'Dit is de beste regisseur ter wereld', kopte Knack Focus vorige week boven een foto van Paul Thomas Anderson. Een hyperbool, want niemand is de beste regisseur ter wereld. Maar over de klasse van Anderson valt niet te overdrijven, vooral niet omdat hij met elke film - Phantom Thread is zijn achtste - maar beter lijkt te worden.
...

'Dit is de beste regisseur ter wereld', kopte Knack Focus vorige week boven een foto van Paul Thomas Anderson. Een hyperbool, want niemand is de beste regisseur ter wereld. Maar over de klasse van Anderson valt niet te overdrijven, vooral niet omdat hij met elke film - Phantom Thread is zijn achtste - maar beter lijkt te worden. Sinds hij in 1996 debuteerde met het zelfzekere misdaaddrama Hard Eight - toen pas 26 jaar oud - is hij nooit opgehouden met een wonderkind te zijn. Als lid van een generatie van Amerikaanse supercineasten - hij is goed bevriend met en toont zijn films regelmatig aan James Gray, Wes Anderson en Todd Haynes - ontwikkelde hij een distinctieve stijl. Zijn werk vertelt steevast een verhaal over een meester en zijn leerling, over verwrongen machtsrelaties, maar essentieel is ook de chronische clash tussen rede en instinct. Straf genoeg is hij door de jaren heen zelf steeds instinctievere films gaan maken, met acteurs die even dierlijk gedreven zijn door cinema als hij, denk maar aan Joaquin Phoenix en Daniel Day-Lewis.Maar belangrijker in cinema dan de inhoud is de vorm, waarin hij blijft evolueren, met dank aan zijn invloeden. Leg Phantom Thread, vet knipogend naar Hitchcock, Joseph Losey en Powell & Pressburger, maar eens naast zijn vroege werk, waarin de geesten van Martin Scorsese en Robert Altman rondwaren. Toch liggen zijn hommages er nooit vingerdik op, zoals die van Quentin Tarantino, nog een generatiegenoot van hem, maar citeert hij subtiel, met respect en zonder gemakzuchtige postmoderne ironie. Hij schrijft zich in in de rijke cinemageschiedenis en negeert voorbijgaande trends, maar niet zonder zijn eigen fetisjen te enten op het werk van de groten.Het resultaat is altijd een film waarin over elk shot en elke overgang is nagedacht, gemaakt door een begenadigd vakman die nog op pellicule draait, zijn eigen films monteert en regelmatig de camera eigenhandig bedient. Iets wat hij overigens gemeen heeft met Gray, Haynes en co. Nooit zal je een PTA-film zien waarin de personages gewoon praten, zonder meer, met hun hoofden in close-up. Dat is banaal, dat is tv. Deze regisseur is, zoals alle grote cineasten, een formalist die begrijpt wat die lui van televisie nooit zullen snappen, namelijk dat film geen tekstillustratie is, maar een picturaal medium dat je opslorpt, een fysieke, vormelijke werkelijkheid die drijft op ritme en ruimte. Dat alles maakt van Paul Thomas Anderson nog steeds niet de beste regisseur ter wereld, maar zeg nu zelf: welke regisseurs maken de dag vandaag nog echte meesterwerken? We weten allebei, beste cinefiel, dat ze op één hand te tellen zijn, maar PTA is er absoluut een van. En de bewijzen heten Magnolia, There Will be Blood, The Master en nu dus Phantom Thread. Samen met James Gray en Todd Haynes vormt hij wat mij betreft dan ook het hedendaagse triumviraat van de Amerikaanse cinema. Het zijn classicisten die mikken op catharsis, schrijven en sculpteren met licht, en telkens weer bewijzen dat cinema wel wat anders is dan verhaaltjes vertellen met bewegende beelden. PTA is the Master!Opgetekend door Jasper Van Loy