'Ik word wel herkend, ja', lacht Virginie Efira wanneer we haar vragen naar haar bekendheid in pakweg de rayon droge voeding van een doorsnee supermarché. 'In Vlaanderen doet mijn naam allicht geen belletje rinkelen, maar in Frankrijk en Franstalig België is dat wel anders. Niet dat het Beatles-toestanden zijn. Ik sta ook helemaal niet te popelen om zoiets mee te maken. Bekendheid is niets om na te streven. Het helpt je niet vooruit in het leven en innerlijk levert het je al helemaal niets op.'
...

'Ik word wel herkend, ja', lacht Virginie Efira wanneer we haar vragen naar haar bekendheid in pakweg de rayon droge voeding van een doorsnee supermarché. 'In Vlaanderen doet mijn naam allicht geen belletje rinkelen, maar in Frankrijk en Franstalig België is dat wel anders. Niet dat het Beatles-toestanden zijn. Ik sta ook helemaal niet te popelen om zoiets mee te maken. Bekendheid is niets om na te streven. Het helpt je niet vooruit in het leven en innerlijk levert het je al helemaal niets op.' De voorbije jaren maakte Efira met succes de overstap naar auteurscinema - ze speelde de hoofdrol in Victoria (2016), de vorige film van Sibyl-regisseuse Justine Triet, ze was de buurvrouw van Isabelle Huppert in Paul Verhoevens Elle (2016) - maar de meeste Fransen, zo zegt ze zelf, kennen haar van een aantal komedies die het erg goed gedaan hebben, zoals 20 ans d'écart (2013) en recent nog Le grand bain (2018), én van haar tv-werk. Rond de eeuwwisseling presenteerde ze op Club RTL Mégamix en Fan Club, twee jongerenprogramma's, maar al snel werd ze ook in Frankrijk opgemerkt, waar ze onder meer de plaatselijke variant van Idool presenteerde. Virginie Efira: Het verlangen om te acteren is er altijd geweest. Op mijn zesde bokste ik al volledige voorstellingen in elkaar. Ik ben ook naar een theaterschool geweest in Brussel, maar toen het daar serieus werd, klapte ik in elkaar. Ik had de indruk dat ik een lege doos was, verlamd als ik was door een angst waar ik maar niet van af raakte. Ik droomde van cinema maar ik ging ervan uit dat ik film niet zou aankunnen en dat ik er dus maar beter niet aan begon. Veel te weinig zelfvertrouwen. En als je in Brussel opgroeit, lijkt het ook weinig realistisch, een filmcarrière ambiëren. Om mijn brood te verdienen werkte ik als serveuse in een nachtclub. Toen me een tv-job werd aangeboden, heb ik meteen toegehapt. Ik hoopte heel hard dat het niet voor die ene uitzending was waarvoor je staartjes in je haar moest vlechten en praatjes slaan met zangers die helemaal niet zo interessant zijn. Uiteraard was het wél die show. (lacht) Uiteindelijk zette je een kleine tien jaar geleden toch alles op film. Waarom durfde je het toen ineens wel? Efira: Vroeger dacht ik dat ik onsterfelijk was: geen haast, tijd genoeg om wat van mijn leven te maken. Maar op een dag kwam het besef dat ik wel sterfelijk ben. Ook al leidde ik een best aardig, sympathiek leven, ook al verdiende ik goed mijn brood met de presentatie van ontspannende programma's, ook al had ik begrepen dat je ook als toeschouwer intens van cinema kunt genieten, het knaagde. Diep vanbinnen wist ik dat ik eigenlijk blijk gaf van een ontstellend gebrek aan ambitie. Het was een goed leven maar niet het leven dat ik wilde. Dat is trouwens ook wat mijn personage in Sibyl voor heeft. Hoe bedoel je? Efira: Er gaapt een leegte in Sibyl (een psychotherapeute die alles op alles zet om een roman te schrijven en zonder met de ogen te knipperen haar omgeving misbruikt, nvdr.). Ogenschijnlijk gaat het haar voor de wind. Ze heeft interessant werk dat goed betaald wordt, een partner en twee kinderen met netjes gekamde haren. En toch knaagt het. Toch heeft ze het gevoel dat ze er niet volledig bij hoort. Dat vond ik herkenbaar. Het leven is zo kort, het is zonde om er niet alles uit te halen. In mijn geval heeft dat er destijds toe geleid dat ik naar een aantal castings geweest ben, met het idee dat het niet erg is om te falen. Zelfs niet meerdere keren op een rij. Als het niets werd, moest ik maar een baantje in het theater versieren of zo. Maar bij de pakken blijven zitten was in elk geval geen optie meer. Sibyl belandt op Stromboli op de filmset van een Duitse regisseuse die behoorlijk autoritair en manipulatief is. Welke ongezonde situatie heb jij al meegemaakt? Efira: In Sibyl zit een scène waarin ik moet toekijken hoe haar grote liefde op een feest uitgebreid staat te kussen met een andere vrouw. Dat personage wordt gespeeld door mijn vriend in het echte leven, Niels Schneider. Dat kussen stelde totáál niets voor. Het hoort bij ons beroep, ik ben een volwassen vrouw en toch vond ik het zeer onaangenaam. Intellectueel wist ik beter maar lichamelijk ervoer ik een kleine schok. Mijn lichaam vond het niet normaal dat mijn geliefde daar stond te zoenen met een ander. Maar ik weigerde om mijn schild te laat zakken. Ik verbood mezelf te reageren en dat was een vreemde, ongezonde ervaring. De schok trok weg maar dat ik er nu tegen jou wéér over begin, is veelzeggend. Jouw liefdesscènes zijn behoorlijk pittig. Zou je dat tien jaar geleden ook al hebben aangedurfd? Efira: Het zijn inderdaad stevige seksscènes. Ik speel in Sibyl een vrouw van mijn leeftijd en regisseur Justine Triet is erg geïnteresseerd in hoe ze zich tot haar lichaam verhoudt. Ik ben geïnteresseerd in regisseurs die gefascineerd zijn door niet meteen onbenullige vraagstukken over lichamelijkheid en seksualiteit. Maar ik ben wel blij dat ik pas op latere leeftijd aan zo'n scène toekom en niet op mijn twintigste. Op die leeftijd sta je - of ik althans toch - nog niet zo stevig in je schoenen en is je zelfbeeld nog wankel. Tien jaar geleden zou ik nog heel hard hebben moeten vechten tegen mijn complexen én schroom. Op dat gebied ben ik enorm geëvolueerd. Het was ook niet het moment om te aarzelen. Na Sibyl wachtte me Benedetta van Paul Verhoeven. Gebaseerd op Immodest Acts, een historisch boek over een lesbische non in het Italië van de renaissance. Met Paul Verhoeven achter de camera is het niet onwaarschijnlijk dat daar controverse van komt. Op de poster prijkt jouw blote borst al van onder Benedetta's hagelwitte habijt. Schrikt dat jou niet af? Efira: Dat doet er niet toe. Je denkt niet na over de ophef die een film al dan niet zal veroorzaken. Je denkt na over wat de regisseur probeert te vertellen en of zijn manier van werken bij je past. Dat laatste is het geval. Ik onderschrijf wat Verhoeven met Benedetta wil vertellen en hoe hij het vertelt. Ook al gaat dat echt wel ver. Wat hij zegt, is juist en hij zegt het met afstand en humor. Wat bewonder je precies in de regisseur van RoboCop en Starship Troopers? Efira: Alles. Ook zijn Nederlandse periode is fascinerend. Turks fruit (1973) is mijn favoriete Verhoeven. Ik heb hem, zoals veel mensen, leren kennen ten tijde van Basic Instinct (1992). Showgirls (1995) vind ik nog altijd waanzinnig. Zelfs toen hij in Hollywood werkte, liet Verhoeven zich door niemand doen en trok hij zich niets aan van het gangbare discours. Dat bevalt me zeer. Ook al neemt hij je als toeschouwer bij de hand, er steekt altijd íéts achter zijn film: een idee, een kritiek... Niemand is moreel onberispelijk bij hem, het is altijd dubbelzinnig. Hij amuseert zich met de staat der dingen en windt er geen doekjes om. Tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat het beeld het verhaal vertelt. Daar kunnen veel Franse regisseurs nog wat van opsteken. Dankzij Frankrijk scheert Verhoeven op zijn tachtigste wel weer hoge toppen. Na Elle financiert Frankrijk nu ook Benedetta. Efira: Verhoeven is Nederland ontvlucht omdat hij in de Verenigde Staten met grotere budgetten kon werken. Hij slaagde erin om binnen het rigide Amerikaanse systeem de thema's aan te boren die hem bezighielden. RoboCop (1987) is RoboCop maar bevat wél ideeën en thema's waar hij om geeft. Verhoeven boog het commerciële systeem in zijn voordeel om. Maar dat systeem is onverbiddelijk: je moet elke keer opnieuw de mensen in groten getale in de zalen krijgen of je hebt afgedaan. Je geniet maar vrijheid zo lang je film opbrengt. Veel experimenten kon hij zich niet veroorloven en toen Showgirls niet aansloeg, was zijn bewegingsruimte ineens véél kleiner. Nu, ondanks alles is er in de Franse cinema nog altijd veel bewegingsruimte. Zeer commerciële en zeer experimentele films bestaan naast elkaar. Ondanks het scheve, aparte discours was er tijd en geld om van Benedetta iets moois te maken. Het zijn geen hollywoodiaanse bedragen maar Frankrijk gunt Verhoeven wel een voldoende groot budget om in totale vrijheid zijn ding te doen. Op die vrijheid staat geen prijs. Conclusie: je bent in tien jaar tijd geëvolueerd van iemand die cinema niet aandurfde tot iemand die Paul Verhoeven aandurft. Efira: (lacht) Daar is iets van. Maar zit daar ook geen logica achter? Is het geen fysische wetmatigheid dat iets dat lang is tegengehouden eruit stroomt zodra de stop van de fles gaat?