'Il n'y a ni mauvaises herbes ni mauvais hommes. Il n'y a que de mauvais cultivateurs', zo schreef Victor Hugo in 1862 in zijn roman Les misérables. In Ladj Ly's gelijknamige film krijgt dat citaat een heel hedendaagse invulling. Net als Hugo zoomt Ly in op 'de ellendigen' uit de door kansarmoede en geweld getekende voorsteden van Parijs. Alleen zijn dat bij de Franse filmmaker van Malinese afkomst de multiculturele cités van vandaag - waar hij zelf opgroeide -, met hun racistische flikken, lepe straatboefjes en corrupte politici. Hij doet dat met zo veel empathie en authenticiteit dat zijn welgemikte molotov nu al de La haine van de 21e eeuw genoemd wordt.
...

'Il n'y a ni mauvaises herbes ni mauvais hommes. Il n'y a que de mauvais cultivateurs', zo schreef Victor Hugo in 1862 in zijn roman Les misérables. In Ladj Ly's gelijknamige film krijgt dat citaat een heel hedendaagse invulling. Net als Hugo zoomt Ly in op 'de ellendigen' uit de door kansarmoede en geweld getekende voorsteden van Parijs. Alleen zijn dat bij de Franse filmmaker van Malinese afkomst de multiculturele cités van vandaag - waar hij zelf opgroeide -, met hun racistische flikken, lepe straatboefjes en corrupte politici. Hij doet dat met zo veel empathie en authenticiteit dat zijn welgemikte molotov nu al de La haine van de 21e eeuw genoemd wordt. In deze dreun van een debuutfilm, in Cannes bekroond met de Prix du Jury, sleurt Ly je mee in het zog van politiekorporaal Stéphane, die zich zijn eerste werkdag bij zijn nieuwe korps wel anders had voorgesteld. Zijn overste blijkt een hitsig, blank alfamannetje te zijn dat zijn boekje graag en gretig te buiten gaat. De jonge boefjes die hij in het gareel moet houden, zijn allerminst onder de indruk van zijn badge. De zwarte burgemeester van het quartier blijkt zelf een halve gangster, en wanneer een jonge knul er niets beters op vindt dan een leeuwenwelpje van zigeuners te stelen, dreigt de boel helemaal te ontploffen. Het dynamisme en het naturel spatten van Ly's kwieke véritécamerawerk af, en de invloed van banlieueklassieker La haine (1995) en Do the Right Thing (1989) is nooit veraf. En ook Ly weet hitsige actie uit da hoods, bijtende sociale commentaar op la France oubliée en potent patserdrama samen te kneden tot een film die nog lang na Hugo's voornoemd citaat op de aftiteling blijft nazinderen. Voor alle duidelijkheid: jouw film is géén adaptatie van Hugo's roman. Waarom precies toch dezelfde titel?Ladj Ly: Het is een knipoog, een aandachtstrekker, een wake-upcall. We hebben dat boek hier allemaal op school moeten lezen. Alleen leerden we daar niet dat we anderhalve eeuw na Hugo nog steeds in een klassenmaatschappij leven, dat er nog steeds misérables zijn en dat politiegeweld in de banlieues nog steeds veel voorkomt. Ik kom uit Montfermeil, de arbeidersbuurt waar een deel van Hugo's roman zich afspeelt. Ik weet waarover ik spreek. Alles wat je in de film ziet, is gebaseerd op dingen die ik of vrienden van mij zelf hebben meegemaakt. Het scenario is een bundel factuele anekdotes die ik tot één geheel heb gesmeed. Dit is mijn verhaal, mijn milieu. Ik ken deze buurt van buiten. Ik ken de acteurs, de verschillende gemeenschappen, de straatcodes, de gevoeligheden. Zelf ben je aan dat milieu kunnen ontsnappen.Ly: Ik ben helemaal niet ontsnapt. Ik woon er nog steeds, met mijn vrouw en mijn zoontje, dat in de film in feite mijn jongere zelf speelt. Indertijd hebben we een kunstcollectief opgericht, geïnspireerd door La haine. Die film heeft ons de ogen geopend en getoond dat je ook in de banlieues films kunt maken en creatieve dingen doen. Ik was zestien toen La haine uitkwam en heb meteen een digitale camera gekocht. Sindsdien heb ik zo ongeveer alles gefilmd wat ik in mijn buurt zag. Zo heb ik al doende de stiel geleerd, geleerd hoe je beelden moet creëren, hoe je moet monteren... Net als die jongen met zijn camera en zijn drone uit de film?Ly: Dat is dus mijn zoontje. (lacht) In Les misérables zitten geen beelden uit mijn archief. Wel heb ik vorig jaar met kunstenaar JR de webserie Chroniques de Clichy-Montfermeil gemaakt, over alle artistieke projecten waaraan ik de voorbije vijftien jaar in mijn buurt heb meegewerkt. Ik ben geen cinefiel. Ik bekijk weinig films. Dingen als Training Day (2001) en Do the Right Thing vind ik goed, maar ik haal mijn inspiratie liever uit het echte leven om me heen. La haine dateert van 1995. Is er in de banlieues sindsdien iets veranderd?Ly: Ja. Het is nog erger geworden. Vroeger had je ook al politiegeweld, maar er was tenminste nog contact met de flikken, een minimum aan dialoog, een soort wederzijds basisrespect. Je kende ze en je kon met hen praten. Dat is verdwenen, omdat de overheid flink in die korpsen heeft gesnoeid. Buurtflikken zijn vervangen door speciale brigades. Die praten niet meer, die snauwen alleen nog. Of ze halen hun knuppel boven. Op die manier los je niks op, maar maak je de problemen nog erger. En dat terwijl de presidenten Sarkozy, Hollande en Macron de voorbije jaren zwoeren om eindelijk eens werk te maken van een plan voor de banlieues.Ly: Er zit zo veel jong talent in die wijken. Alleen moet je jongeren de kans geven om zich te ontwikkelen. Daar is tijd voor nodig. Daar zijn langetermijnprojecten voor nodig. Je moet hen een perspectief bieden. Het is makkelijk voor politici om even te doen alsof ze zich het lot van de banlieues aantrekken wanneer er weer eens rellen uitbreken en auto's in de fik gestoken worden of wanneer er verkiezingen aankomen. Alleen is het meestal na enkele maanden alweer gedaan met hun mooie beloftes. Tijdens zijn campagne heeft Macron iedereen ingepakt met zijn plannen om de banlieues te helpen, maar van zodra hij in het Elysée zat, trok hij die weer in. Die kerel kijkt gewoon op ons neer. Kun je de leefomstandigheden verbeteren in de buitenwijken? Absoluut, als de politieke wil er is toch. Hoe dwing je die af?Ly: Ik wil geweld zeker niet aanmoedigen. Ik ben geen revolutionair. Ik ben een filmmaker die praat over zijn leven, zijn wijk. Ik ben onschuldig. (lacht) Alleen stel ik vast dat geweld soms ogen kan openen. Kijk naar de Franse Revolutie. Kijk naar de rellen van 2005, die nu alweer de prehistorie lijken. Kijk naar de gilets jaunes nu. Als je niet gehoord wordt, als je constant op een muur botst, als niemand een dialoog wil aangaan om naar antwoorden te zoeken, grijp je naar extreme middelen. Ik ben geen helderziende, maar als er niets gebeurt, als er niet naar de mensen geluisterd wordt, weet ik zeker dat de volgende Franse revolutie in de banlieues zal uitbreken.