Pawel Pawlikowski staat erop Frans te spreken. Pools, Russisch, Duits, Italiaans of Engels had evengoed gekund. Pawlikowski is een man van de wereld, of toch van het stukje van de wereld dat Europa wordt genoemd.

Hij is geboren 'in een huis met kogelgaten in de muren, een restant van de Opstand van Warschau in 1944' maar verhuist op zijn veertiende naar Engeland en bouwt daar een leven uit. Zijn BBC-documentaires vallen in de prijzen, maar eind jaren negentig stort hij zich op speelfilms. Het melancholische My Summer of Love (2004) levert hem het predicaat grote hoop van de Britse cinema op maar na een half mislukte Frans avontuur (La femme du Vème) keert Pawlikowski terug naar het land van zijn jeugd voor Ida, een film over een jonge Poolse non die vlak voor ze haar kloostergeloften aflegt, verneemt dat ze eigenlijk Joods is en dat haar ouders de Holocaust niet hebben overleefd.

Pawel Pawlikowski

  • Geboren in Warschau, belandt op zijn veertiende in Engeland.
  • Wint de ene na de andere prijs met BBC-documentaires als From Moscow to Pietushki (1990) en Tripping with Zhirinovsky (1995).
  • Zijn eerste langspeelfilms vallen meteen in de smaak. Vooral My Summer of Love (2004), met een piepjonge Emily Blunt, verovert vele harten.
  • In 2013 keert hij voor de opnames van Ida terug naar Polen en blijft er hangen.
  • Heeft de gewoonte om met bevriende regisseurs als Agnieszka Holland en Alfonso Cuarón zijn werk te bespreken.

De combinatie van een intiem historisch verhaal en een fotografische filmstijl met monumentale zwart-witcomposities is onweerstaanbaar. Een Oscar voor beste niet-Engelstalige film volgt. Het enig land dat Ida maar niks vindt, is Polen. Pawlikowski slaat nu terug met andermaal een zwart-witfilm die even mooi, meeslepend en historisch is en véél romantischer en muzikaler: Cold War. Twee gepassioneerde geliefden zien hun geluk uiteenspatten op een totalitair regime, ballingschap en tegenstrijdige karakters. Wiktor en Zula kunnen niet zonder elkaar maar eigenlijk ook niet met elkaar.

Onmogelijke liefde in een onmogelijke tijd: je bent een romanticus.

PAWEL PAWLIKOWSKI:(knikt) De onmogelijke liefde, is dat trouwens geen tautologie? Is de liefde niet altijd een beetje onmogelijk? Of zijn we geconditioneerd om zo te denken? De middeleeuwse troubadours en de romantische dichters hebben flink hun best gedaan om ons te laten geloven dat de liefde tussen een man en een vrouw absoluut kan zijn. In de praktijk hangt een mens af van de plaats en de tijd waarin hij leeft, van de omstandigheden waarin hij moet trachten overeind te blijven.

Maar ook al komen we de liefde meer dan eens tegen, toch gelooft het gros van de mensen dat één liefde alle andere overvleugelt, de liefde van je leven. Julian Barnes heeft daar een prachtige, droevige roman over geschreven, The Only Story. Die grote liefde is niet noodzakelijk de liefde die je beleeft. Als de kaarten slecht liggen of de situatie ingewikkeld is, kiezen veel mensen voor pragmatiek. Absolute liefde bestaat niet, maar ik heb er in mijn leven wel een glimp van opgevangen.

Laat me raden: bij je ouders, aan wie je de film hebt opgedragen.

PAWLIKOWSKI: Je kunt je nochtans geen beroerder koppel voorstellen. Mijn moeders familie behoorde tot de katholieke burgerij van Katowice. In 1949, op haar zeventiende, is ze thuis weggelopen om in Warschau naar de balletschool te kunnen. Ze had hetzelfde hevige, rebelse temperament als Zula in Cold War, een spontaan, zot geval met een sterke wil en van een betoverende schoonheid. Ze leerde mijn vader, een gepatenteerde verleider die er ook mocht wezen, kennen tijdens de vakantie. Hij was tien jaar ouder en was zijn studies geneeskunde aan het afronden. Haar familie verzette zich fel tegen het huwelijk. Tijdens zijn legerdienst heeft hij mijn moeder al bedrogen. Ze nam onmiddellijk wraak. Felle ruzies waren schering en inslag. Acht jaar na hun huwelijk werd ik geboren. Mijn moeder schoolde zich om van danseres tot docent Engels, aan de universiteit van Warschau. Mijn vader werkte als dokter. Desondanks woonden we in een petieterig communistisch appartement.

Een beeld uit Cold War. © /

Nadat ze elkaar voor de zoveelste keer bedrogen hadden, gingen ze uiteen. Mijn vader ontvluchtte Polen in 1969 en vond werk in Duitsland. Mijn moeder trouwde met een Engelsman, en zo belandde ik op mijn veertiende in Engeland. Jaren later hebben mijn ouders allebei hun wederhelft in de steek gelaten om opnieuw samen te leven. Mij kon dat op dat moment niet veel meer schelen. Zodra het kon, ben ik thuis weggegaan. Ze hebben daarna nog vaak ruzie gemaakt en zijn nog enkele keren uiteengegaan maar ze zijn samen gestorven in 1989, vóór de val van de Berlijnse Muur.

Een happy end.

'Ik heb een glimp van absolute liefde opgevangen, bij mijn ouders. Je kunt je nochtans geen beroerder koppel voorstellen.'

PAWLIKOWSKI: Soms vraag ik me af of ze op het einde niet gewoon te moe waren om nog ruzie te maken. Maar dat is te cynisch. Op het einde waren ze voor elkaar de belangrijkste persoon ter wereld. De laatste jaren waren nochtans geen pretje. Mijn moeder had scoliose en operaties deden meer kwaad dan goed. Mijn vader kreeg drie hartaanvallen, allicht omdat hij zo veel rookte en dronk. Toch liepen ze die laatste drie, vier jaar hand in hand over straat. Na al die ruzies! Hoe kun je eerst zo lang het varken uithangen en elkaar zo de duvel aandoen om dan helemaal op het einde te erkennen dat je niemand ter wereld liever ziet? Héél mysterieus.

Wel een sterk verhaal, natuurlijk.

PAWLIKOWSKI: Dat zei mijn vriend Alfonso Cuarón (de regisseur van Children of Men en Gravity, nvdr.) ook. 'Dit is het beste verhaal dat je me ooit hebt verteld. Dit moet je verfilmen', zei hij. Hij had geen ongelijk. Ik heb het verhaal van mijn ouders wel enkel als vertrekpunt gebruikt. Hun verhaal is veel te ingewikkeld, te absurd, te flou en te complex voor een film. Ik zou ook nooit de waarheid hebben kunnen vertellen want er is veel dat ik niet weet. Hoe meer ik mij erin verdiepte, hoe minder ik ervan begreep.

Alsof de liefde nog niet complex genoeg is, maakt het communistisch regime het Zula en Wiktor ook aartsmoeilijk. Hecht je veel belang aan dat politieke aspect?

PAWLIKOWSKI: Ik krijg de kritiek dat Cold War onvoldoende onderstreept wat voor verschrikking het communistische, totalitaire regime in Polen was. Maar daar gaat het mij niet om. Ik heb nooit willen illustreren hoe het regime functioneerde. Over de geheime politie en de werkkampen krijg je in Cold War amper wat te horen. Ik ben geïnteresseerd in de invloed van het regime op relaties, hoe het gevoelsleven misvormd wordt als je verplicht bent je broer te bespieden, je geliefde te verraden of hem of haar achter te laten om te overleven. Dat zijn verscheurende keuzes met grote gevolgen.

Je vorige film Ida kreeg enorm veel bijval, won een Oscar maar kon in Polen op weinig begrip rekenen. Wat was er aan de hand?

PAWLIKOWSKI: Het stalinistische regime misbruikte cultuur om zijn versie van de werkelijkheid aan de mensen op te dringen. Iets gelijkaardigs gebeurt op dit moment in Polen. De nationalistische regering dringt de mensen een eenzijdige, patriottische versie van ons verleden op. Dat gebeurt subtieler dan vroeger.

'In Polen kan een authentieke film wel nog een verschil maken. Zelfs al praat ik niet over de politiek van vandaag - of toch niet openlijk - wat ik doe, heeft betekenis.'

Ongehoorzame kunstenaars worden niet langer naar werkkampen gestuurd of monddood gemaakt. Maar ze trekken subsidies in van instellingen die tegenwerken of plaatsen hun mannetjes op sleutelposten. Ze zijn autoritair en ze simplificeren de wereld in functie van een verhaal dat helemaal ingaat tegen mijn aanvoelen van de werkelijkheid. Hun simplisme valt niet te rijmen met de behoefte van kunst aan nuance, schoonheid, tegenstellingen, ironie en complexiteit.

Polen heeft nog geen totalitair regime maar als we niet opletten, kan dat wel gebeuren. Er zijn gelukkig ook veel mensen die zich verweren en tegen de nationalisten ingaan. Af en toe winnen we een veldslag. Dat verzet is erg nodig. Als we ons niet verzetten, palmen ze alles in.

Wat was er nu zo provocerend aan Ida?

PAWLIKOWSKI:Ida was een kleine arthousefilm waar geen Pool naar omkeek. Maar na een Europese filmprijs, een Goya, een Bafta en een Oscar moest men zich wel uitspreken over de film. Ida is toen zwaar aangevallen. Men sprak van een sinistere internationale samenzwering tegen Polen. Ida hing zogezegd een negatief, verkeerd beeld op van hoe Polen zich tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gedragen. Onzin, natuurlijk: het is een complexe film die geen politieke these verdedigt. Maar dat kreeg ik niet uitgelegd. Ze hebben van mij de slechterik gemaakt, de anti-Pool, de landverrader die met opzet het imago van het land besmeurde. Het internet en de sociale media stonden vol met haatberichten.

Uiteindelijk is Ida vertoond op de Poolse openbare omroep. Dat is helaas een giftige en cynische propagandamachine die absurd diep in de zak van de regering ziet. Er is geprobeerd om de vertoning te schrappen maar dat lokte te veel protest uit, waarop ze op het onzalige idee kwamen om twee 'experts' de film te laten omkaderen. Twee extreemrechtse rakkers legden uit dat het een anti-Poolse film was die het Joodse standpunt verdedigde. Ondenkbaar, toch gebeurd.

Krijgt Cold War ook zo veel tegenkanting?

PAWLIKOWSKI: In tegenstelling tot Ida is Cold War wél een kassucces in Polen. De teller staat vooralsnog op 800.000 toeschouwers. Dat is fenomenaal voor een duistere arthousefilm in zwart-wit. Het is ook de Poolse inzending voor de Oscars - die wordt gelukkig niet bepaald door de overheid.

De overheid houdt niet van wat ik doe maar ze laten me begaan. Ik heb de indruk dat ze niet goed weten wat ze met cinema moeten aanvangen. Het is gemakkelijk om een journalist te corrumperen of om stromannen op sleutelposities in de media te plaatsen. Het is gemakkelijk om de gerechtshoven een voor een te bemannen met rechters van hun gezindte. Het is veel moeilijker om cineasten op te leggen hoe ze patriottische films moeten maken.

Arthousecinema interesseert hen niet. Ze dromen van een Hollywood-spektakel met Mel Gibson die het glorieuze Poolse verleden bezingt. Met een mix van Hollywood en kinderachtig nationalisme hopen ze de wereld voor Polen te winnen. (lacht)

Waarom ben je na tientallen jaren teruggekeerd naar Polen als de situatie er zo precair is?

PAWLIKOWSKI: Ik was toe aan iets nieuws, de kinderen waren de deur uit, ik was alleen. Ondanks alles bewaar ik goede herinneringen aan mijn jeugdjaren.

Ik beklaag me niet. Polen inspireert me en die politieke spanning stoort niet. Integendeel zelfs. In het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk span je je in om een mooie film te maken over een interessant onderwerp. Het publiek daagt op of niet. De pers is enthousiast of moppert - de Engelsen kunnen heel venijnig zijn. Uiterst zelden is je film meer dan een van de vele culturele evenementen. Je maakt er dus onvermijdelijk een beetje een salonfilm. Maar in Polen kan een authentieke film wel nog een verschil maken. Zelfs al praat ik niet over de politiek van vandaag - of toch niet openlijk - wat ik doe, heeft betekenis.

Ik ben geobsedeerd door verhalen met een specifieke historische context. Polen heeft een heel bewogen geschiedenis en die geschiedenis zit in mij. Ik ben geboren in een huis met kogelgaten in de muren, een restant van de Opstand van Warschau in 1944. Ik heb het gevoel dat Polen voortdurend afspraak heeft met de geschiedenis. Dat gevoel had ík in Londen of Parijs niet.

Cold War

Vanaf 31/10 in de bioscoop.