Kinderen van de jaren negentig herken je aan de lach die de woorden 'hakuna matata' op hun gezicht toveren, een Pavlovreactie die ze hebben overgehouden aan hún Disney-klassieker, The Lion King. De kinderen van vandaag zul je straks herkennen aan de teleurstelling op hun gezicht wanneer de leeuwen in de zoo niet terugpraten en weigeren te zingen over de kringloop van het leven, een mogelijk merkwaardig gevolg van de remake van die film, die deze week in de zalen komt. Als remake stelt die teleur, maar hij verbaast met technologie die het hele medium wellicht hermaakt. ''t Is maar hoe ge het ziet', zouden Timon en Pumbaa zingen.

In de originele animatiefilm prediken het stokstaartje Timon en het wrattenzwijn Pumbaa 'hakuna matata', een leven zonder zorgen. Het komische duo vangt de leeuwenwelp Simba op in zijn donkerste uur: hij waant zich verantwoordelijk voor de dood van zijn vader, leeuwenkoning Musafa, en liet het koninkrijk aan zijn boosaardige oom Scar. De shakespeariaanse intrige, de emotionele turbulentie, de vrolijke dan wel opzwepende muziek en de kleurrijke, warme animatie tekenden een generatie voor het leven. Timon en Pumbaa kregen hun eigen animatieserie, sequels rolden van de band en ook de musicalversie werd een wereldhit. Nu Disney aan het tempo van een Flandrien in de Tour de France zijn grote hits recycleert, kon een remake van The Lion King niet uitblijven.

Het verschil met de recente live-actionremakes van Dumbo, Aladdin en Beauty and the Beast is even onzichtbaar als spectaculair: The Lion King ziet er wel live action uit, maar is dat geen milliseconde. De beelden van stoeiende welpen, galopperende kafferbuffels en adembenemende zonsondergangen lijken als twee druppels water op beelden uit de natuurdocumentaires die Disney, de BBC of National Geographic draaien in wonderlijke gebieden als de Serengeti. Het enige waar je aan merkt dat er iets niet klopt, is dat de beesten converseren, zingen en toneelspelen. Dat doen ze niet op commando van een leeuwentemmer. Dat doen ze op commando van computerspecialisten.

Het is gemakkelijker om met een getekende, vermenselijkte leeuw mee te leven. En leuker.

'Het is moeilijk te zeggen of het nu live action of animatie is. Het is als magie. We vinden het medium opnieuw uit', beweert regisseur Jon Favreau, bekend van Iron Man. Dat laatste zou best kunnen, maar het eerste is klinkklare onzin: The Lion King is in de verste verte van de savanne geen live action. In Kenya, Hollywood noch de Zoo van Antwerpen is er gefilmd. Elk dier, elke grasspriet, elke zandkorrel en elke lichtstraal is photoreal computer-generated imagery, met de computer gecreëerde beelden die nauwelijks te onderscheiden zijn van de werkelijkheid.

Favreau en zijn met Oscars bekroonde specialisten in VFX, virtual production en animatie perfectioneerden de technologie die ze in 2016 al gebruikten voor een nieuwe versie van The Jungle Book. De Afrikaanse dieren en decors werden zo authentiek mogelijk nagebootst met behulp van de software voor blockbustergames. Spitstechnologische virtualrealitytools stonden toe om in de virtuele savanne rond te lopen en daar te zoeken naar de beste plekken voor de shots. Om de schijn van live action te versterken en de schijn van een game af te zwakken werden visuele imperfecties zoals stofdeeltjes in de lucht toegevoegd.

De gevierde director of photography Caleb Deschanel (The Passion of the Christ) werd gevraagd om de klassieke camerabewegingen te verzinnen en bijvoorbeeld virtueel sporen te plaatsen voor een cameradolly, zo'n karretje op rails waarop bij ouderwetse cinema een camera gemonteerd wordt. Met opzet doet hij het soms lijken alsof de camera verrast is door het onvoorspelbaar gedrag van de beesten. Deep fake is behoorlijk hard werk.

Naar de impact van die nieuwe technologische mogelijkheden is het nog gissen. Maar voortaan is de mens dus in staat om ogenschijnlijke echte leeuwen Hamlet te laten naspelen en Elton John te laten kwelen. Dat is niet niks. De vraag is of een remake van The Lion King wel een goeie testcase is voor die nieuwe technologie.

Favreau en co. hebben zich uitgesloofd voor een kopie van de Disneyklassieker met personages die eruitzien als een echte mandril, roodsnaveltok of hyena in een decor dat op de echte savanne lijkt. Het fotorealisme is verbluffend en het is onbegonnen werk om de leeuwenwelpen niet schattig te vinden. Maar omdat het een remake is vergelijk je automatisch met het roemrijke origineel en dat speelt, wars van nostalgie, in het nadeel van de nieuwe Leeuwenkoning.

In zijn ijver om indruk te maken heeft Favreau een cruciaal element over het hoofd gezien: Simba is geen leeuw, Timon geen stokstaartje en Zazu geen roodsnaveltok

In zijn ijver om indruk te maken heeft Favreau een cruciaal element over het hoofd gezien: Simba is geen leeuw, Timon geen stokstaartje en Zazu geen roodsnaveltok. Zij zijn menselijke personages met menselijke emoties, verlangens, gedragingen en gelaatsuitdrukkingen. Simba denkt, handelt en praat als een mens. Net zoals de katten uit The Aristocats, de honden uit 101 Dalmatiërs of de muizen uit De reddertjes.

De hyperrealistische Simba is een technologisch wonder maar geen meerwaarde. Integendeel: het is gemakkelijker om met een getekende, vermenselijkte leeuw mee te leven. En leuker. De hyperrealistische decors brengen een ernst en donkerte over de film die de 'hakanu matata'-sfeer en een vlotte afwisseling van dramatiek en vrolijke gekte tegenwerken. The Lion King heeft de abstractie van de tekening nodig. Maar dat zegt dus niets over het potentieel van de aangewende spitstechnologie.

The Lion King

Jon Favreau met de stemmen van Donald Glover, Beyoncé Knowles-Carter, Seth Rogen