Regisseur Gérard Oury was dé komedieregisseur in het Frankrijk van de jaren zestig. Hij kende succes met films als Le corniaud (1963) en Le cerveau (1965), maar zijn grootste succes heet ongetwijfeld La grande vadrouille (1966). Clown français bij uitstek Louis De Funès en de aimabele Bourvil moeten twee Britse piloten uit de handen van de Duitsers houden. Absurde situaties en bekkengetrek bij de vleet. Deze klassieker wordt dit jaar 50 en werd voor die gelegenheid helemaal gerestaureerd en heruitgebracht in de bioscoop.

Vive la France! Vier andere Franse klassiekers

Voyage dans la lune (1902)

Voor wie het nog niet wist, film is uitgevonden door de Fransen. De gebroeders Lumière waren de eerste pioniers met L'arrivée d'un train en gare de La Ciotat (1895). Het publiek ziet een film van een trein die op het station aankomt en schrikt zich rot. De bekendste film uit die beginjaren is echter Voyage dans la lune waarin Georges Méliès gebruik maakt van praktische effecten en daarmee de eerste sci-fi-klassieker neerzet. Martin Scorsese bracht in 2011 een ode aan Méliès in Hugo. De ingekleurde versie, die in 1993 werd teruggevonden, staat volledig op YouTube:

La règle du jeu (1939)

Deze bijtende satire op de Franse heersende klasse aan de vooravond van de tweede wereldoorlog kon op weinig bijval rekenen bij zijn première. Ondertussen staat La règle du jeu wel te boek als één van de grootste films ooit. Niet enkel omdat Jean Renoir op dat moment vooruitstrevende technieken gebruikte zoals deep-focusfotografie en een bewegende camera tijdens lange shots, maar ook omdat Renoir de oorlog allegorisch voorspelt. De jachtscène, met het nodeloos afslachten van alles wat beweegt, is een metafoor voor de aankomende oorlog.

Le mépris (1963)

Hoofdrolspeler Michel Piccoli moet een film over De Odyssee maken, maar botst met producer Jack Palance omdat hij er te veel kunstzinnige toetsen aan wilt geven terwijl de boerse producer enkel geld in het laatje wilt. Jean-Luc Godard levert een visueel verbluffend kunstwerk af waarin hij speelt met kleur en architectuur terwijl hij sneert naar de bemoeiziekte van producers. Hét sekssymbool van de jaren zestig, Brigitte Bardot, schittert als de wispelturige Camille.

Le samouraï (1967)

Twee namen mogen niet ontbreken als we over cinéma française praten, of over wereldcinema in het algemeen eigenlijk: Jean-Pierre Melville, specialist van de Franse misdaadfilm, en Alain Delon, stijlicoon én briljant acteur. In deze intrigerende policier speelt Delon met bravoure de stijlvolle Jef Costello die in een regenachtig Parijs tussen de Citroën DS'en probeert te ontkomen aan zowel politie als medegangsters. De sfeervolle cinematografie is van grootmeester Henri Decaë. (JVDV)

Regisseur Gérard Oury was dé komedieregisseur in het Frankrijk van de jaren zestig. Hij kende succes met films als Le corniaud (1963) en Le cerveau (1965), maar zijn grootste succes heet ongetwijfeld La grande vadrouille (1966). Clown français bij uitstek Louis De Funès en de aimabele Bourvil moeten twee Britse piloten uit de handen van de Duitsers houden. Absurde situaties en bekkengetrek bij de vleet. Deze klassieker wordt dit jaar 50 en werd voor die gelegenheid helemaal gerestaureerd en heruitgebracht in de bioscoop.Voyage dans la lune (1902)Voor wie het nog niet wist, film is uitgevonden door de Fransen. De gebroeders Lumière waren de eerste pioniers met L'arrivée d'un train en gare de La Ciotat (1895). Het publiek ziet een film van een trein die op het station aankomt en schrikt zich rot. De bekendste film uit die beginjaren is echter Voyage dans la lune waarin Georges Méliès gebruik maakt van praktische effecten en daarmee de eerste sci-fi-klassieker neerzet. Martin Scorsese bracht in 2011 een ode aan Méliès in Hugo. De ingekleurde versie, die in 1993 werd teruggevonden, staat volledig op YouTube:La règle du jeu (1939)Deze bijtende satire op de Franse heersende klasse aan de vooravond van de tweede wereldoorlog kon op weinig bijval rekenen bij zijn première. Ondertussen staat La règle du jeu wel te boek als één van de grootste films ooit. Niet enkel omdat Jean Renoir op dat moment vooruitstrevende technieken gebruikte zoals deep-focusfotografie en een bewegende camera tijdens lange shots, maar ook omdat Renoir de oorlog allegorisch voorspelt. De jachtscène, met het nodeloos afslachten van alles wat beweegt, is een metafoor voor de aankomende oorlog.Le mépris (1963)Hoofdrolspeler Michel Piccoli moet een film over De Odyssee maken, maar botst met producer Jack Palance omdat hij er te veel kunstzinnige toetsen aan wilt geven terwijl de boerse producer enkel geld in het laatje wilt. Jean-Luc Godard levert een visueel verbluffend kunstwerk af waarin hij speelt met kleur en architectuur terwijl hij sneert naar de bemoeiziekte van producers. Hét sekssymbool van de jaren zestig, Brigitte Bardot, schittert als de wispelturige Camille. Le samouraï (1967)Twee namen mogen niet ontbreken als we over cinéma française praten, of over wereldcinema in het algemeen eigenlijk: Jean-Pierre Melville, specialist van de Franse misdaadfilm, en Alain Delon, stijlicoon én briljant acteur. In deze intrigerende policier speelt Delon met bravoure de stijlvolle Jef Costello die in een regenachtig Parijs tussen de Citroën DS'en probeert te ontkomen aan zowel politie als medegangsters. De sfeervolle cinematografie is van grootmeester Henri Decaë. (JVDV)