Harry Gruyaert, sinds 1981 lid bij het wereldvermaarde fotoagentschap Magnum, en Harry Potter, tovenaarsleerling, delen meer dan een voornaam. Gruyaert tovert namelijk met kleuren en composities als was hij een leerling van Zweinstein. Als Belgische pionier van de kleurenfotografie reisde de Antwerpenaar de wereld rond om de kleurenpaletten van onder meer Amerika en Marokko te ontdekken. Maar moe is hij allerminst. Op zijn 77ste heeft hij nog steeds het obsessieve verlangen om zijn ding te doen: foto's nemen. Dat zijn familie hem liever niet mee heeft op reis neemt hij er dan maar bij.
...

Harry Gruyaert, sinds 1981 lid bij het wereldvermaarde fotoagentschap Magnum, en Harry Potter, tovenaarsleerling, delen meer dan een voornaam. Gruyaert tovert namelijk met kleuren en composities als was hij een leerling van Zweinstein. Als Belgische pionier van de kleurenfotografie reisde de Antwerpenaar de wereld rond om de kleurenpaletten van onder meer Amerika en Marokko te ontdekken. Maar moe is hij allerminst. Op zijn 77ste heeft hij nog steeds het obsessieve verlangen om zijn ding te doen: foto's nemen. Dat zijn familie hem liever niet mee heeft op reis neemt hij er dan maar bij. Filmmaker Gerrit Messiaen benaderde Gruyaert uit een fascinatie voor zijn werk. In het verleden portretteerde Messiaen al met veel bravoure en respect Paul Cox en Frans Buyens, maar ook de iconische architectuurfotograaf Lucien Hervé, die een meester in de zwart-witfotografie was. Het is net die tegenstelling met Gruyaert dat Messiaen fascineerde. Harry Gruyaert. Photographer wil niet alleen de fotograaf voorstellen, maar ook een rusteloze vagebond die al van kinds af aan geconfronteerd werd met (bewegende) beelden. GERRIT MESSIAEN: Toeval, maar daarnaast leidt ook de diepere lijn doorheen mijn werken naar hem. Mijn film over Lucien Hervé focust op zijn meesterlijke zwart-witfotografie. Deze keer werd ik erg gegrepen door het kleurgebruik van Harry. HARRY GRUYAERT: Andere filmmakers hadden mij ook al benaderd, maar voor mij moest het Gerrit zijn. MESSIAEN: In feite draait het om vertrouwen. Dat was er vrijwel meteen. MESSIAEN: Voor mij leverde die een interessante spanning op. Ik heb die structuur nodig om mij comfortabel te voelen. Bij mijn vorige film was die ook uitermate belangrijk, omdat Lucien Hervé sukkelde met zijn gezondheid en in een rolstoel zat. Harry houdt dan weer niet van lange draaidagen. Een groot deel van de film, het interview in Harry's appartement, is gemaakt in een dag. Zonder een duidelijke opbouw in mijn hoofd was de film er nooit gekomen. GRUYAERT: Dat was mijn idee. Ik hou van die paar kilometers waar de tram langs de zee rijdt. Die lijn heeft me altijd geïntrigeerd. MESSIAEN: De fotografie van Harry kun je niet in scène zetten. Dat hoeft ook niet en je kúnt het ook niet faken. In die tram hadden we wel die intentie. Het licht liet ons toe om een paar keer heen en weer te gaan. Je voelt meteen dat Harry een hele grote focus heeft. Het is ook niet toevallig dat we kozen voor een opening in Vlaanderen. De thematiek van komen en weggaan is bij Harry erg aanwezig. Hij moest afstand nemen van Vlaanderen om te kunnen worden wie hij wou. Hoe ging er het aan toe op set?MESSIAEN: Harry is niet iemand die wil gevolgd worden gedurende de hele dag. Hij heeft daar een hekel aan. GRUYAERT: Elke minuut met een ploeg in mijn kielzog is vervelend. Als ik een fotomoment zie, dan stop ik en zijn zij ballast. Ik liet ze me wel achtervolgen als dat nodig was. Jimmy Kets, de cameraman, heeft veel mogen lopen.MESSIAEN: Jimmy heeft één keer geprobeerd Harry nogmaals over een brugje te doen lopen, maar dat bleek al een keer te veel. 'Lucien Hervé heeft ook niet veel moeten wandelen in jullie film, die was 95', zei hij toen. Ik had daar geen last vast, want ik ben enorm bezig met de montage van mijn films. Ik voel minder de drang om meer en meer beelden te maken. Ik had veel meer aan Harry tijdens de momenten zonder camera. Wat is uw relatie met cinema? GRUYAERT: Cinema heeft me altijd geïnteresseerd, misschien zelfs meer dan fotografie. Ik ben een enorme cinefiel. Cinema en schilderkunst waren mijn school. Geloof je in dat ene moment dat je moét vastleggen, le moment décisif?GRUYAERT: Ik geloof in niks. In fotografie ga je niet per se een verhaal vertellen. Je gaat door compositie, vorm en kleur zoveel mogelijk proberen te zeggen in één beeld. Ik ben straight to the point. MESSIAEN: Harry raakt een interessant spanningsveld aan. Hij is een fotograaf die leeft voor dat ene beeld. Ik ben een filmmaker en hou van verhalen. Het werk van Harry is essentieel maar ik wil ook het verhaal van zijn persoon vertellen.Hoe maak je de balans tussen je eigenheid als filmmaker bewaren en het werk van Harry Gruyaert te eren?MESSIAEN: Door heel veel tijd in mijn research te steken en de juiste afstand te kiezen. Je moet de keuzes al op voorhand maken. En die keuzes zijn van mij, niet van Harry. Dat grijpt terug naar het vertrouwen waar we het eerder over hadden. Eens alles gefilmd is, begint er een nieuw proces waarin je met montage kan spelen.GRUYAERT: Ik heb Gerrit geholpen door hem zoveel mogelijk toegang te geven tot al het materiaal waarover ik beschik, zowel mijn werken als de 16mm-filmpjes van mijn vader. Hij was het die mij al heel vroeg in contact bracht met de mogelijkheden van beelden.Je werkt voor jezelf, zeg je in de film. Denk je nooit aan de kracht die je foto's kunnen uitoefenen op anderen? GRUYAERT: Ik denk daar nooit aan, maar ik stel die wel vast. Heel wat mensen zeiden me dat ze in vervoering werden gebracht bij het zien van mijn foto's die hingen aan de muren in de Parijse metro. Het brengt mij dan weer in vervoering om mijn ding te doen. Ik doe het dus voor mezelf. De foto-opnames zijn mijn plezier. Als filmmaker moet je denken aan een publiek. Ik denk nooit aan een publiek.