We spreken Rutger Hauer in 2009, wanneer de laatste editie van zijn Filmfactory ten einde loopt. Na tien dagen intense samenwerking van dertig jonge filmmakers uit de hele wereld en een team van coaches wordt de laatste hand gelegd aan de eindproducten, twaalf kortfilmpjes die die avond in première zullen gaan. Er hangt een wat landerige after the party-sfeer, alleen in de geluidsstudio's wordt nog driftig gemonteerd.

De meester zelf bruist op dat moment van energie. Een natuurkracht op baskets, verweerd door de tijd, maar de ijsblauwe ogen die hem lang geleden de bijnaam 'de Nederlandse Paul Newman' opleverden, schieten nog altijd vuur. Zijn palmares oogt indrukwekkend, met een lange reeks successen in eigen land en in Hollywood. En in 2000 regisseerde hij The Room, de eerste van een reeks kortfilms die meteen in de prijzen viel.

Trust your gut, make a movie, heet het op de affiches van de Filmfactory. Niet zozeer zijn vakkundigheid wil Hauer zijn studenten meegeven, maar een boodschap : 'Ga op je gevoel af. Alles draait om intuïtie en instinct. Als je daarnaar leert luisteren, ben je tot verbazingwekkende dingen in staat.'

Is dat geen angstaanjagende boodschap voor een jonge filmmaker : volg je intuïtie ?

RUTGER HAUER: Ja, natuurlijk is het eng. Iedereen werkt op intuïtie, alleen moet je blijven luisteren. Ik geef toe, dat is moeilijk. Ook ik ging vroeger vaak in de fout. Dan begon ik te piekeren : zou ik dat wel doen ? De hersenen boven het hart, en dan ging het vaak mis. Want intuïtie laat zich niet editen.

'Je talent zijn gang laten gaan als het toeval zich aandient, daar zit 'm het geheim.'

Een voorbeeld ? Ach, dat is zo negatief. Het heeft lang geduurd voor ik mijn gevoel durfde te volgen, maar het werkt bevrijdend. Je talent zijn gang laten gaan als het toeval zich aandient, daar zit 'm het geheim. Als alles op zijn plaats valt, merk je ineens dat je sneller, economischer, beter en verrassender werkt dan je zelf voor mogelijk hield. Dat je denkt : hoe verzin ik het ? De kracht van je eigen creativiteit is enorm, je talent weet veel meer dan je zelf kunt bedenken.

Als filmmaker moet je tegen jezelf zeggen : hier heb ik gelijk in, hier wijk ik niet van af. We zijn niet voor de Oscars bezig, we doen gewoon wat oefeningen. Ik gooi mezelf erin en kijk of ik met mijn gevoel ergens uitkom. In twintig procent van de gevallen zit je misschien verkeerd, maar die gok moet je nemen en het resultaat is altijd verrassend.

In hoeverre moet je rekening houden met commercie ?

HAUER: Niet. Commercie bestaat niet, het is een pr-job. De crisis waar filmmakers wereldwijd mee zitten, is dat ze voor het grote geld hun ziel verkocht hebben. Maar niemand weet hoe commercie werkt en het hele idee 'we gaan een film maken waar héél veel mensen gaan naar kijken' is volgens mij achterhaald. Je kunt niet iedereen plezieren, je moet persoonlijke films maken. De wereld waarin we leven, verandert en film verandert mee. Sinds Gone with the Wind zijn we van iets heel verafs en glamoureus tot iets heel gebruikelijks geëvolueerd. Iedereen kan een film maken.

Goed, we zitten allemaal op rails, we hebben kinderen en een hypotheek die afbetaald moet worden. Maar je moet je ogen openhouden voor de gaten in het systeem. Het geld dat nodig is om een film te maken, is best nog te vinden. En dan maak je een film die gewoon van jou is, die een leuk verhaal vertelt. En die flikker je op het internet. Klik, klaar. En als het goed gaat, krijg je nog eerlijke reacties ook.

Er is een publiek voor alles : voor crap, maar ook voor mooie films. En niemand die zegt : dat kan niet, dat mag niet. We zijn helemaal bevrijd. Die nieuwe manieren van screenen, die directe dialoog met het publiek, daar kan ik dus koud van worden.

U bent heel enthousiast over nieuwe technologie.

HAUER: Ik ben enthousiast over technologie waar ik veel mee kan doen. In de Filmfactory hebben we vijf, zes films gemaakt met een kleine camera die eigenlijk heel slecht is. Dat is een goede oefening. En ik vind het helemaal niet erg als een film wat rauw is en lelijk. Dat gejengel en gezeur dat alles precies moet kloppen, daar ben ik totaal niet in geïnteresseerd. Anton Corbijn, die vorig jaar aan de Filmfactory meewerkte, had het over de schoonheid van de imperfectie, en daarin kon ik hem helemaal volgen.

'Het geld dat nodig is om een film te maken, is best nog te vinden. En dan maak je een film die gewoon van jou is, die een leuk verhaal vertelt. En die flikker je op het internet. '

Wat ik wil vangen, is een gevoel van echtheid, van realiteit, maar dan gecondenseerd. Niet op zijn Big Brothers, aan dat soort werkelijkheid heb ik dan weer geen boodschap. En nee, je hoeft geen vijf jaar naar school te gaan om een film te maken.

Ik ben natuurlijk maar één filmmaker, met één standpunt. Maar dan wel een standpunt waar ik veertig jaar aan gewerkt heb. De vonk wil ik zien, ik wil hem voelen. Wat er in je hoofd zit en in je ziel, en wat je beweegt. Ik wil zelf in beweging blijven en anderen bewegen. Dat is een nieuwe gave die ik in mijzelf ontdekt heb. Een mooie rol in een film spelen doet je goed, maar bij andere mensen het vuur in hun kop aansteken, daar krijg ik ontzettend veel energie van.

Superproducties als Blade Runner, gelooft u daar dan niet meer in ?

HAUER: In die film zat een soort intelligentie die je niet vaak meer tegenkomt. Maar het is niet zo dat ik niet meer geloof in dat soort films, ik geloof in alle films. Alleen weet ik zeker dat een film als Blade Runner nooit meer gemaakt kan worden. Toen hij in 1982 uitkwam, was hij niet eens een succes, toch niet in de VS. Later kreeg de film een soort cultstatus, hij heeft er 25 à 30 jaar over gedaan om zijn echte publiek te halen. Maar de filmsupermarkten van tegenwoordig kunnen niet meer zo lang wachten, de investeerders willen er zeker van zijn dat ze hun miljoenen snel terugkrijgen.

Al blijft het natuurlijk een bijzondere film, veel meer dan een sciencefictionstory van mens versus machine. Dat verhaal is van alle tijden, maar in de nieuwe digitale versie van 2007 krijgt het een nieuwe dimensie. Want de toekomstvisie is intussen al behoorlijk oud, maar werd met de nieuwste middelen opgepoetst en de stemmen zijn allemaal digitaal opgenomen. In feite worden alle rollen nu dus door replicanten gespeeld. Dat is een kwestie van tijd en interpretatie, daar zit voor mij een glimlach van toevalligheid in. Zouden de mensen überhaupt weten hoe complex en raar en beeldschoon het verhaal is ?

'Ik weet zeker dat een film als Blade Runner nooit meer gemaakt kan worden.'

Nu, toen ik met Ridley Scott samenwerkte, was ik nog niet zo helder dat ik al die dingen kon bedenken. Maar ik wist dat ik in zijn hoofd danste, we communiceerden met blikken, daaraan hadden we genoeg. Het vreemde is dat mijn tekst van toen, "I've seen things you people wouldn't believe", met het ouder worden steeds meer waar wordt. Ik héb inderdaad een heleboel dingen gezien die anderen niet gezien hebben. Als ik tegen collega's zeg : 'Heb jij dat nu ook ?', zie ik ze vaak denken : 'Waar heeft hij het in hemelsnaam over ?' Tijdens de vorige edities van de Filmfactory heb ik me gerealiseerd dat ik toch meer zie dan de meeste collega's omdat mijn blik ruimer is en ik zo'n grote ervaring heb.

U acteert ontzettend veel. Zijn dat allemaal rollen waar u volledig achter staat ?

HAUER: Ik sta achter mijn werk en ik ga graag achter filmmakers staan. Acteren is mijn kunst en om die te beheersen moet ik veel oefenen. Ik ga er niet van uit dat de films waarin ik speel succesvol zullen zijn, ik neem grote risico's. Als je al zolang bezig bent als ik, moet je tijd en energie besteden aan filmmakers die nieuw en misschien veelbelovend zijn, dat is nodig voor je eigen ontwikkeling. Zo heb ik onlangs Pieter Brueghel gespeeld in een film van de Poolse regisseur Lech Majewski. Hij belde me op : "Kom je spelen ?" Ja, natuurlijk kom ik spelen. We hadden zo'n goed contact aan de telefoon dat ik hem meteen daarna een boodschap stuurde : "Ik ken je niet, maar ik mis je nu al." Zo intuïtief ging dat.

Ik las het script en snapte er de helft niet van. Bleek dat Majewski een langspeelfilm wilde maken over één schilderij : hij wilde als het ware door de kleuren en de verschillende lagen verf breken. Misschien probeert hij film opnieuw uit te vinden, of de schilderkunst, ik weet het niet. Maar goed, ik heb mijn rol gespeeld. Voor een green screen, vaak zonder tegenspelers. Nu ben ik kleurenblind, maar tenzij het gras is, is groen geen fijne kleur. Dan denk je: "Wat is dit, zit ik in een kool misschien ?" Spelen voor green screen, ik had het al eerder gedaan, het zorgt voor eigenaardige, geïso-leerde experimenten, maar wel boeiend. En nu is de film af en ik weet absoluut niet wat het is, maar dat maakt het nu net interessant.

Zijn er ook rollen waarvan u achteraf dacht : dit had ik beter aan mij voorbij laten gaan ?

HAUER: Een derde van mijn tijd moet ik besteden aan hoe ik de huur ga betalen, zo simpel is dat. Maar ik sta achter al mijn fouten, want die horen er gewoon bij. Mensen denken vaak dat je rollen kiest in functie van carrière maken, maar zo is dat niet. Ik ben gewoon bezig, ik werk en kijk of ik er onderweg wat van kan opsteken. Je weet het nooit van tevoren. Je kunt van een rol denken: dit ziet er goed uit, om allerlei redenen, en dan gaat het niet door. Of je denkt: het script is niet geweldig, maar het kan leuk worden. Of nog: ik doe het gewoon even. En dan kom je eruit, je hebt erg leuk gewerkt en een heel slechte film gemaakt.

'Op mijn vijftiende reisde ik als lichtmatroos de wereld rond. Toen al wist ik dat die groot en wonderlijk is, en dat je hem op vele manieren kunt ontdekken.'

Nog een variant: je begint ergens aan, het ziet er niet goed uit, je werkt helemaal niet prettig, maar er komt een briljante film van. Films worden nu eenmaal niet op de set gemaakt, maar op de montagetafel. En natuurlijk is het leuk als je de juiste snaar raakt, maar het spannende van het ontdekken, samen met een paar goede mensen, dat is voor mij belangrijker dan het resultaat. Ik ben een ontdekkingsreiziger in film, altijd geweest. Trouwens, hoe ouder ik word, hoe minder ik weet. Dat is geen flirt met één of andere filosofie, zo voel ik het echt. Een heleboel ideeën raken versleten, de bodem valt eruit. Wat je weet, wordt minder, maar wat overblijft, is fijn. En zo komt er ook wat vrije ruimte op je harde schijf zodat er weer wat nieuws bij kan.

U werkt al zo lang in het buitenland, hoe Hollands bent u nog ?

HAUER: Ik denk dat ik een wat rare snoeshaan ben, of dat Hollands is weet ik niet. Doordat ik in Holland opgroeide, heb ik mijn talen geleerd. En op mijn vijftiende reisde ik als lichtmatroos de wereld rond. Toen al wist ik dat die groot en wonderlijk is, en dat je hem op vele manieren kunt ontdekken.

De laatste twintig jaar ben ik niet veel in Holland geweest. Ja, ik heb nog een huis in Friesland. Dat is het paradijs en wat moet je met het paradijs? Ik heb het en ik hou het zo lang ik kan. Voor de rest is er de wereld : hotelkamers en Los Angeles, waar mijn tandarts en een paar agenten wonen. Een maintenance town, maar verder maak ik er geen deel van uit.

Hollywood is een heel raar verhaal, een idee dat levend gehouden wordt door de paparazzi. Er zijn een paar fabrieken, niet eens in Hollywood zelf, daar zijn de kantoren en secretaresses. Een angstige, heel kwetsbare plek waar nu veel ontslagen vallen en veel geleden wordt. Het land gaat door een diepe financiële crisis, ze zijn slapend bestolen. En al die films kosten 200 miljoen dollar ; daarvan worden er vijf per jaar gemaakt. Als er één flopt, is dat een ramp. Kun je op je vingers narekenen hoeveel spanning dat geeft.

Dat dit zo gigantisch uit de klauw is kunnen groeien, gaat mijn pet te boven. Dat je met één product de wereld van jou wil maken: ga dat nu allemaal zien, dat we ons geld terugkrijgen en het liefst nog wat meer. Nee, ik zie Amerika nog niet zo snel herrijzen als filmmakend land. Blijft de rest van de wereld over om films in te maken. Europa is waar mijn hart is, ik zie de Filmfactory als een Europese versie van Sundance.

Enerzijds bent u heel idealistisch, maar anderzijds ook no-nonsense. Misschien is dat toch Hollandse nuchterheid.

HAUER: Flauwekul, daar heb ik gewoon geen houding voor. Natuurlijk moet je weten wie je bent. Maar daar moet je niet over zeuren, je moet gewoon kijken hoe groot het gebied is waarin je terechtkunt, waar je grenzen zijn en of je ze kunt verleggen. En dan : aan de slag. Zelfs met een klein formaat filmpje kun je diep gaan, iemand beroeren, in zijn hart raken. De eerste film die ik als regisseur gemaakt heb, ging over aids, heel poëtisch, totaal niet boodschapperig. Maar wel heel emotioneel, en de mensen voelen dat. Je beeldtaal die begrepen wordt, die herkenning is heel mooi, daar leef je voor. Hoe is het mogelijk dat ik dat in drie dagen uit mijn hoofd heb kunnen rukken, denk ik dan.

Dit is een bewerkte versie van een interview dat oorspronkelijk op 5 augustus 2009 in Knack Weekend verscheen.

Wie was Rutger Hauer?

Rutger Hauer werd op 23 januari 1944 geboren in Breukelen bij Utrecht in een gezin van acteurs. Hij was een rebel in zijn jeugd, monsterde op zijn vijftiende aan op een vrachtschip en reisde de wereld rond. Later volgde hij acteerlessen aan de Toneel-school Amsterdam en toerde door Friesland met de Noorder Compagnie.

Zijn eerste grote succes was de Nederlandse televisieserie Floris. Daarna volgden films als Turks fruit en Soldaat van Oranje en een hele reeks Amerikaanse en internationale producties.

Tot zijn favoriete rollen behoort die van de replicant Roy Batty in Blade Runner van Ridley Scott en die van de dakloze alcoholist Andreas in Ermanno Olmi's The Legend of the Holy Drinker. Hij was ook te zien in onder meer Nighthawks, Ladyhawke, The Hitcher, Confessions of a Dangerous Mind, Sin City en Batman Begins. Rutger Hauer was sinds 1985 getrouwd met schilderes en beeldhouwster Ineke ten Kate.