Met 225 films op zijn cv is de 85-jarige Michel Piccoli niets minder dan eenlevende legende. Enkele onvergetelijke hoogtepunten. Le mépris (Jean-Luc Godard, 1963) Nouvelle vague-profeet Godard mengt feit en fictie, drama en filosofie in deze Alberto Moravia-adaptatie met Piccoli als de filmscenarist die zijn relatie met zijn pronkechtgenote (Brigitte Bardot) ziet stranden.

Belle de Jour (Luis Buñuel, 1967) De bekendste van de zes Buñuel-films die Piccoli maakte, is dit surrealistische zedendrama over een frigide doktersvrouw (Catherine Deneuve) die zich na een tip van haar bewonderaar (Piccoli) vrijwillig prostitueert in een luxebordeel.

Trailer
Les choses de la vie (Claude Sautet, 1970) Piccoli en zijn boezemvriendin Romy Schneider pimpen dit melodrama tot een superieure snotterprent over noodlottige liefde.


La grande bouffe (Marco Ferreri, 1973) Samen met Marcello Mastroianni vreet, zuipt en neukt Piccoli zich letterlijk te pletter in deze scabreuze zedensatire.


La grande bouffedoor Bens1912

La belle noiseuse (Jacques Rivette, 1991) Nouvelle vague-veteraan Jacques Rivette mediteert over kunst en liefde in deze intieme karakterstudie over een oudere schilder (Piccoli) en zijn jonge muze (Emmanuelle Béart).


Met 225 films op zijn cv is de 85-jarige Michel Piccoli niets minder dan eenlevende legende. Enkele onvergetelijke hoogtepunten. Le mépris (Jean-Luc Godard, 1963) Nouvelle vague-profeet Godard mengt feit en fictie, drama en filosofie in deze Alberto Moravia-adaptatie met Piccoli als de filmscenarist die zijn relatie met zijn pronkechtgenote (Brigitte Bardot) ziet stranden. Belle de Jour (Luis Buñuel, 1967) De bekendste van de zes Buñuel-films die Piccoli maakte, is dit surrealistische zedendrama over een frigide doktersvrouw (Catherine Deneuve) die zich na een tip van haar bewonderaar (Piccoli) vrijwillig prostitueert in een luxebordeel. TrailerLes choses de la vie (Claude Sautet, 1970) Piccoli en zijn boezemvriendin Romy Schneider pimpen dit melodrama tot een superieure snotterprent over noodlottige liefde. La grande bouffe (Marco Ferreri, 1973) Samen met Marcello Mastroianni vreet, zuipt en neukt Piccoli zich letterlijk te pletter in deze scabreuze zedensatire. La grande bouffedoor Bens1912La belle noiseuse (Jacques Rivette, 1991) Nouvelle vague-veteraan Jacques Rivette mediteert over kunst en liefde in deze intieme karakterstudie over een oudere schilder (Piccoli) en zijn jonge muze (Emmanuelle Béart).