Pure, onversneden genrefilms waar het jus en het venijn in dikke geuten van afdruipen, ze sluipen maar hoogst zelden de competitie van A-festivals binnen. Maar dat Ana Lily Amirpours The Bad Batch daar desondanks toch in geslaagd is, hoeft niet te verbazen. Niet dat de Amerikaanse indieregisseuse - bekend van haar debuut A Girl Walks Home at Night, oftewel de allereerste 'Iraanse vampierenwestern' - de kannibalencataloog radicaal heruitvindt, maar ze zet er wel flink haar tanden in, met dit saillante bastaardkind van Mad Max, The Hills Have Eyes en Day of the Dead.

Dat het meteen goed zit, zie je al aan de geweldige, heerlijk gore en zwierig in beeld gezette openingsscène waarin Arlen, de blonde heldin met dienst (Suki Waterhouse) een arm en een been wordt afgezaagd door white trash-hobo's maar er toch nog in slaagt te ontsnappen. Hoe Arlen in dat door kannibalen bevolkte trailerpark midden in de woestijn terechtkwam, ontdek je later, wanneer ze vleeskolos Jason Momoa achter zich aan krijgt en on the road een benevolente loner (Jim Carrey!) ontmoet.

Het verhaal is, net als dat van elke goede B-film, ook hier vooral een ruggengraat om enkele straffe setpieces en allegorische ideeën aan op te hangen. Wat The Bad Batch boven de middelmaat weet te verheffen is enerzijds de wranggeestige satire op een hypocriet, geradicaliseerd Amerika - de film speelt zich af in de nabije toekomst, wanneer alle dissidenten, criminelen en gekken door de regering ook letterlijk de woestijn werden ingestuurd en in dat braakland van beschaving primitieve Ersatz-gemeenschappen hebben opgericht.

Anderzijds toont Amirpour dat ze haar genrecataloog kent, weet hoe je met beeld en geluid suspense moet opbouwen en hoe je cinemascope beelden moet sculpteren, wat naast de proloog nog enkele scènes oplevert die, ondanks het verschroeiende, drukkende en licht groteske sfeertje, niet snel zullen verdampen, zoals de decadente fuifscène met, jawel, Keanu Reeves als charismatische cultleider. B-cinema met A-allure.

Pure, onversneden genrefilms waar het jus en het venijn in dikke geuten van afdruipen, ze sluipen maar hoogst zelden de competitie van A-festivals binnen. Maar dat Ana Lily Amirpours The Bad Batch daar desondanks toch in geslaagd is, hoeft niet te verbazen. Niet dat de Amerikaanse indieregisseuse - bekend van haar debuut A Girl Walks Home at Night, oftewel de allereerste 'Iraanse vampierenwestern' - de kannibalencataloog radicaal heruitvindt, maar ze zet er wel flink haar tanden in, met dit saillante bastaardkind van Mad Max, The Hills Have Eyes en Day of the Dead. Dat het meteen goed zit, zie je al aan de geweldige, heerlijk gore en zwierig in beeld gezette openingsscène waarin Arlen, de blonde heldin met dienst (Suki Waterhouse) een arm en een been wordt afgezaagd door white trash-hobo's maar er toch nog in slaagt te ontsnappen. Hoe Arlen in dat door kannibalen bevolkte trailerpark midden in de woestijn terechtkwam, ontdek je later, wanneer ze vleeskolos Jason Momoa achter zich aan krijgt en on the road een benevolente loner (Jim Carrey!) ontmoet. Het verhaal is, net als dat van elke goede B-film, ook hier vooral een ruggengraat om enkele straffe setpieces en allegorische ideeën aan op te hangen. Wat The Bad Batch boven de middelmaat weet te verheffen is enerzijds de wranggeestige satire op een hypocriet, geradicaliseerd Amerika - de film speelt zich af in de nabije toekomst, wanneer alle dissidenten, criminelen en gekken door de regering ook letterlijk de woestijn werden ingestuurd en in dat braakland van beschaving primitieve Ersatz-gemeenschappen hebben opgericht. Anderzijds toont Amirpour dat ze haar genrecataloog kent, weet hoe je met beeld en geluid suspense moet opbouwen en hoe je cinemascope beelden moet sculpteren, wat naast de proloog nog enkele scènes oplevert die, ondanks het verschroeiende, drukkende en licht groteske sfeertje, niet snel zullen verdampen, zoals de decadente fuifscène met, jawel, Keanu Reeves als charismatische cultleider. B-cinema met A-allure.