Catherine Deneuve, Jeanne Moreau, Charlotte Rampling, Emmanuelle Béart, Isabelle Huppert... De voorbije decennia stond zowat de hele vrouwelijke fine fleur van het Franse acteergild voor de camera van rasfilmer François Ozon, behalve Sophie Marceau. Daar komt eindelijk verandering in met Tout s'est bien passe, een dossierdrama waarin Ozon zich van zijn meest ingetogen kant toont en waarvoor hij zich baseerde op de gelijknamige autobiografische roman van wijlen Emmanuèle Bernheim, die eerder de Ozon-films Sous le sable (2000), Swimming Pool (2003), 5x2 (2004) en Ricky (2009) mee pende.
...

Catherine Deneuve, Jeanne Moreau, Charlotte Rampling, Emmanuelle Béart, Isabelle Huppert... De voorbije decennia stond zowat de hele vrouwelijke fine fleur van het Franse acteergild voor de camera van rasfilmer François Ozon, behalve Sophie Marceau. Daar komt eindelijk verandering in met Tout s'est bien passe, een dossierdrama waarin Ozon zich van zijn meest ingetogen kant toont en waarvoor hij zich baseerde op de gelijknamige autobiografische roman van wijlen Emmanuèle Bernheim, die eerder de Ozon-films Sous le sable (2000), Swimming Pool (2003), 5x2 (2004) en Ricky (2009) mee pende. Daarin vertolkt Marceau dus Emmanuèle, wier 85-jarige vader André (André Dussollier) na een beroerte deels verlamd is, en zijn rijkgevulde en welgestelde leven mede daarom als voltooid beschouwt. De vraag is: is Emmanuèle bereid haar vaders laatste wens in te willigen, ook al omdat euthanasie op dat moment in Frankrijk -- de film speelt zich af in de late jaren negentig - nog verboden is? Het resultaat is een ingetogen verslag van een dochter die de klus krijgt de zelfgekozen dood van haar vader te organiseren, en daarvoor langs emotionele dieptes, morele dilemma's en juridische klippen moet navigeren. Het is ook een aandoenlijk en sereen vader-dochterportret waarin la Marceau nog eens toont dat ze ook als tragédienne uit de voeten kan en dus veel meer is dan dat voormalige tienersterretje uit de kraskraker La boum (1980) of bondgirl Elektra King uit The World Is Not Enough (1999). 'Tuurlijk wilde ik al lang ooit eens met François Ozon kunnen werken', bekent de inmiddels 54-jarige Marceau op een zonnig terras in Cannes, waar Tout s'est bien passé afgelopen zomer meedong naar de Gouden Palm. 'Alleen ben ik niet het type dat constant naast de telefoon zit te wachten tot een regisseur me belt, of dat zelf aan touwtjes gaat trekken om deze of gene rol te scoren. Ik ben blij met de carrière die ik heb en heb daarnaast een rijkgevuld leven, maar als François je vraagt voor een moedige, nodige en complexe rol als deze dan is non geen optie.' Nochtans ben je drie jaar lang niet meer op het scherm te zien geweest. Vanwaar die retraite? Sophie Marceau: Ik wilde de passie terugvinden. Ik heb vaker een break genomen, want een film vreet aan je, zeker als je een dragende rol hebt. En vergeet niet dat ik al sinds mijn veertiende voor de camera sta. Ik ben nog lang niet uitgekeken op cinema, integendeel. Maar ik heb de vrijheid om mijn tijd te nemen, en dat is wat ik de voorbije jaren heb gedaan. Zonder rancune, zonder depressie, zonder spijt. Het was me-time, even terug in mijn bubbel kruipen. Je werd dankzij de tienerkomedie La boum op je veertiende al meteen een idool. Kwam het succes te vroeg, achteraf bekeken? Marceau: Ik heb nooit anders geweten. Ik was veertien en werd overal herkend. Voor mij was dat normaal. Als je zo jong ben, stel je je daar niet zo veel vragen bij. Zolang als ik af en toe maar even uit de spotlights kon verdwijnen, wat me altijd is gelukt. Ik heb mijn privéleven nooit op straat gegooid en sociale media bestonden toen nog niet. Ik denk dat de druk van succes en roem nu nog veel groter is. Ik trek me daar weinig meer van aan, omdat ik over die dingen toch geen controle heb. Je hebt wel 78.000 volgers op Twitter, waar je tweets af en toe voor deining zorgen. Marceau: Alles zorgt voor deining op sociale media. Wat je zegt, wat je niet zegt, hoe je het zegt... Men roept vaak maar wat, zonder na te denken. Drie boze tweets en het is trending. We raken oververhit, en hop: het volgende relletje is een feit. Ik probeer er de positieve kant van te zien. Het zijn kanalen waarop je je zonder tussenpersonen vrij kunt uitdrukken, waar je als artiest live in contact kunt komen met het publiek. Ik ben wel al jaren gestopt met reageren of mezelf te googelen. Ik hoef niet te weten wat iedereen van mijn nieuwe jurk denkt. Ik hou van debat, openheid en humor, niet van haat, achterklap en jaloezie. Ik doe op dat vlak bewust aan struisvogelpolitiek, en daar ben ik gelukkig mee. Sociale media en internet zorgen voor constante prikkels en je brein kan zo meer uitrusten. Het leven is te kort en te mooi om aan die relletjes tijd te verspillen. Stoort het je dat films daardoor almaar vaker onder een gevoeligheidsloep komen te liggen? Marceau: Zoals ik zei: er zijn veel positieve kanten, maar soms slaat de slinger door. Cinema, en kunst in het algemeen, is de enige plek waar fictie en realiteit zich met elkaar vermengen. Laat ons daarvan profiteren. Laat ons daar moediger zijn dan in het echt, nobeler, stouter, uitdagender, glamoureuzer. Het is peper in het leven. Ik ben voor dingen doen in plaats van erover te zeuren. Tout s'est bien passé is pas je eerste film die in Cannes in competitie zit. Heb je soms het gevoel dat je onvoldoende gewaardeerd wordt, in vergelijking met pakweg Isabelle Huppert of Marion Cotillard? Marceau: Je moet eerst zaaien om te oogsten. Dat geldt voor alles. Ik ben supertrots dat ik met Ozon de rode lopers op mag. Ce mec sait filmer, quoi. Dat weet ik al sinds zijn eerste films, maar de kaarten moeten goed vallen. Films komen nooit zomaar. Ik geloof dat de dingen hun reden hebben. De geschenken, maar ook de ongelukken. Je moet gewoon proberen er telkens iets uit te leren. Ik ben heel erg Grieks en fatalistisch. Ik twijfel voortdurend, aan van alles, maar die twijfels verlammen me niet. Ze geven me net goesting. Kijk naar de discussie omtrent euthanasie. Die is zo complex, de wetgeving errond is zo complex. Ik kan in verschillende standpunten komen en ben blij dat ik geen rechter ben die er uitspraken over moet doen. Weet je, we spelen allemaal een rol op deze planeet, maar dan zonder dat we een script hebben meegekregen. Tout s'est bien passé gaat over liefde, lijden, dood, ouderschap... Tegelijk is het ook een thriller, want de film speelt zich af in een tijd toen euthanasie nog illegaal was en de personages van de film dus een celstraf riskeerden. Het is een complete film, en een van de beste uit mijn carrière. Je hebt ondertussen ook zelf drie films geregisseerd. Zijn er nog op komst? Marceau: Niet direct, maar ik sluit het niet uit. Het is slopend werk, omdat je als regisseur nog meer verantwoordelijkheid draagt, maar ik heb veel geleerd door te kijken en te luisteren. Van Ozon. Van zoveel anderen. Ik ben nooit naar de filmschool gegaan, omdat ik zo jong al in het vak zat. Ik heb alles op sets geleerd. In de cinema ben ik een kind van veel vaders. (lacht) Van Claude Brasseur, die mijn eerste tegenspeler was in La boum en later in Descente aux enfers (1986). Van regisseur Claude Pinoteau, die me ontdekt heeft en me al die jaren begeleid heeft. Van (haar in 2016 overleden ex-echtgenoot, nvdr.) Andrzej Zulawski, die een groot cineast was (en haar ondertussen overleden ex-echtgenoot, nvdr.). Je hebt met Claude Brasseur gespeeld, met Gérard Depardieu, Philippe Noiret en Jean-Paul Belmondo, maar nooit met Alain Delon, die een paar jaar geleden nochtans zei dat hij zijn allerlaatste film met jou wil maken. Marceau: Dat zou fijn zijn, maar in dit vak weet je nooit wat er zal gebeuren. Delon, c'est Delon, een icoon, een brok Franse cultuur. Maar goed: er zijn mensen die je misloopt, voor wie je bang bent, over wie je mijmert. Misschien is dat maar best zo. (lacht)