Buster Keaton en Jacques Tati hebben een nakomeling. Zijn naam is Elia Suleiman, zijn kribbe stond in Nazareth en zo af en toe maakt hij een film die in de prijzen valt op het festival van Cannes. Dit jaar kreeg de uitgeweken Palestijn een speciale vermelding voor It Must Be Heaven.

Net als in Divine Intervention (2002) en The Time That Remains (2009) voert Suleiman daarin een versie van zichzelf op. Hij speelt een filmregisseur die het ouderlijk huis in het Israëlische Nazareth inruilt voor New York en Parijs. Veel verandert dat niet. Waar hij zich ook bevindt, hij botst er op absurde taferelen die hij in stilte gadeslaat met hetzelfde uitgestreken gezicht als de nimmer lachende filmclown Buster Keaton. In de VS ziet hij gezinnen in het warenhuis wapens kopen alsof het groenten zijn. In Frankrijk observeert hij agenten die zich op rolschaatsen of segways verplaatsen alsof ze de korte kür schaatsen op de Winterspelen en sociale diensten die een dakloze bedienen als was hij een klant in een sterrenrestaurant. De koddige vignettes zijn gefilmd in symmetrische decors en zijn streng gechoreografeerd. Tel daar de geamuseerde blik op de moderne maar nog steeds sukkelende mens bij en je weet waarom zowat elke filmrecensent de link legt met de geniale Franse acteur/regisseur Jacques Tati.

Om te voorkomen dat je mij verwart met een wijze man heb ik dit keer iets meer gekke bekken getrokken.

Suleiman vindt dat uiteraard niet erg, maar pleit wel voor enige nuance. 'Van alle regisseurs sta ik het dichtst bij mezelf', zegt hij. 'Tot mijn favoriete cineasten reken ik Tsai Ming-liang, Roy Andersson, Yasujiro Ozu en Robert Bresson, maar ook Hou Hsiao-hsien die me het zelfvertrouwen schonk om een eigen stijl te ontwikkelen. Toen ik films begon te maken was ik níét vertrouwd met het oeuvre van Tati en Keaton. Omdat ik voortdurend met hen werd vergeleken, heb ik me uiteraard wel in hun werk verdiept. Vandaag ben ik stapelgek op hun films. Ik herbekijk ze regelmatig. Niet ter inspiratie maar uit pure bewondering.'

Je bent geboren en getogen in Nazareth, maar zocht zoals veel Palestijnen andere oorden op. Tot 1993 leefde je in New York, vandaag in Parijs. Waar voel je je het meest thuis?

Elia Suleiman: Op die vraag antwoordde ik vroeger: in mijn films. Ik weet alleen niet of ik daar nog steeds achter sta. Er zijn in elk geval geen grote geografische verschuivingen nodig om je vervreemd te voelen. Sla ik de bal mis of is er een ver-palestinasering van de wereld bezig? In elke luchthaven en zelfs in winkelcentra moet je voorbij checkpoints. Je hoort constant politiesirenes en alarmen. Overal voelen mensen zich eenzaam en worstelen ze met de vraag of ze zich wel thuisvoelen in deze wereld. De ruimte voor poëzie en plezier is enorm gekrompen. Het is moeilijker geworden om een zacht, teder leven te leiden. Er is iets aan de hand. Iets waartegen we ons moeten verzetten. Ik ben geen activist dus ik weet helemaal niet hoe je dat verzet organiseert, maar als kunstenaar kan ik wél op mijn manier zaken aankaarten.

Je bent geen activist, wel een uitgeweken Palestijn die autobiografische films maakt waarin het Palestijns-Israëlisch conflict doorschemert.

Suleiman: Ik krijg voortdurend de vraag hoe de Palestijnse kwestie moet worden begrepen. Ik antwoord daar altijd hetzelfde op. Ik ben geen leraar. Ik vertegenwoordig niets of niemand. Maar je kunt mij niet los zien van mijn werk.

Activisme is het laatste wat je van de kijker mag verwachten, maar je kunt hem wel suggereren om een harmonieuzer leven na te streven. Ik ben géén yogi, maar volgens mij maakt de keuze voor een harmonieuzer leven van de mens vanzelf een sympathisant van élke gerechtvaardigde zaak. Alles begint bij jezelf. Probeer jezelf te begrijpen. Zie jezelf graag en wees lief voor jezelf. Meer is er niet nodig om pro-Palestijns te zijn.

In een van de tableaus wijst een Franse producent jouw filmproject af omdat het 'niet Palestijns genoeg' is. Is dat de reden waarom een nieuwe film tien jaar op zich liet wachten?

Suleiman: Het was ploeteren om de financiering rond te krijgen. In mijn geval duurt dat al snel een vijftal jaar. Maar dat is zeker niet de enige reden waarom ik zo weinig films maak. Ik wil er pas aan beginnen als ik het gevoel heb dat het noodzakelijk is om een film te maken. Ik gebruik allemaal dingen die ik zelf heb meegemaakt of opgemerkt. Om die tableaus te kunnen maken moet ik dus eerst wat geleefd hebben.

Waarin verschilt de Suleiman die voor me zit van het filmpersonage Suleiman?

Suleiman: Ik ben hopelijk iets minder narcistisch, maar eigenlijk verschillen we amper. Het personage is een verlengstuk van mezelf. Zijn vreemdheid is me niet vreemd. Zelfs die sociale onhandigheid hebben we gemeen. Het valt alleen niet op omdat ik het probeer te verbergen.

Het nadeel van dat acteren is dat ik afhang van de toestand waarin ik me bevind. Dit keer baarden mijn grijze haren me grote zorgen. Niet omdat ik ijdel ben, maar omdat ze wijsheid suggereren en dat past helemaal niet bij dat personage. Om te voorkomen dat je mij verwart met een wijze man heb ik dit keer iets meer gekke bekken getrokken en me ietsje excentrieker gedragen.

It Must Be Heaven

Vanaf 4/12 in de bioscoop.

Elia Suleiman

59-jarige regisseur, scenarist en acteur uit Nazareth, Israël.

Wordt gezien als de Palestijnse Jacques Tati en Buster Keaton.

Richtte op vraag van de Europese Commissie aan de Palestijnse universiteit van Birzeit het departement Cinema & Media op.

Maakt droogkomische vignetten over de absurditeit van het bestaan.

Kreeg in 2002 de juryprijs van het festival van Cannes voor Divine Intervention.