Oh Willy..., de eerste stop-motionkortfilm van Emma De Swaef en Marc James Roels, harkte in 2012 een pak internationale prijzen en nominaties binnen. Met Ce magnifique gâteau!, waarin ze vijf in wol en vilt gemaakte personages neerzetten in de Congo-Vrijstaat van Leopold II, lijkt het dezelfde richting uit te gaan. Het regisseurskoppel werkte zes jaar aan hun tweede kortfilm. 'Met onderbrekingen weliswaar', vertelt Emma De Swaef aan de salontafel van hun appartement in Antwerpen, 'om de financiële putten telkens weer te vullen.' Zo creëerden ze het Stressmannetje van De Lijn en het figuurtje uit de reclames voor Tiense Suiker.

We wilden Leopold II niet als bron van alle kwaad neerzetten. Als je een ultieme zondebok creëert, zeg je eigenlijk tegen je publiek: "Het is allemaal zijn fout, jij hoeft hier niet verder over na te denken."

Emma De Swaef

Hun 'kortfilm' werd uiteindelijk 44 minuten lang. 'We hebben onszelf eigenlijk drie keer in de voet geschoten', lacht De Swaef. 'Door die ongebruikelijke lengte tussen kort- en langspeler, door alles in hoofdstukken te willen vertellen en door animatie voor volwassenen te maken. Maar voorlopig lijkt ons dat gelukkig geen parten te spelen.'

Integendeel. Ondertussen regende het prijzen in onder meer Annecy, Zagreb, Ottawa en Toronto, en in mei mocht Ce magnifique gâteau! ook al in première in Cannes, in de nevensectie Quinzaine des réalisateurs, en werd hij ook als enige film vertoond op de bijbehorende soiree. Een opsteker. 'Zo mogelijk het rottigste uur van mijn leven.' Oké, De Swaef ziet het misschien lichtjes anders.

Waarom?

Emma De Swaef:(lacht) Niemand zou gedwongen mogen worden om op zo'n rauw moment, wanneer alles net afgewerkt is, zijn eigen film te moeten bekijken in een zaal vol met relatief onverschillige mensen. Het is ook een misvatting dat wij al zes jaar hebben toegewerkt naar die release in Cannes. We zijn dankbaar voor de ervaring, maar ik zat daar vooral te denken: mag ik alsjeblieft terug naar mijn studio? Poppen gaan me toch beter af dan praatjesmakers in galakledij.

Marc James Roels: (grinnikt) In de filmwereld zijn animatiemakers de poëzieclub, hè. De introverte neuroten die in een hoekje van de grote zaal zitten en vooral stilletjes hun eigen ding doen. En omgekeerd is er nog altijd een oude garde die denkt: je hebt echte films, en dan die poppenkastnonsens.

De titel verwijst naar een uitspraak van Leopold II, die een groot stuk van de Afrikaanse taart wilde. Hoe wordt de film in het buitenland onthaald? In de UK bijvoorbeeld wordt alles wat naar Belgisch kolonialisme ruikt doorgaans goed ontvangen, al was het maar om het eigen onfrisse verleden even te kunnen negeren.

De Swaef: Onze film is geen aanklacht, we gebruiken Congo gewoon als setting. Maar ik merk op de festivals vooral hoe weinig er in de rest van de wereld nog geweten is over ons verleden. We hebben dat blijkbaar zeer goed weggemoffeld. Zelf waren we het bangst voor de Amerikaanse reacties, gezien de raciale context. De distributeurs daar hebben ook lang geaarzeld. Pas toen Barry Jenkins, de regisseur van Moonlight, zich als fan uitte op Twitter, raakte alles plots in een stroomversnelling.

Roels: We voeren inderdaad geen zwarte helden op, maar er komt net zo goed geen white saviour-figuur aan te pas. Het Congoverhaal kent veel tragiek maar geen helden. We hebben heel wat dagboeken uit die tijd doorgenomen, en zelfs de 'verlichtste' kolonialen hadden een problematische kijk op de inheemse bevolking. In het allerbeste geval behandelden ze hen als kinderen die opgeleid moesten worden.

De Swaef: Dat maakt Ce magnifique gâteau! voor een blank, Belgisch publiek ook wat oncomfortabel. Nergens krijg je een reddingsboei toegeworpen, een personage waaraan je je kunt vastklampen en denken: ach, we deden het toch zo slecht nog niet in de Congo. Daarom wilden we Leopold II ook niet als bron van alle kwaad neerzetten. Als je een ultieme zondebok creëert, zeg je eigenlijk tegen je publiek: 'Het is allemaal zijn fout, jij hoeft hier niet verder over na te denken.' Al is het mogelijk dat er nu de kritiek komt dat hij ondanks alle frustratie, woede en narcisme die we hem meegaven nog altijd te cute is.

Het is dan ook een wollen pop. Naast Leopold voeren jullie nog vier protagonisten op: hoe letterlijk zijn die uit die dagboeken gelicht?

De Swaef: We geven geen geschiedenisles, het ging ons eerder om een algemene mentaliteit. Alleen de scène waarin de zwarte kruiers van de brug vallen, kwam wel vaker terug. Zij het vooral als bedenking: we moeten toch eens overwegen om ze niet allemaal aan elkaar te ketenen, want als er eentje valt, zijn we meteen al onze marchandise kwijt.

Het beeld dat jullie van de gemiddelde koloniaal schetsen, is eerder meelijwekkend dan wreed.

De Swaef: (knikt) Mensen die niets meer te verliezen hebben en daarom maar naar de kolonie trekken. Die sfeer zat ook zeer fel in Voyage au bout de la nuit, het boek van Louis-Ferdinand Céline dat een grote inspiratie is geweest. Mensen waren amper van de boot gestapt of ze vroegen zich al af waarom ze in godsnaam naar daar waren gekomen. Ze worstelden met de hitte, werden ziek, raakten aan de drank. 'Iedereen sterft hier', schreef Céline. 'Door ofwel heel dik ofwel heel mager te worden.'

***

'Ik keek in de ogen van de man die Ota, onze hotelpygmee, zou inspreken in de lokale pygmeeëntaal, en plots had ik door wie Ota echt was', vertelt De Swaef. 'Alleen, dat was niet hoe wij hem noodgedwongen al hadden geshoot. We hebben die scènes dan maar opnieuw opgenomen.' Voor de goede orde: Ota's verhaal wordt in zo'n zeven minuten verteld. Het tienkoppige team van De Swaef en Roels animeert op de perfecte werkdag ergens tussen de vijf en tien seconden.

Over welke aanpassingen aan de pop hebben we het trouwens?

De Swaef: Subtiele details: een rimpeltje hier, een licht aangepaste schakering van de oogkleur... Wat? We hebben ons nog ingehouden, want uiteindelijk hebben we enkel de close-ups opnieuw gedraaid - een paar weken werk. Ik wilde eigenlijk de hele Ota-verhaallijn opnieuw doen. Niemand maalt om die boom op de achtergrond, hè, je moet in de eerste plaats geloven dat die pop lééft.

De eerste Alien-films zijn nog steeds de engste van de franchise, omdat ze echt met een pop werkten. Vandaag praten acteurs tegen een tennisbal op een stokje met een groen scherm achter zich.

Marc James Roels

Marc, ga jij daar op zo'n moment vlotjes in mee?

Roels: (droog) Ik zou de hele film vandaag opnieuw willen draaien. Dat is niet eens perfectionisme, je streeft gewoon naar een zo groot mogelijke authenticiteit.

Jij bricoleerde zelf drie maanden aan een replica van de Koninklijke Serres van Laken. Terwijl...

Roels:... die maar in één shot zitten, ja. Ik heb de originele plannen opgezocht, alles uitgetekend en samen met ons Franse team in elkaar gestoken. Achteraf gezien had ik misschien wel minder tijd aan de achterkant kunnen besteden, die niet eens in beeld komt. Of er niet overal minuscule schedeltjes in moeten verwerken, want die zijn nooit zichtbaar. (grinnikt) Ik troost me met de gedachte dat de stukken nu ook tentoongesteld worden in Oostende.

Ook jullie geprefereerde materiaal is niet het makkelijkste om mee te werken: wol en vilt ademen nu eenmaal.

De Swaef: (knikt) 's Nachts zakt de hele set een beetje in. Wat dus ook betekent dat als je een shot 's avonds niet afgewerkt krijgt, je alles wat je tijdens die werkdag hebt gefilmd, kunt weggooien.

Je hebt altijd al met wol gewerkt. Waarom?

De Swaef: Ik maakte al poppen als bijverdienste toen ik nog documentaire studeerde. Het zit ook een beetje in de familie. Op mijn tiende verhuisden we van de stad naar een boerderij. Mijn vader kocht toen ook wat schapen en maakte als hobby tapijten van hun wol. Knoop per knoop, drie jaar per tapijt.

Marc, jij studeerde weliswaar animatie maar maakte later ook de verdienstelijke live-actionkortfilms Mompelaar en A Gentle Creature. Vanwaar de terugkeer naar animatie?

Roels: Ik kon weliswaar een verhaal vertellen, maar ik was een slechte tekenaar. Ik heb dan een tijdlang videoclips en commercials gemaakt, tot ik Emma leerde kennen en steeds vaker meewerkte aan haar stop-motionfilms. Het tempo ligt veel lager, maar verder merk ik weinig verschil tussen de twee genres: ik communiceer op dezelfde manier met een animator als met een acteur.

'Zelfs de verlichtste kolonialen behandelden de inheemse bevolking als kinderen.'

Jullie stijl en poppen zijn heel herkenbaar. De reclamefilmpjes die jullie maakten voor De Lijn en Tiense Suiker zijn duidelijk van jullie hand. Proberen jullie er zuinig op te zijn?

De Swaef: Voor Natuurpunt of Kom op tegen Kanker doe ik dat graag, maar je wilt ook niet bekendstaan als 'de makers van het Stressmannetje, die soms ook iets met kortfilm doen', hè. We hebben die filmpjes gemaakt om de putten van Ce magnifique gâteau! te dempen, maar ik geef toch liever les dan reclame te maken. Vanaf december schrijven we weer non-stop aan onze eerste langspeelfilm en verdienen we dus niets, maar ik zal daar niet over klagen. Dit is gewoon onze keuze. Ik zie ons ook niet elke dag naar kantoor vertrekken, we passen niet echt in de normale maatschappij.

Hoe bedoel je?

De Swaef: Na Oh Willy... heb ik het even in een supermarkt geprobeerd, en ik bleek 's werelds slechtste caissière. Net omdat ik de beste en meest nauwkeurige wou zijn. Maar in de praktijk kwam dat erop neer dat ik gewoon tien keer het wisselgeld hertelde. (lacht) En Marc geef ik drie dagen in een reguliere job voor hij ofwel zelf opstapt of ontslagen wordt.

Roels: 'Laat Marc maar in een hoekje met potlood en papier spelen, jongens. Hij is precies een beetje simpel.' (lacht)

Marc James Roels

Geboren in 1978 in Johannesburg, Zuid-Afrika.

Verhuist op zijn zestiende naar België.

Studeert animatie aan KASK in Gent.

Draait videoclips, commercials en de live-actionkortfilms Mompelaar en A Gentle Creature.

Vormt al vijftien jaar een koppel met Emma De Swaef.

Jullie werken ook behoorlijk puriteins. Achteraf mag er niets geretoucheerd worden.

De Swaef: Hooguit is er eens een stokje weggewerkt, omdat we een personage in de lucht moesten houden. Als je te veel trucjes uithaalt en retoucheert, wordt alles te glad. Je moet het gevoel krijgen dat je naar een heel goed uitgevoerde poppenkast kijkt. Waarom zou je ook zoveel geld en tijd in stop-motion steken als je het niet eens meer als stop-motion herkent?

Is dat niet exact wat Tim Burton doet?

De Swaef: Burton gaat echt te ver. En Burton wéét dat hij te ver gaat. Toen hij destijds aan Frankenweenie werkte, was ik op bezoek bij zijn poppenmakers. Burton vraagt hun om perfecte, gladde poppen, waar ze dan achteraf heel subtiele lijntjes in trekken zodat het eindresultaat net iets minder afgelikt lijkt. Het is een combinatie van extreem perfectionisme en een te groot budget, denk ik.

Roels: Wes Anderson pakt het gelukkig anders aan. Het succes van Isle of Dogs zat hem volgens mij ook net in die authenticiteit.

Isle of Dogs werd gemaakt in Londen, terwijl Anderson de boel bestierde vanuit zijn huis in Parijs.

Roels: Hij staarde daar Big Brother-gewijs naar monitors en stuurde duizenden mailtjes met instructies. Slim. Telkens als wij een animator moesten uitleggen dat ze een dag voor niets gewerkt had omdat een of ander detail vloekte met de continuïteit, had ik dat ook liever vanuit Parijs gedaan. Al zijn we er ondertussen wel bedreven in geworden om die boodschap zeer nederig en half huilend over te brengen. (lachje)

Emma De Swaef

Geboren in 1985 in Gent

Studeert documentaire aan Sint-Lukas in Brussel.

Maakt in 2008 met haar afstudeerproject Zachte planten haar eerste stop-motion met wollen en vilten poppen.

Trekt die lijn in 2012 samen met coregisseur Marc James Roels door in de kortfilm Oh Willy... Met 75 internationale prijzen is het de meest bekroonde Vlaamse kortfilm.

Geeft ook halftijds les aan Sint-Lukas in Brussel.

Andersons team bestond uit meer dan zeshonderd mensen. Dat van jullie uit zestien: acht decorbouwers en acht in de studio. Zijn jullie jaloers op zoveel mankracht?

De Swaef: Het is ook een talent om zeshonderd neuzen in dezelfde richting te krijgen. Da's iets wat wij vandaag echt niet zouden kunnen. De beste shots maken we trouwens nog steeds met ons tweeën en één goede animator, zonder pottenkijkers.

Tot slot. Niet iedereen overleeft jullie koloniale avontuur, maar zonder te spoilen: jullie poppen lijken zich extreem goed te lenen voor horror.

De Swaef: Als je poppen tot leven brengt, zit je sowieso al niet zo ver van horror verwijderd. De Britse regisseur Robert Morgan maakt bijvoorbeeld effectief heel krachtige stop-motionhorror.

Roels: In zijn talks toont hij veel B-filmfragmenten uit de jaren vijftig waarin met stop-motion werd gewerkt. Zeer unheimlich. Denk bijvoorbeeld ook aan The Thing, of de eerste Alien-films. Die zijn nog steeds de engste van de hele franchise, omdat ze echt met een pop werkten. Vandaag praten acteurs helaas tegen een tennisbal op een stokje met een groen scherm achter zich, maar in die oude films zit een kracht die ik niet in CGI terugvind. Onze neefjes keken onlangs naar The Neverending Story: ze waren zo bang dat ze hem niet hebben uitgekeken, maar ze praten er vandaag nog altijd over. Probeer dat maar eens te bereiken met een Minion.

Ce magnifique gâteau!

In première op 9/12 in Bozar. Vanaf 19/12 in de bioscoop in combinatie met de stop-motionkortfilm Bloeistraat 11 van Nienke Deutz.