'Zo ben ik: ik breek alles af', flapt Koen Mortier eruit wanneer hij merkt dat een van de veren in zijn engelenvleugels scheefzit. De vleugels zijn een idee van de fotografe en sluiten mooi aan bij zijn film, die Filmfestival Oostende opent en meteen daarna doorreist naar Toronto voor het belangrijkste filmfestival van Noord-Amerika. In Engel vertelt Mortier over de coup de foudre tussen twee gevallen engelen. Hij is een verslaafde wielerkampioen die naar Senegal is gevlucht, zij een prostituee die nog nooit van de koers heeft gehoord. Komt u dat bekend voor? Dan hebt u Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten gelezen, de novelle van Dimitri Verhulst die Koen Mortier als startpunt gebruikte. Kan ook: u herinnert zich de trieste dood van Frank Vandenbroucke. De begenadigde wielrenner die in 1999 met groots machtsvertoon Luik-Bastenaken-Luik won, stierf op 12 oktober 2009 in de armen van een prostituee in Senegal. In het grijsgedraaide nummer Ploegsteert omschrijft Het Zesde Metaal hem als 'God is van onze parochie en rijdt met de fiets'.

De engelenvleugel is snel hersteld. Met lichte tegenzin - 'ik hoor achter de camera thuis, niet ervoor' - poseert Mortier opnieuw en kruipt op het hoogste punt van een Brussels dakterras met zicht op het Klein Kasteeltje en een echte art-decokerk.

Koen Mortier

Geboren in 1966.

Bekend als regisseur (film, commercials, muziekvideo's) en producent.

Heeft samen met Joe Vanhoutteghem een alter ego, Lionel Goldstein, dat zeer regelmatig internationaal in de prijzen valt met reclamefilms.

Richt in 1999 het productiehuis Czar op.

Lokt met zijn debuut Ex Drummer (2007) sterk uiteenlopende reacties uit. De film wordt een culthit in het buitenland. De soundtrack is geweldig.

Heeft het in 22 mei (2010) over terrorisme. De festivals tonen interesse, het publiek laat de donkere mindtrip links liggen.

Speelt in Home van Fien Troch een schooldirecteur die angst inboezemt.

Haalt met al zijn speelfilms de selectie van het filmfestival van Toronto.

Waar zijn we?

Koen Mortier: In Molenbeek, een hellhole volgens president Trompe le monde, op het dak van Czar, het bedrijf dat ik met drie partners run. In de beginjaren hielden we ons vooral bezig met commercials. Als je als regisseur je brood wilde verdienen leek reclame de enige uitweg. Er waren geen tv-reeksen die de moeite waren en om een film te maken waren de mogelijkheden beperkt. Ik regisseerde toen al internationaal reclameclips, dus de stap was snel gezet. Het is altijd de bedoeling geweest om op te schuiven naar film en dat is ook gebeurd. Vandaag maken we commercials en films en coproducen we series voor de BBC zoals The Missing, White Queen of Les misérables. Zelf een tv-serie maken en bedenken is de volgende stap.

Voor Engel trok je naar Senegal. Is draaien in Mbour opwindender dan in Brussel of Oostende?

Mortier: Draaien is nooit saai en filmregisseur is het mooiste beroep ter wereld. In Senegal filmen was fantastisch. De chaos grijpt je bij de keel zodra je er landt. Maar Senegalezen zijn sympathieke en optimistische mensen die vreemdelingen niet wantrouwen. De samenwerking met Cinekap, het Senegalese productiehuis dat ook werkte op Félicité van Alain Gomis, viel supergoed mee. Toen we afreisden, waren er nog veel spanningen, maar ter plekke bleek alles geregeld. Absurditeiten en wrijvingen kom je op elke set tegen. Zo hadden we een heel tof café in Mbour gevonden. Daags voor de opnames ontdekte de artdirector dat de sympathieke patron voor ons heel zijn café had geschilderd. Die dacht: ze komen hier filmen, mijn café moet er goed uitzien. Maar dat was uiteraard niet zo. Hij heeft alles opnieuw moeten trashen.

Heb je wat met wielrennen?

Mortier: Ja. Mijn generatie heeft de liefde voor het wielrennen in het bloed. Daar zit Eddy Merckx voor veel tussen. Zeker vanuit Belgisch oogpunt was hij allesbepalend voor het wielrennen. Roger De Vlaeminck kwam uit mijn regio. Toen we tussen acht en twaalf waren, organiseerden we elke week onder elkaar een wielerwedstrijd. Ik kan me niet voorstellen dat kinderen dat vandaag nog doen. Op mijn twaalfde kreeg ik van mijn vader een koersfiets. Dan gingen we met twee of met de wielertoeristen fietsen. Wielrenner mocht ik niet worden, maar dat zat er ook niet in. Daar moet je serieus veel inhoud voor hebben.

VINCENT ROTTIERS als wielrenner Thierry Brasfort. © Stephan Vanfleteren

En heb je wat met figuren zoals Frank Vandenbroucke?

Mortier: Uiteraard. Ik hoef er niet flauw over te doen: zowel het boek van Dimitri Verhulst als de film is door hem geïnspireerd. Wat mij frappeert, is dat er een hele generatie tragische wielrenners is geweest. Denk maar aan wat Jan Ullrich nu overkomt (de Duitse Tourwinnaar verblijft in een ontwenningskliniek nadat hij op Mallorca stennis heeft gemaakt en in Frankfurt bijna een prostituee heeft gewurgd, nvdr.). Die is volledig door het lint gegaan. Hij was een échte wereldtopper, maar zijn leven is om zeep. Volgens mij is dat een gevolg van dopinggebruik. Psychisch is hij een wrak. Misschien heeft hij wel een persoonlijkheidsstoornis, en hij is niet de enige. Marco Pantani stierf aan een overdosis, Lance Armstrong bungelde over de rand. Die hebben zoveel gepakt.

De grote vraag in mijn kop is: waar is het met die jongens misgelopen? Is dat het management? De sportdirecteurs? De fans die hen opjagen? De media? Alles tegelijk? Is er een trigger waardoor ze de pedalen verliezen?

Welke verantwoordelijkheid dragen de fans?

Mortier: 'God is terug.' Niet Frank Vandenbroucke zei dat, wel zijn fansite. Stel je maar eens voor dat jij op je twintigste God wordt genoemd. Wat zou dat met je doen? Waarschijnlijk wil je dan God blijven. Dat is het ergste. Op een bepaald moment rij je achter je eigen leugen aan.

Hetzelfde gebeurt nu waarschijnlijk met onze voetbalsterren. In Senegal droeg een op tien mannen een shirt van Eden Hazard of Romelu Lukaku. Ongelofelijk, niet? Maar hoe ga je daarmee om? Hazard steekt een hamburger in zijn mond en lacht eens. Dat is zijn redding. Maar er komt onvermijdelijk een moment dat het voorbij is en dan is de vraag of je wel zonder die overweldigende aandacht en bewondering kunt. Bij Ullrich is de nood om in de schijnwerpers te staan een deel van het probleem.

Begrijp je die adoratie?

Mortier: Hazard, De Bruyne, Merckx, De Vlaeminck, Vandenbroucke, Ullrich, Armstrong: ze weerspiegelen wat andere mensen willen zijn: winnaars. Het zijn helden. Net zoals filmhelden roepen die sporthelden emoties op die we in onszelf niet vinden.

De familie Vandenbroucke staat niet achter Engel. Je moet op je woorden letten als het over hem gaat.

'Wekelijks duiken er op vreemde sites nog altijd recensies op van Ex Drummer. Vorig jaar merkte ik dat de film via YouTube in het Spaans kon worden bekeken. Tweehonderdduizend mensen hadden dat ook gedaan.'

Mortier: Ik wíl niet eens dat de film specifiek naar hem verwijst. Zijn verhaal is shakespeariaans. Gebruik zijn biografie, achterhaal de waarheid en je hebt materiaal voor een fantastische film. Maar dat is niet wat ik heb gedaan. Mijn film is veel beperkter. Toen ik het boek van Dimitri Verhulst las, wilde ik het meteen verfilmen. Waarom? Ten eerste omdat het een intrigerend verhaal is. Ten tweede omdat het twee totaal verschillende werelden samenbrengt. Je hebt een superster en iemand die niets heeft. Ondanks de enorme sociale, economische, culturele, religieuze en financiële verschillen worden ze verliefd op elkaar. Een amour fou. Iedereen zegt dat ik alleen maar gewelddadige, beangstigende of bizar-humoristische films maak. Dus heb ik een liefdesfilm gemaakt.

Heb je Seynabou Diop opgezocht, de Senegalese vrouw met wie Vandenbroucke zijn laatste uren heeft doorgebracht?

Mortier: Nee. Ik heb wel prostituees bezocht om het een en ander uit te dokteren. Wat zijn de werkomstandigheden? Hoe voelen ze zich daarbij? Ik ontmoette een meisje van 24 dat enorm slim, mondig en grappig was. Ze beantwoordde totaal niet aan het cliché van de Afrikaanse prostituee. De meeste prostituees beantwoorden daar trouwens niet aan. Op haar heb ik het personage Fae geënt. Soms was mijn westerse dwaasheid pijnlijk. In het scenario stond dat Fae een douche nam. Daar moest die prostituee om lachen. Ze vroeg of ik haar douche wilde zien. Ze nam me mee naar een kamer zonder venster. Een emmer met water was haar douche. De feiten zijn soms harder dan je je kunt indenken. Ze leed er niet onder. Het was wat het was.

Ze was moslim. Overdag droeg ze een hoofddoek. 's Nachts ging ze de straat op in een korte rok, met een diep décolleté en een pruik op haar hoofd. Ik herkende haar de eerste keer niet. Ik schrok. We zijn zo geïndoctrineerd door een bepaald beeld van de moslim en bepaalde ideeën over Afrika. In Senegal werkt het helemaal anders.

Elf jaar geleden debuteerde je met de ophefmakende, ruige Herman Brusselmans-verfilming Ex Drummer. Die was even op weg om uit te groeien tot een cultfilm in het buitenland. Is dat er ook van gekomen?

Mortier: Het wordt erger en erger. Ik vind het een moeilijke film om mee om te gaan omdat de reacties zo tegenstrijdig waren. Ex Drummer deed een scholkgolf door Vlaanderen gaan. De reacties waren veel heftiger dan ik had verwacht. Deprimerend was dat niet, onthutsend wel. In het buitenland gebeurde het tegenovergestelde. Daar omarmden ze Ex Drummer als een bizarre cultfilm. Wekelijks duiken er op vreemde sites nog altijd recensies op. Vorig jaar merkte ik dat de film via YouTube in het Spaans kon worden bekeken. Tweehonderdduizend mensen hadden dat ook gedaan. Tweehonderdduizend! Is dat niet maf? Het was helaas tweehonderdduizend keer nul, want je verdient daar geen euro aan. Maar toch.

22 mei deed veel minder stof opwaaien.

Mortier: Met 22 mei overkwam me het omgekeerde. Die film heeft amper geleefd. Het is alsof hij niet bestaat. Ik heb hem onlangs moeten herbekijken om er zeker van te zijn dat ik hem wel gemaakt heb. (lacht)22 mei was veel te experimenteel om te worden opgepikt door het publiek. Dat heeft me aan het denken gezet. Ik wil wel mijn films maken, maar het hoeven geen bizarre experimenten te zijn. In 22 mei heb ik de kans gemist om emoties te vatten. Doodjammer, maar het is zo. Ik was toen te fel bezig met er een mindtrip van te maken. Met Engel heb ik meer aan het publiek gedacht. Het is nog altijd mijn film, mijn filmtaal, mijn manier van denken, alleen is het nu tenminste een film met een verstaanbare lijn. En met emoties, want daar ontbrak het mijn films aan.

VINCENT ROTTIERS met tegenspeelster Fatou N'Diaye. © Stephan Vanfleteren

Engel heet eigenlijk Un ange. Waarom heb je voor een Franstalige film gekozen?

Mortier: Ten eerste wilde ik een anderstalige film maken. Ten tweede zag ik niemand van bij ons wielrenner Thierry Brasfort - dat is Frans voor Armstrong - spelen. Ik weet niet waarom. Ik heb alle namen overlopen. Een Vlaamse wielrenner zou ook nooit naar Senegal vluchten, maar naar Thailand of zo, en ik wilde in Afrika draaien. Aanvankelijk wilde ik met Jérémie Renier werken. Toen zag ik Vincent Rottiers in Le monde nous appartient en vervolgens in Dheepan en Bodybuilder en werd ik verliefd op hem.

22 mei heeft amper geleefd. Het is alsof die film niet bestaat. Ik heb hem onlangs moeten herbekijken om er zeker van te zijn dat ik hem wel gemaakt heb.

De wilde verhalen die over die Vincent Rottiers de ronde doen komen hierop neer: hij zou de Frank Vandenbroucke van de Franse filmacteurs zijn.

Mortier: Vincent is Vincent, maar daar wil ik verder niets over kwijt, behalve dat hij aan faalangst lijdt. Hij had zware stukken tekst, de draaidagen waren beperkt, en dat zorgde voor veel stress. Maar op de momenten waarop hij zich daarover kan zetten, speelt hij de pannen van het dak. Dan is hij tegelijk ontroerend, sterk, agressief en klein. Precies wat ik zocht. Vincent is niet mondig of taalvaardig. Hij leest het scenario, slorpt alles op en al spelend komt het er allemaal uit.

© Carmen de Vos

Fatou N'Diaye, die Faë speelt, is zijn tegenpool. Une femme du monde, een stralende vrouw die acteert alsof het haar geen enkele moeite kost. Ik heb enorm veel bijgeleerd als regisseur. Vroeger had ik schrik van acteurs.

Een regisseur die schrik heeft van acteurs? Die kom je niet vaak tegen.

Mortier: Acteurs zijn helemaal anders dan mensen. (lacht) Het zijn heel vreemde wezens. Ik besefte vroeger niet hoezeer zij zich blootgeven. Ze geven een groot deel van hun persoonlijkheid prijs. Een regisseur gebruikt of misbruikt, manipuleert of steunt die persoonlijkheid. Een grote rol dragen ze voor de rest van hun leven mee. Een psychopaat, een depressieve of suïcidale persoon, een gelukzak: ze zijn het allemaal even geweest en dat slepen ze mee. Om de zoveel maand maken ze een film die hen volledig ondersteboven haalt. Tot huilens toe. Dat doet wat met een mens. Iemand zoals Vincent Rottiers is heel kwetsbaar. Vroeger zou ik gezegd hebben: gast, buzz off! Dat kon ook: ik werkte met maten en creëerde mijn eigen acteurs. Nu pak ik het gevoeliger aan. Ik heb met die kwetsbaarheid leren omgaan. Ik heb geleerd om me in bochten te wringen om mijn doel te bereiken. Dat maakt van mij een betere regisseur.

Ging jij eigenlijk niet Haunted verfilmen, een horrorroman van Fight Club-auteur Chuck Palahniuk?

Mortier:Haunted had film nummer drie moeten zijn, het zal nummer vier worden. Ik ben er in 2007 aan begonnen. Toen ik in 2010 22 mei voorstelde in Toronto, ontmoette ik een Amerikaanse producent die er zijn schouders wilde onder zetten. Met Brock Norman Brock, de scenarist van Bronson, de eerste Engelstalige film van Nicolas Winding Refn, heb ik het scenario twee keer herschreven. Daarna zeiden de Amerikanen 'it's fantastic, we're gonna do it', om vervolgens niets meer van zich te laten horen. Ik ben dan maar aan Engel begonnen.

Uiteindelijk hebben de Amerikanen toegegeven dat ze een soort van commerciële high-schoolhorrorfilm voor ogen hadden. Dat zag ik absoluut niet zitten. Het gevolg was een lange, moeizame discussie. Zij hebben er geld ingestoken maar ik kon schermen met een contract dat stipuleerde dat alleen ik de film mocht regisseren. Sinds een jaar zijn we eruit: ik mag met de film doen wat ik wil. Zij zitten er wel nog in met equity. Dat betekent dat ze cashen als Haunted ooit geld opbrengt. In februari kreeg het scenario enorm veel respons op de co-production market van het festival van Berlijn. Na Toronto reis ik door naar een coproductiemarkt in New York. Plots ziet het er opnieuw heel goed uit.

© Carmen de Vos

'Ik wil Engelstalige films maken, niet om de drie jaar maar om de zes maand', heb je ooit gezegd. Zo'n vaart is het niet gelopen.

Mortier: Dat is inderdaad niet gelukt. Om de zes maand filmen is onmogelijk. Tenzij misschien als je jezelf beschouwt als een uitvoerder en je je daar ook toe beperkt. Maar dat kan ik niet. Ik heb lang bij een Amerikaans agentschap gezeten. Ik kreeg scenario's toegestuurd waar al een aantal acteurs aan verbonden waren en die ik mocht verfilmen. Maar ik kreeg geen ja over mijn lippen. Ik krijg het niet over mijn hart om een film te draaien waar ik niet volledig achter sta. Ik maak nochtans commercials, maar zelfs daar heb ik er last van: ik ben er maanden slecht van als ik per ongeluk een commercial maak waar ik niet achter sta.

Dus goodbye, America?

Mortier: Door de problemen met Haunted ben ik erachter gekomen dat de Amerikaanse droom niet écht iets voor mij is. Ik voelde aan alles dat de inmenging van de financiers te groot zou geweest zijn. Ik wil geen tent op de set waar tien financiers bekijken wat je aan het draaien bent en van wie er minstens een de culot heeft om te vragen om toch maar een close-up te filmen. Ik wil ook niet dat ze achter mijn rug de film verknippen. Ik sta de final cut niet af. Dat kan ik niet aan.

Het Amerikaanse verhaal is dus fel geminimaliseerd. De drang zit ook niet meer in mij. Ik ben ouder geworden. Misschien is dat het wel. Tot welke wereld behoor ik? Waar wil ik mee bezig zijn? Het antwoord is vrij simpel: waar ik nu mee bezig ben, is prima.

Hoe ver staat dit af van beloftes die je ten tijde van Ex Drummer maakte? 'Ik maak alles kapot!'

Mortier: Heel ver. Ik was toen nog een kind van veertig. Nu ben ik een man van over de vijftig. Dat is een groot verschil. (lacht) Toen wilde ik iets doen ontploffen. Het moest er allemaal aan. Iedereen die op Ex Drummer werkte, had dat gevoel. Met die film wilde ik een klap uitdelen. Dat is ook gebeurd. En dat was het. 22 mei moest mijn eigen mindtrip worden. Met Engel wilde ik eindelijk eens een film maken zonder al die bijzaken. Wat kan ik als filmer doen met een liefdesverhaal? Kan ik daar een mooie film van maken zonder dat het een simpele film wordt?

Toch hoorde ik je daarnet nog 'ik breek alles af' zeggen tegen de fotografe.

Mortier: Ik blijf een anarchist, iemand die van alles wil doen en erin vliegt en weinig grenzen heeft en de grens opzettelijk opzoekt. Dat zit in mij. Maar ik ben bezadigder en rustiger geworden. Ik denk meer na.

Al zal Haunted wel weer de andere kant opgaan. Die film zal meer Ex Drummer dan Engel zijn. Haunted gaat over anarchisme en over misplaatste humor. Humor die echt niet kan. Ik vind dat tof, humor die niet kan. Ik vind dat grappig. Ik moet lachen met dingen waarvan de mensen zeggen: 'schandalig'. Ik ben zot van zotten - maakt dat van mij een zot?

Engel

Opent Filmfestival Oostende op 7/9. Vanaf 19/9 in de bioscoop.

Filmfestival Oostende

Van 7 tot 15/9. Info: www.filmfestivaloostende.be