vrijwilliger in de munitiefabrieken te werken. 'Actrices kwamen tijdens de oorlog op het voorplan. Vrouwelijke regisseurs waren uitgesloten, maar de oorlog vroeg om verhalen die dicht bij het leven van vrouwen stonden. Die werden niet uitsluitend verteld door mannen maar ook door vrouwelijke schrijvers en producers', aldus Woolley. Duitsland is al even gestopt met zijn bombardementen op Londen, maar de filmindustrie kampt nog altijd met een loonkloof tussen acteurs en actrices en een pijnlijke ondervertegenwoordiging van vrouwelijke regisseurs of cameralieden. Beschikt dan niemand over een propagandamachine om die ongelijkheid voorgoed de wereld uit te lobbyen?