Je kiest een archetypisch filmgenre, bouwt daar een koele, ironische structuur omheen en vult alle gaten en spleten met je persoonlijke angsten, obsessies en fantasiën. Da's de formule waarvan Lars von Trier zich intussen al een poosje bedient, en met deze seriemoordenaarsthriller is dat niet anders.
...

Je kiest een archetypisch filmgenre, bouwt daar een koele, ironische structuur omheen en vult alle gaten en spleten met je persoonlijke angsten, obsessies en fantasiën. Da's de formule waarvan Lars von Trier zich intussen al een poosje bedient, en met deze seriemoordenaarsthriller is dat niet anders. Matt Dillon incarneert een mislukte, misogyne architect die moorden een kunstvorm vindt en zijn zieke lusten botviert op vrouwen, kinderen en dieren, terwijl hij ondertussen met 'Verge' - zijn metgezel richting de hel - over de moraal van kunst, censuur, het genie van pianist Glenn Gould en andere Von Trier-fetisjen filosofeert. Veel moeite hoef je dus niet te doen om in dit groteske gruwelbanket een verminkt zelfportret / mea culpa / j'accuse van de Deense controversekoning te detecteren, onder het sarcastische motto: 'Jullie dachten dat ik te ver was gegaan met The Idiots, Dogville, Antichrist, Nymphomaniac en andere arthouse brut? Wacht dan tot jullie de esbattementen van Lars - excuus: Jack - hebben gezien.' Het is alsof Von Trier, gek en genie, sater en trol ineen, een dialoog voert met zichzelf en de kijker. Dat zijn shocker in Cannes voor polemieken en vroege vertrekkers zorgde, hoeft dus niet te verbazen. Bovendien is zijn zelf ineengetimmerde horrorhuis te cerebraal en monotoon om écht de huiver over je rug te laten rollen of om écht diepe gedachtes uit te lokken. Toch zit een beetje cinefiel nog altijd duizend keer liever vast in de martelkooi van de flamboyante Deen dan in het gemiddelde prefabhorrorvehikel dat uit het infernale Hollywood komt gerold. Psycho killer, qu'est ce que c'est? Hahahahahaha, hahaha, ha.