20 juli 1969. De dag dat Eddy Merckx zijn eerste Tour wint, de dag dat Neil Armstrong als eerste mens een voet op de maan zet. In het Mount Morris Park in New York zijn tienduizenden verzameld voor nog een heel andere, maar even historische gebeurtenis. Afro-Amerikaanse supersterren als Gladys Knight & The Pips, Stevie Wonder en David Ruffin (van The Temptations) geven er het beste van zichzelf op het Harlem Cultural Festival. De maanlanding? 'Weggegooid geld', zegt een bezoeker tegen een tv-reporter: 'Never mind the moon, let's get some of that cash into Harlem.'
...

20 juli 1969. De dag dat Eddy Merckx zijn eerste Tour wint, de dag dat Neil Armstrong als eerste mens een voet op de maan zet. In het Mount Morris Park in New York zijn tienduizenden verzameld voor nog een heel andere, maar even historische gebeurtenis. Afro-Amerikaanse supersterren als Gladys Knight & The Pips, Stevie Wonder en David Ruffin (van The Temptations) geven er het beste van zichzelf op het Harlem Cultural Festival. De maanlanding? 'Weggegooid geld', zegt een bezoeker tegen een tv-reporter: 'Never mind the moon, let's get some of that cash into Harlem.'Dat contrast tussen de strijd met de zwaartekracht en die tegen ongelijkheid is een van de vele krachtige momenten in Summer of Soul (... Or, When the Revolution Could Not Be Televised). Met die documentairefilm maakt Ahmir 'Questlove' Thompson, drijvende kracht van hiphopformatie (en Jimmy Fallons huisband) The Roots niet alleen zijn debuut als regisseur, hij geeft een vergeten stukje zwarte geschiedenis de plek die het verdient. Stevie Wonder, B.B. King, Sly & The Family Stone, Max Roach, Nina Simone, Hugh Masekela, Roy Ayers, Mongo Santamaria, The Staple Singers: zes zomerweekends trad de crème de la crème uit de soul, jazz, funk, blues en gospel gratis op voor in totaal meer dan 300.000 bezoekers. En toch is de kans bijzonder klein dat u ooit van het Harlem Cultural Festival gehoord hebt, en al helemaal dat u er beelden van gezien hebt. Nochtans werd het festival van begin tot eind gefilmd door een professionele crew, die meer dan 45 uur aan materiaal schoot. Producer Hal Tulchin slaagde er in de maanden en jaren nadien echter niet in zijn unieke beelden te slijten aan een film- of televisiehuis. De daaropvolgende decennia lagen zijn vijftig filmblikken stof te vergaren in een kelder. Het Harlem Cultural Festival raakte in de vergetelheid. Zelfs een muziekconnaisseur pur sang als Questlove kende het niet, vertelt hij ons via Zoom. 'Ik wilde het zelfs niet geloven toen de producers me benaderden. Een festival met Stevie, Sly en Nina in New York, in 1969? Ga weg, man! Pas toen ze me effectief de beelden toonden - prachtige beelden die verbazend goed bewaard zijn - geloofde ik dat het geen vergissing of grap was.' Zo had Questloves eerste filmavontuur meteen ook een doel: de geschiedenis rechtzetten. Want hoe is het mogelijk dat een massaevenement van die omvang in Harlem, het kloppende hart van de Afro-Amerikaanse cultuur, compleet genegeerd werd en zelfs vergeten is? 'Eigenlijk is de vraag van één miljoen: waarom is het zo gemakkelijk om zwarte verhalen en zwarte geschiedenis te onderdrukken en weg te gooien? Het begint eigenlijk al met de redenen waarom het festival heeft kunnen plaatsvinden, denk ik. Ik geloof dat het voor het stadsbestuur destijds vooral prioriteit was om de zwarte bevolking kalm te houden, om rellen of conflicten te vermijden. Het waren onrustige, broeierige tijden, weet je. Er was de onpopulaire Vietnamoorlog, waar veel zwarte zonen het leven lieten. Een jaar eerder was Martin Luther King vermoord, en nog dezelfde avond vlogen zowat alle grootsteden - van Detroit over Philadelphia tot Atlanta - in brand. Behalve Boston, want daar trad James Brown op en dat concert werd live uitgezonden op tv. Het Harlem Cultural Festival kreeg dus een vergunning opdat de mensen iets constructiefs zouden hebben om zich mee bezig te houden.' Tegelijk was er in 1969 dat andere zomerfestival, dat alle aandacht naar zich toe trok. 'Woodstock swooped in and took the glory. Het werd het enige muzikale event waar mensen interesse in hadden. De makers van de oorspronkelijke beelden hebben zelfs geprobeerd het Harlem Cultural Festival te verkopen als 'het zwarte Woodstock'. Zelfs dan was niemand onder de indruk. Het ging zoals zo vaak in de geschiedenis van zwarte cultuur. "Niet interessant genoeg", kregen ze te horen. Of: "Het publiek daarvoor is niet groot genoeg."' Een halve eeuw later veegt Questlove alle tegenwerpingen van tafel met een wervelend, entertainend, leerrijk en snedig gemonteerd tijdsdocument. Summer of Soul, dat op het Sundance Festival de prijs van de jury én de publieksprijs wegkaapte, is méér dan een muziekfilm geworden. 'Aanvankelijk wilde ik dezelfde weg opgaan als Amazing Grace, een registratie van een Aretha Franklin-concert uit 1972 (de beelden werden destijds gedraaid door Sydney Pollack, maar pas drie jaar geleden gemonteerd tot een concertfilm, nvdr.). Geen commentaar, alle focus op de muziek. Maar hoe meer ik met mensen praatte die erbij waren, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat hier veel meer in zat dan enkele coole concerten. Neem nu Musa Jackson, die destijds vijf jaar was. Die man - 55 toen we hem spraken - wist niet meer zeker of hij dat festival echt meegemaakt had of het verzonnen had! Met deze film geven we hem en ontelbare anderen hun kostbare herinneringen terug. Jackson barstte in tranen uit toen we hem de beelden lieten zien. "Ik wíst het!" riep hij uit.' Behalve performers en publiek is er nog een 'personage' dat een grote rol speelt in Summer of Soul, volgens Questlove: het jaar 1969. '"The year the negro died and black was born", zoals iemand het zegt in de film, waarschijnlijk het belangrijkste jaar ooit voor zwarte mensen in Amerika. Er was een soort wissel van de wacht: een jonge, energieke en radicale generatie nam het over van de pioniers van de burgerrechtenbeweging. Zwarte kids zeiden: wij eisen onze rechten op, nu! Luid en onverschrokken. Gedaan met beleefd vragen en geduldig wachten. Die sfeer weerspiegelde zich in de cultuur, in de muziek. Zo evolueerden The Staple Singers van pure gospel naar protestmuziek. Je ziet dat kantelmoment hier ook in de performances van David Ruffin en Sly & The Family Stone. Ruffin stond in Harlem in de blakende zon te zingen in een wollen tuxedo, want zo hoorde het voor zwarte artiesten: netjes in het pak, gesofisticeerd, professionaliteit boven eigen comfort. Aan de andere kant van het spectrum had je Sly en zijn gemengde groep - met een blanke drummer, verdorie!? Zij stonden op het podium met afrokapsels, in jeans en modieuze hippiekleren. Zoiets had de oudere generatie in Harlem nog nooit gezien. (lacht) En sommigen vonden het ook maar niks.' Zijn ervaring als muzikant en dj kwam hem goed van pas bij Summer of Soul, meent Questlove. De film begint met een montage over een straffe drumsolo van Stevie Wonder. Hoe de film de cathartische freejazz van Sonny Sharrock verweeft met beelden van de radicale Black Panthers en politiegeweld tegen zwarten getuigt van ritmische en muziekhistorische expertise. 'America's band leader', zoals Rolling Stone Questlove noemt, was ook de uitgelezen persoon om door te dringen tot de artiesten die destijds optraden. 'Neem nu The 5th Dimension, headliner op de eerste dag. Zij maakten 'champagnesoul': heel elegant, en voor veel zwarten eigenlijk te chic en te wit. Maar in Harlem stonden ze voor het eerst voor een groot publiek dat haast volledig uit zwarten bestond en lieten ze hun rauwe gospelkant vrijuit naar boven komen. Dat gevoel - dat switchen tussen codes, je aanpassen aan je publiek of aan de locatie - ken ik heel goed. Met The Roots speelden we in het voorprogramma van Beck of System of a Down ook een heel andere set dan met Wu-Tang Clan of Erykah Badu. Zulke gedeelde ervaringen schiepen een band.' Dat de tijden nog niet zo heel erg veranderd zijn, illustreert Questlove ook met het einde van de documentaire. 'Ik heb maanden aan een stuk met die vele, vele uren aan beelden geleefd, 24 uur per dag. Bij elk fragment dat me kippenvel bezorgde, nam ik nota.' Maar het einde lag eigenlijk meteen voor de hand: gospellegende Mahalia Jackson en haar opvolgster Mavis Staples die de massa voorgaan in een pakkende samenzang van We Shall Overcome. Zo zou Hollywood de film eindigen, denkt Questlove, een kumbayamoment als voorspelbare climax. Maar de strijd is nog niet gestreden. Er zijn vandaag nog steeds obstakels - veel obstakels - voor zwart Amerika. Dus koos hij voor Nina Simone, die na haar eigen burgerrechtenklassieker To Be Young, Gifted & Black een vlammend gedicht brengt . 'Are you ready to smash white things, to burn buildings?' reciteert de hogepriesteres van de soul. 'Are you ready to build black things?''Deze film had levens kunnen veranderen als hij vijftig jaar geleden was uitgekomen', zegt Questlove. Hij verwijst naar zijn grote held Prince, wiens ogen en oren open gingen toen zijn vader hem meenam naar de muziekdocumentaire Woodstock. 'Stel je voor dat hij en anderen zoals hem toen een film als Summer of Soul hadden gezien!' Questlove heeft in elk geval de smaak van het regisseren te pakken. Een volgend project staat al in de steigers: een biografische docu over Sly Stone. 'Een pionier van de tegencultuur in de sixties. Veel mensen weten niet dat hij al voor hij muzikant was - als radio-dj - graag en gretig buiten de lijntjes kleurde. Het hippieverhaal heeft ook een zwart hoofdstuk, en dat alsnog vertellen is belangrijk, als een correctie op onze gezamenlijke geschiedenis.'