J.C. Chandor heeft iets met mannen in crisis. In zijn filmdebuut Margin Call (2011) deed hij bankiers en beursmakelaars tijdens de financiële crisis van 2008 zweten. In survivalthriller All Is Lost (2013) liet hij Hollywoodicoon Robert Redford in zijn dooie eentje de oceaan op dobberen. En in misdaaddrama A Most Violent Year (2014) toonde hij hoe stookolie-entrepreneur en familyman Oscar Isaac op het criminele pad gedwongen wordt.
...

J.C. Chandor heeft iets met mannen in crisis. In zijn filmdebuut Margin Call (2011) deed hij bankiers en beursmakelaars tijdens de financiële crisis van 2008 zweten. In survivalthriller All Is Lost (2013) liet hij Hollywoodicoon Robert Redford in zijn dooie eentje de oceaan op dobberen. En in misdaaddrama A Most Violent Year (2014) toonde hij hoe stookolie-entrepreneur en familyman Oscar Isaac op het criminele pad gedwongen wordt. In zijn nieuwe langspeler Triple Frontier, zet Chandor zijn exploratie van gefolterde mannelijkheid verder, maar dan met méér testosteron dan we van hem gewoon zijn. Hij zoomt in op vijf ex-soldaten (gespeeld door onder anderen Ben Affleck, Oscar Isaac en Charlie Hunnam) die het vege lijf moeten redden tijdens hun missie: een drugsbaron vermoorden en bestelen in de Zuid-Amerikaanse jungle. Alleen voeren ze die opdracht niet uit voor Uncle Sam, maar voor eigen rekening, omdat de overheid hen na jarenlange trouwe dienst stank voor dank gaf. Thematisch speelt Chandor, die wel eens met wijlen genremaestro Sidney Lumet vergeleken wordt, dus opnieuw op vertrouwd terrein. Maar door zijn film pal tussen Denis Villeneuves koele kartelthriller Sicario en de broeierige Colombiaanse actie uit hitserie Narcos te plaatsen komt hij virieler en explosiever dan ooit tevoren uit de genrehoek. Oorspronkelijk zou de film ook niet door hem geregisseerd worden, maar door actiespecialiste Kathryn Bigelow, de maakster van The Hurt Locker en Zero Dark Thirty. Bovendien is het Chandors eerste klus in opdracht van Netflix, en dus ook zijn eerste die straks enkel via streaming bekeken kan worden. 'Een samenloop van omstandigheden', licht de 45-jarige filmmaker uit New Jersey toe. 'Eerst zat dit project bij Paramount. Toenmalig CEO Brad Gray, de man die zijn schouders jaren geleden ook onder The Sopranos had gezet, geloofde in dit type van ouderwetse storytelling. Na zijn ontslag dumpte de studio al zijn projecten, inclusief Vice en Triple Frontier. Omdat ik al veel tijd in dit project had gestoken, wilde ik ermee verder. Netflix bood aan om het te bekostigen. Zo simpel is het soms.' Waarom wilde je ondanks die moeilijkheden er toch mee verder? JC Chandor: Ik wilde eens een klassieke Amerikaanse actieprent draaien. Bovendien was Triple Frontier het perfecte verhaal om de G.I. en Amerika's imperialistische buitenlandpolitiek van de laatste twee decennia onder de loep te leggen. Ik maak enkel films die ik zelf graag wil zien en naast entertainen moeten die mensen ook op een dieper niveau aanspreken, als een parabel die voor een groter verhaal staat. Een van de personages zegt: 'Je bent vijf keer neergeschoten voor je land. En je kunt je kinderen zelfs niet laten studeren.' Is dat grotere verhaal hier dat Amerikaanse burgers zich verraden voelen door hun overheid? Chandor: Dat gevoel heerst bij velen, ja. Terwijl mijn land jaarlijks miljarden spendeert aan 'vredesmissies' over de hele wereld. (denkt na) Ik ben zeker niet de eerste die het zegt, maar ik begrijp waarom mensen op Donald Trump hebben gestemd. Vooral in bepaalde staten en vooral bij mannen heerst het gevoel dat de beste jaren achter ons liggen. Sterker nog: dat ze door iedereen uitgespuwd worden. Daardoor heeft ook het Amerikaanse 'mannelijkheidsideaal' een stevige knauw gekregen. De oorlogseconomie probeert daar nu haar voordeel mee te doen door 'mannelijke' activiteiten als oorlog weer te promoten. Deze film werpt daar een heel ander licht op. Met een prominente plek voor Metallica op de soundtrack. Chandor: (knikt) Dat trekt je meteen mee in de psyche van de vijf ex-soldaten om wie het draait. Zij waren jong toen James Hetfield en co. nog het toonbeeld van mannelijkheid waren, geliefd ook om hoe zij hun muziek gebruikten om hun frustraties te kanaliseren. Je hoort in de film hun nummer For Whom the Bell Tolls, dat de vijf een gevoel van rechtvaardigheid of wraak geeft, whatever, waardoor ze alles vanzelfsprekend vinden. Het sterkt hun in het idee dat het oké is wat ze allemaal uitspoken. Veel soldaten komen gebroken terug. Elke dag zouden zo'n twintig soldaten, voornamelijk veteranen, zelfmoord plegen. Chandor: Het exacte aantal ken ik niet, maar het probleem is groot. Ik heb enkele veteranen in mijn familie. Mijn vader heeft in Vietnam gediend. De dingen die we vandaag aan soldaten vragen, de lasten die zij dragen, zijn enorm. Terwijl wij als belastingbetalers die oorlogen financieren, vechten zij ze uit. Hoe uit zich dat in jouw personages? Chandor: Op een vreemde manier zijn ze géén slechte mensen. Hun motieven zijn schijnbaar goed. Naast het goede doen voor de wereld - die maken ze in hun ogen veiliger door een gevaarlijke drugsbaron te vermoorden - kunnen ze ook voor zichzelf het goede doen door diens geld te stelen, dat zij als hun rechtmatige aandeel zien voor alle offers die ze zich voor hun land getroost hebben. Boomknuffelende goedzakken noch doorslechte schurken voor jou? Chandor: (lacht) Ik geloof dat er mensen zijn die door en door goed zijn. Zelf probeer ik mijn leven ook zo goed mogelijk te leiden. Maar als verteller merk je toch dat de wereld complexer in elkaar zit. Niet iedereen gedraagt zich altijd op z'n best. Mensen reageren ook vaak op een manier die niet echt goed en niet echt slecht is. Ik had een compleet andere carrière gehad als ik dat dualistische idee van held en slechterik had omarmd, maar tot nu toe heb ik het altijd een pak interessanter gevonden om naar mensen te kijken die met dezelfde vragen als iedereen worstelen. Met één vraag worstelen je personages alvast niet: ze geloven écht dat hun plan feilloos is en ze snel op hun lauweren zullen kunnen rusten. Chandor: Typisch voor Amerikanen! Elke keer hoor je datzelfde refreintje weer: we vallen een land binnen en we zijn voor het avondeten weer thuis. Alsof het zo gemakkelijk is. Op dat vlak hebben we een kort geheugen. Telkens vergeten we hoe moeilijk het is om je met iemand anders huishouden te moeien. Dankzij Netflix zal ook jouw film in andermans huishouden infiltreren. Vind je het erg dat je film daar enkel op het kleine scherm te zien zal zijn? Chandor: Natuurlijk! Ik droom ervan dat iedereen de film in de bioscoop kan bekijken, maar dat is niet voor iedereen een optie. Hopelijk werken streamingdiensten en bioscopen dus snel een leefbaar model uit waarbij films op dezelfde dag zowel in de bioscoop als in de huiskamer komen. Als verteller wil je uiteindelijk gewoon dat je film overal te zien is. For better or worse!(lacht)Netflix is dus niet de doodgraver van cinema volgens jou. Chandor: Het is nog te vroeg voor conclusies. Net zoals de muziekindustrie zitten we momenteel in een overgangsfase en ik ben razend benieuwd waar we uit zullen komen. Na elke technologische verschuiving volgt er altijd een periode waarin alles door elkaar wordt geschud en waarbij er winnaars én verliezers zijn. De mogelijkheid om een film overal ter wereld te bekijken, op eender welk tijdstip en scherm - zelfs op een smartphone for God's sake! - is zo'n omwenteling. Ik hoop alleen maar dat bioscopen gespaard blijven in dat proces. Dit is ook de eerste keer dat je je film niet helemaal van script tot screen hebt begeleid. Hoe voelde dat? Chandor: Goed! Als je zelf een idee uitwerkt en het in een scenario giet om het te verfilmen, krijg je na een tijd een soort tunnelvisie. Door met andermans materiaal aan de slag te gaan, zoals hier met het stevige fundament van Mark Boal (de scenarist van onder andere The Hurt Locker en Zero Dark Thirty, nvdr.), moest ik niet meer elk idee zelf baren. Het omgekeerde werkt na een tijd verlammend. Vooral op mezelf als regisseur, omdat je het project té goed kent en elke keuze zo een zware beslissing wordt. Op deze manier kon ik me net méér toeleggen op de regie. Is dit dan het einde van JC Chandor als scenarist-cineast? Chandor: Nee, mijn volgende film wil ik weer helemaal zelf schrijven en regisseren. (denkt na) Als ik deze film ook op mijn normale manier had gedaan, had ik me dat binnen vijf films trouwens beklaagd. Dan zou ik op mijn carrière terugkijken en denken: waarom heb ik nooit geprobeerd om op een andere manier met ideeën om te gaan? Soms moet je de boel eens omgooien voor wat extra zuurstof.