In het Oscarwinnende 12 Years a Slave (2013) wordt een vrije zwarte man uit de staat New York ontvoerd en in Louisiana op een plantage aan het werk gezet. De film van Steve McQueen, gebaseerd op de memoires van ene Solomon Northup, is historisch accuraat. Vóór de Amerikaanse burgeroorlog een einde maakte aan de slavernij, bestonden de Verenigde Staten uit 'free states' en 'slave states', staten die de slavernij respectievelijk wel en niet hadden afgeschaft. Dat leidde tot honderden ontvoeringen van vrije zwarten, die elders als slaaf werden verkocht. Het omgekeerde bestond ook: in 1786 klaagde een slaveneigenaar met de naam George Washington dat een van zijn slaven was weggelopen met de hulp van 'een organisatie van Quakers die zich met dat doel verenigd hadden'.
...

In het Oscarwinnende 12 Years a Slave (2013) wordt een vrije zwarte man uit de staat New York ontvoerd en in Louisiana op een plantage aan het werk gezet. De film van Steve McQueen, gebaseerd op de memoires van ene Solomon Northup, is historisch accuraat. Vóór de Amerikaanse burgeroorlog een einde maakte aan de slavernij, bestonden de Verenigde Staten uit 'free states' en 'slave states', staten die de slavernij respectievelijk wel en niet hadden afgeschaft. Dat leidde tot honderden ontvoeringen van vrije zwarten, die elders als slaaf werden verkocht. Het omgekeerde bestond ook: in 1786 klaagde een slaveneigenaar met de naam George Washington dat een van zijn slaven was weggelopen met de hulp van 'een organisatie van Quakers die zich met dat doel verenigd hadden'. In de eerste helft van de negentiende eeuw was de organisatie waarover Washington het had uitgegroeid tot een uitgebreid netwerk dat ontsnapte slaven uit de zuidelijke slavenstaten naar het vrije noorden van het land of Canada hielp. Het systeem werd de Underground Railroad genoemd omdat het voortvluchtigen aan het zicht van de overheid onttrok. Het werd gerund door vrije zwarten, Native Americans en witte tegenstanders van de slavernij. De contactpersonen waren 'conducteurs', de schuilplaatsen onderweg 'stations' of 'depots'. Minstens 30.000 slaven vonden dankzij de Underground Railroad de vrijheid, de schattingen lopen op tot zelfs 100.000. Regisseur Barry Jenkins ( Moonlight, If Beale Street Could Talk) hoorde als kind voor het eerst van de Underground Railroad en stelde zich er een echte ondergrondse spoorlijn bij voor, met zwarte mannen en vrouwen die stoomtreinen bouwden en door de buik van het negentiende-eeuwse Amerika stuurden. 'Het leek me echt iets magisch', vertelde hij aan het Britse magazine Sight & Sound. 'Ik herinner me het als een moment van pure trots, een van mijn meest glorieuze ervaringen als zwarte in Amerika.' De ontdekking dat het om een metafoor ging, leverde hem een klein trauma op, vergelijkbaar met 'het moment dat je beseft dat de Kerstman en de tandenfee niet echt zijn'. Het ergste was niet dat zijn fantasie werd doorgeprikt, wel het harde besef waarvoor ze had plaatsgemaakt. De slavernij was blijkbaar zo diep in de Afro-Amerikaanse psyche verankerd, dat er in de ogen van een zwart jongetje uit de late twintigste eeuw toverkunst nodig was om eraan te ontsnappen. *** Fast forward naar 2016. Het jaar waarin Jenkins zijn grote doorbraak beleeft met het coming-of-agedrama Moonlight, is ook het jaar waarin schrijver Colson Whitehead van de metaforische spoorlijn een tastbaar transportsysteem maakt. In zijn roman The Underground Railroad, een ingenieuze mengeling van feit en fantasie, stuurt hij de weggelopen jonge slavin Cora op een reis doorheen tijd en ruimte in treinen die effectief ónder het aardoppervlak tuffen. In een interview met NPR verklaart hij dat het idee uit zijn kindertijd stamt. Ook hij dacht toen dat de Underground Railroad een echte ondergrondse spoorweg was. Maar anders dan in de fantasie van de kleine Barry Jenkins is zijn roman geen onverdeeld glorieus verhaal. Aan The Guardian zegt hij: 'De popcultuur heeft ons opgezadeld met het beeld van een plantage met een soort oom Tom als spilfiguur, waar iedereen hulpvaardig en lief voor elkaar is. Bij mensen die al hun hele leven gefolterd en verkracht worden, is dat niet hoe het werkt.' De plantage in Georgia waar Cora aan het begin van The Underground Railroad ontsnapt, is een donkere, al te reële plek, en de fantasie is niet altijd rooskleuriger. Whitehead laat Cora, die wordt achternagezeten door de wrede slavenjager Ridgeway, kennismaken met eugenetica, gedwongen sterilisatie en het gebruik van zwarten als proefkonijnen bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen - stuk voor stuk donkere bladzijden uit de Afro-Amerikaanse geschiedenis die hij voor het gemak in het jaar 1850 heeft samengebracht. Zijn magisch-realistische krachttoer levert Whitehead zowel de National Book Award als de Pulitzer Prize op. The Underground Railroad wordt geselecteerd voor Oprah's Book Club - een big deal in de States -, gaat meer dan een miljoen keer over de toonbank en wordt geprezen door president Barack Obama. Jenkins van zijn kant zal begin 2017 de Oscar voor beste film winnen voor Moonlight, maar zover zijn we nog niet wanneer hij met Whitehead contact opneemt met het voorstel om zijn bestseller te verfilmen. Omdat Cora's verhaal hem doet terugdenken aan de gloedvolle fantasie van zijn kindertijd, maar ook omdat hij al een fan van de schrijver is sinds diens debuut The Intuitionist (1999). Het respect is wederzijds. Volgens Whitehead is Jenkins niet de enige regisseur met interesse in The Underground Railroad, maar wel de enige die hij heeft teruggebeld. 'Het was nog voor het festivalseizoen, dus ik wist totaal niet wie hij was. Ik heb Moonlight voor het eerst gezien op het piepkleine scherm van mijn computer, nadat Barry me een linkje had doorgestuurd.' Dat de twee elkaar zouden vinden, is achteraf bekeken niet verwonderlijk. Allebei onderzoeken ze in hun werk wat het betekent om zwart te zijn in Amerika. Tussen het eerste telefoontje van Jenkins en Whitehead en de première van de reeks zitten vijf jaar. De schrijver heeft intussen nog een Booker Prize gekregen voor The Nickel Boys (2019), het onverkwikkelijke verhaal van een heropvoedingsgesticht in het Florida onder de racistische Jim Crow-wetten. Jenkins heeft met de verfilming van James Baldwins roman If Beale Street Could Talk (2018) zijn enorme talent bevestigd en nóg een ander duister hoekje van de zwarte geschiedenis in zijn vaderland belicht: het onrecht dat Afro-Amerikanen ook in de jaren zeventig werd aangedaan. Daarnaast heeft hij aan The Underground Railroad gewerkt, waarvan de opnames net zijn afgerond wanneer het protest tegen politiegeweld na de dood van George Floyd zich als een lopend vuurtje over de planeet verspreidt. Hij heeft haast spijt dat hij niet opnieuw kan beginnen, maar bij de montage merkt hij dat er in zekere zin niets nieuws onder de zon is, en dat datgene waar Black Lives Matter tegen protesteert niet verschilt van wat zwarte mensen al eeuwen meemaken. Het zit allemaal al in zijn serie. Net als fictie over bijvoorbeeld de Holocaust balanceren films en reeksen over slavernij op een dunne koord tussen waarheidsgetrouw en draaglijk. Hoe maak je een kijkstuk over iets waar we liever van wegkijken? In lijn met zijn vorig werk kiest Jenkins voor een aanpak tussen brutaal en dromerig en slaagt hij in de tien uur die The Underground Railroad duurt in het onmogelijke: hij heeft zowaar een mooie reeks over de horror van de slavernij gemaakt. Die onder de aandacht brengen, vindt zowel hij als Whitehead nog steeds nodig. Whitehead herinnert zich uit de lagere school namelijk welgeteld één les over de slavernij, waarbij tien minuten over het fenomeen zelf werd gepraat, en veertig minuten over president Abraham Lincoln. Toen een paar jaar later de burgerrechtenbeweging aan de beurt was, ging het bijna uitsluitend over Martin Luther King. Dat kan beter. Hoe jongeren de geschiedenis precies leren kennen, maakt Whitehead daarbij niet zoveel uit. 'Ik hoop dat studenten die The Underground Railroad voor school moeten lezen, in plaats daarvan naar Barry's serie kijken. En dat ze vervolgens betrapt worden omdat ze in hun verslag dingen schrijven die niet in het boek stonden.'