'Bobby, nee! Zit. Zit! Brave Bobby.'
...

'Bobby, nee! Zit. Zit! Brave Bobby.' In een hoek van de woonkamer probeert iemand ons keffend diets te maken dat we maar beter snel weer opzouten. Bobby, de overenthousiaste chihuahua des huizes, heeft het duidelijk niet zo begrepen op mensen van buiten zijn bubbel. 'Hij lijkt te vrezen dat hij dan minder aandacht zal krijgen. Maar goed, we werken eraan. Vorige week had hij zijn eerste therapiesessie.' 'Een handtashondje met een persoonlijke peut. Interessante keuze wel, voor een dertigjarige punkrocker.' 'Bobby was drie jaar geleden een packagedeal met mijn vriendin', grinnikt Jonas Vermeulen. 'En chihuahua's zijn best cool. Zelfs Ozzy Osbourne heeft er vijf.' We zitten op het Antwerpse dakterras van de acteur, muzikant en theatermaker van koninklijke kleinkunstbloede: zijn vader Geert was decennialang muzikant, acrobaat en de gewillige inhoud van menige betonmolen en katapult bij wijlen De Nieuwe Snaar. En hoewel Jonas zelf ook kleinkunst ging studeren aan het Antwerpse Conservatorium ging hij met zijn punkrocknevenproject Psycho 44 (met Gaelian Lahaye, Niels Meukens, Pieter-Jan Janssen) een ietwat andere muzikale richting uit. Minder Bwana Kitoko, meer All My Demons Have Distortion. Daarnaast vormde hij aan het Conservatorium al snel een theaterduo met Boris Van Severen. Hun afstudeerproject, de frenetieke rockopera The Great Downhill Journey of Little Tommy, harkte meteen prijzen bijeen op Theater aan Zee, het Theaterfestival en het Edinburgh Fringe Festival. Ook opvolger, elektro-opera The Only Way Is UP, oogstte gelijkaardig succes. Dit najaar speelt Vermeulen - vermoedelijk - in The Sheep Song van FC Bergman en samen met Tim Vanhamel in Oresteia van HetPaleis. Maar de kans is groot dat u hem vooral kent van zijn rollen in Den elfde van den elfde, In Vlaamse velden of recenter in Studio Tarara, waarin hij opnameleider Glenn vertolkte. Volgend jaar mag hij ook Red Light toevoegen aan zijn cv, de VTM-reeks van Halina Reijn en Carice van Houten. En dan is er natuurlijk nog Zillion. 'Kut, hè. ' Tijdens de castvoorstelling in februari leek er nog geen vuiltje aan de lucht. Hoofdrolspelers Vermeulen, Charlotte Timmers en Matteo 'pornoboer Dennis Black Magic' Simoni lurkten nog amicaal aan dezelfde fles champagne alsof het 2019 was. En regisseur Robin Pront was klaar om een maand later met de opnames van Zillion te starten, het saillante verhaal van Frank Verstraeten, ex-uitbater van de legendarische megadiscotheek die rond de eeuwwisseling zowat van elke denkbare misdaad - moeskoppen niet te na gesproken - beschuldigd werd. 'En toen passeerde covid-19, en werd de hele zwik uitgesteld', aldus Vermeulen. 'Eerst met een maand, wat vandaag haast aandoenlijk naïef lijkt. Daarna werd dat het einde van de zomer. Ondertussen lijkt dat de zomer van volgend jaar te worden. Kan ook moeilijk anders: alleen al de discotheekscènes met 200 figuranten of de, eh, iets vunziger scènes zouden onverantwoord zijn. Al blijft het zuur: Matteo, Charlotte en ik hadden ons suf gerepeteerd, stonden te popelen om te beginnen en dan gaat het land drie dagen voor de opnames plots in lockdown. Dat is als een renner die last minute te horen krijgt dat hij toch niet mag starten in de Ronde van Frankrijk: daar sta je dan met je perfecte training en je goeie benen. Balen. Maar goed, we hoefden maar even naar de griezelige beelden van overspoelde ziekenhuizen in Italië te kijken om alles netjes in perspectief te plaatsen. Zeer zuur. Zeker als je zoals Simoni ook al maanden op kip en blauwe bessen overleeft om een geloofwaardige Dennis Black Magic te spelen. Jonas Vermeulen: Charlotte, die de vriendin van Verstraeten speelt, volgde dat dieet ook. Je moet er iets voor over hebben om er zo cokey uit te zien. Ook voor mij was het de meest intense voorbereiding ooit, aangezien ik nog nooit een film heb moeten dragen. Ik heb wel wat dingen gedaan, maar nog niks van dit kaliber. Laat ons hopen dat we zomer 2021 echt kunnen starten, want straks ben ik te oud om Verstraeten te spelen. (lacht)Zillion zou voorlopig althans de culminatie worden van je tv- en filmcarrière. Vermeulen: Mijn dertigste verjaardag viel normaal ook samen met de laatste draaidag. Het zou echt mooi geweest zijn om op de valreep, nog net voor mijn dertigste, die eerste hoofdrol in te blikken. Maar goed, als dat mijn grote trauma is, heb ik best een mooi leven, toch? Je bent ter voorbereiding uitgebreid gaan praten met Frank Verstraeten, die wonderwel zijn fiat gaf voor Zillion. Hoe is hij als mens? Vermeulen:(zuinig) Apart. Ik doe even een poging op basis van wat ik me nog herinner uit de vakpers van rond de eeuwwisseling: een aalgladde technerd die liefst zijn eigen wetten en mythes schreef en een kloek napoleoncomplex torste. Strookt dat met jouw beeld? Vermeulen:(knikt)Klein van gestalte, groot van dromen? Klopt wel, ja. Hyperintelligent ook. Hij stoomde maar door, joeg heel Antwerpen op stang maar kreeg daardoor ook een aanhang. Het was een zoektocht naar de juiste versie van Verstraeten voor Zillion. Want je kunt hem zeer makkelijk als een soort onsympathieke sfinx neerzetten - de waslijst aan onfrisse praktijken waarvan hij op zijn minst ooit beschuldigd is, is lang - maar wat voor eendimensionale film krijg je dan? Je wilt een verhaal vertellen - de rise and fall van de Zillion - en Robin heeft ook een heel slim verhaal geschreven, geen documentaire. Vallen er persoonlijke lessen te trekken uit het verhaal van Verstraeten? Vermeulen:(schatert) Ik weet niet of ik mijn levenslessen wel bij hem moet gaan zoeken. Maar in wezen is het ook wel een soort waarschuwend verhaal over jezelf verliezen in een soort manie, jezelf heel hard willen bewijzen en over clashende ego's. Verstraeten blijft een enigmatisch figuur, tot op vandaag. Ik ga echt niet beweren dat ik hem nu helemaal heb doorgrond. Op een bepaalde manier staat hij los van de wereld - hij leeft ergens in een eigen universum - maar tegelijkertijd is hij zich zeer bewust van hoe 'normale' mensen hem zien en speelt hij daar perfect mee. Hij zit echt op een andere trip dan wij. *** Vermeulen bleef na zijn opleiding in Antwerpen plakken, maar komt oorspronkelijk uit Grobbendonk, een allesbehalve stil stukje Kempen waar elk gezin bij de aanbouw van een nieuwe garage ook een paar loeiharde gitaren cadeau lijkt te krijgen. Van Crackups, The Priceduifkes, Equal Idiots tot Psycho 44, de Kempen klinken verdacht hard als punkrock. 'Ik snap ook niet helemaal waarom dat merk van rock en punk het zo goed doet in de Kempen. Maar zo ging dat tien jaar geleden nu eenmaal: je trok in het weekend van het ene café naar het andere jeugdhuis om te spelen en je kwam daar telkens weer dezelfde bands tegen. En hetzelfde paar punkers - de leren frakken met Tipp-Ex op - dat wat kwamen pogoën en een beetje vechten als het even kon. (lacht) Het vreemde is dat dat vandaag helemaal verdwenen is. Blijkbaar was dat een zeer uniek moment in de tijd. Geen van bovenstaande groepen lijkt ook helemaal te snappen waar hun relatief succes vandaan kwam. Jullie haalden bijvoorbeeld de finale van de Rock Rally in 2010 en speelden in het voorprogramma van Queens of the Stone Age. Aardige geloofsbrieven, maar een plan zat daar niet echt achter. Vermeulen:En vergeet niet dat we ooit op Pukkelpop een overvolle Marquee hebben geopend. Het was flink aan het regenen, misschien had dat er wat mee te maken, maar goed. (lacht) Op den duur kregen we zelfs wat ambitie, én een manager. Crackups bijvoorbeeld, die zijn daar altijd radicaler in geweest: smeriger, trashier, geen enkel plan, als ze maar konden raggen. Plots stonden ze in de AB zonder echt goed te weten hoe ze daar eigenlijk beland waren. En ik ben heel blij dat ze dit jaar hun comeback gemaakt hebben. Net zoals Psycho 44? Of mogen we niet spreken van een comeback? Na All My Demons Have Distortion, jullie debuutplaat van 2013, ging het gitaargerag wat liggen. Tot begin dit jaar plots Unreality I verscheen, samen met de aankondiging dat er dit najaar nog een Unreality II komt. Vermeulen:Die stilte heeft een paar verklaringen. We schrijven zeer traag - dat vooral. Die eerste plaat was eerder een best of van de nummers die we al jaren in jeugdhuizen speelden. Nieuw materiaal afwerken bleek toch wat lastiger. En dan hadden we nog een paar wissels binnen de groep, en van management, waardoor die nieuwe release telkens werd uitgesteld. Gokje: mocht je ervan kunnen leven, dan had jij je exclusief op muziek gegooid. Vermeulen:Waarom denk je dat? Die heel andere, mild bezeten blik die je krijgt wanneer je het over Psycho 44 hebt, om maar iets te noemen. Vermeulen: Het wordt me steeds duidelijker hoe belangrijk muziek voor mij is. Hoe uniek ook. Al blijf ik het moeilijk vinden mezelf een muzikant te noemen: ik ben gewoon een kerel die wat muziek maakt. Boris Van Severen waarschuwde me al dat je dat - onterecht - zou zeggen. Vermeulen: Ik ken echte muzikanten. Ik wil mij daar niet naast plaatsen. Je bent geschoold in klassieke piano, en jazzpiano bij Jef Neve. Je speelt gitaar, basgitaar en tot milde ergernis van een bron die we maar niet zullen noemen ook een aardig stukje zingende zaag. Vermeulen:(lacht) Mijn vader heeft een schatkamer aan instrumenten, een soort muzikale speeltuin waar hij mij ook zonder echt veel beperkingen in liet spelen. En wilde ik leren drummen, maar had hij geen drumstel staan, dan haalde hij er wel eentje in huis. En waarom zou je nu niet aan de slag willen met een heerlijk absurd instrument als een zingende zaag, en dat uniek, ijl theremingeluid? Sorry, Boris! Maar om op je eerdere vraag terug te komen: ik ben net dertig geworden en dan ga je toch even terugblikken. Ik stel vast dat ik als acteur gezegend ben met aanbiedingen waar geen weldenkend mens neen op zegt, en dat ik ondertussen bijna met iedereen heb samengewerkt waar ik ooit van droomde. Ik stel vast dat ik ook geweldig veel voldoening heb gehaald uit de voorstellingen die ik zelf in elkaar bokste. En hoewel Psycho 44 misschien niet de beste economische keuze is, kan ik niet zonder. Dat is de round-up, maar heb je er ook een conclusie aan gekoppeld? Vermeulen: Daar ben ik nog mee bezig. Ik heb nu toch tijd: ik vul mijn dagen met nadenken, muziek maken en bananenbrood bakken. (lacht) Ik hoop dat ik nooit moet kiezen tussen de drie, maar het universum heeft blijkbaar wel besloten dat ik vooral als acteur aan de slag moet. Dat is een onverwachte wending. Met welke hoop begon jij destijds aan de kleinkunstopleiding? Vermeulen: Ik zou eigenlijk de acteeropleiding gaan volgen. Ik mocht er ook beginnen, maar wilde toch even kijken wat die toelatingsweek van kleinkunst voorstelde. Ik dacht vooral dat ik als acteur nog meer te leren had 'want die muziek, dat lukt al aardig'. Arrogant en zeer fout vooral. Na een week in de kleinkunst had ik door dat ik nog van niks wist. Ik heb mijn eerste jaar zelfs moeten overdoen: het was allemaal wat veel voor een achttienjarige die nog niks van de wereld kende. 'De kleine had toch flink wat noten op zijn zang', bedacht Van Severen zich, die een jaar na jou op het Conservatorium aankwam. Vermeulen: Ik sluit niet uit dat ik hem als groentje toen even bij de hand heb genomen met de air van een gerodeerde veteraan. (lacht) Dat haantjesgedrag is blijkbaar een fase waar iedereen op de toneelschool even door moet. En zolang dat niet bleef duren, was dat gezond om de Grobbendonkse burgerlijkheid even af te schudden en te durven denken: als ik zin heb om te roepen, dan roep ik toch gewoon even? In hoeverre heeft het Conservatorium jou veranderd? Vermeulen: Ik vond theater voordien vooral léúk. Net zoals ik altijd moest lachen als ik kritiek kreeg, tot ergernis van de docenten. Ik nam het niet serieus, net als de meeste dingen in mijn leven. Laat ons zeggen dat ik toen nooit had durven te denken dat ik een paar jaar later met iets groots en ambitieus als Little Tommy zou afstuderen. Little Tommy was het begin van een internationaal parcours, een rist prijzen en de samenwerking met Boris Van Severen. Hoe zit de creatieve verhouding tussen jullie? Vermeulen: Boris is een speler, ik probeer iets meer het geheel te overschouwen. Dat is een kwaliteit, maar het kan me ook flink in de weg zitten. Ik ben soms te bedachtzaam, terwijl ik beter wat meer zou springen, zonder remmingen en gewoon zien waar ik land. (denkt na) Eigenlijk heb ik al veel van die levenslessen geleerd dankzij het theater. Kun je daar nog een voorbeeld van geven? Vermeulen: Ik heb geleerd dat het niet altijd helemaal om mij draait. (lacht) Achteraf gezien was Little Tommy bijvoorbeeld één grote schreeuw: 'Hier zijn we! Zie ons! Zie mij!' Maar door ook in stukken als Are We Not Drawn Onward to New erA van Onroerend Goed te spelen, waar je als acteur maar een deeltje van de voorstelling bent, ben ik daar stilaan van bevrijd. Je schijnt ook de trekker van jullie tweetal te zijn. Desnoods stoom je dagen door op hooguit twee uur slaap en vergeet je gewoon te eten. Vermeulen: Dat klopt wel - zeker toen Boris en ik aan UP timmerden - maar ik probeer er toch ook geen gewoonte van te maken. Het was ook nodig: we hadden twee maanden de tijd, maar hadden er minstens vier nodig. Dan lopen de dagen al snel door elkaar, slaap je wat minder en begin je soms half te hallucineren dat er mensen in het gebouw zijn terwijl dat eigenlijk drie dagen geleden zo was. Maar goed, op zo'n moment sta je in dienst van iets groters en daar haal ik veel plezier uit. En je wilt achteraf toch nooit het gevoel hebben dat je ergens iets hebt laten liggen? Jouw vader gaf in zijn hele carrière amper interviews, maar wat in die zeldzame gesprekken telkens kwam bovendrijven, was zijn overdreven werklust, zijn neiging om hardnekkig door te duwen en zijn extreem perfectionisme. Dat weerklinkt hier ook een beetje. Vermeulen:(lacht) Tja, ik heb nooit anders gezien: na de repetities met De Nieuwe Snaar in ons tuinhuis bleef mijn pa nog uren en dagen wroeten op hoe hij zijn acts nog beter, groter of unieker kon maken. Dat is altijd een zeer dankbaar voorbeeld geweest, maar ondertussen heb ik geleerd dat er ook een andere manier is. Binnen Psycho 44 kon ik vroeger zeer dominant en hard zijn, maar dat was de verkeerde aanpak. Waarom zou je je wil proberen op te leggen aan een groep mensen die je net bewondert omdat zij iets kunnen dat jij niet kan? Je hoedde je er in je eerste jaren voor om weggezet te worden als 'de zoon van'. Er was nochtans een makkelijke manier om alle associaties te vermijden: allesbehalve kleinkunst studeren. Vermeulen:(grinnikt) Mijn vader heeft inderdaad even gesuggereerd dat ik misschien beter een andere richting uit kon gaan. Het leek hem handig dat ik een 'echt' vak zou leren, want dat acteren blijft toch iets heel abstracts en absurds. Tegen de tijd dat ik ging studeren, had hij de keerzijde van de medaille ook wel gezien, denk ik. De Nieuwe Snaar was naar het einde toe meer een amalgaam van zelfverklaarde ego's dan een groep, meer strijd dan samenwerking. Jij lijkt net zo veel mogelijk met vrienden proberen te spelen. Vermeulen:Nochtans gaat het bij Psycho 44 of Boris soms ook hard tegen onzacht. Ik vind het vooral straf hoe lang zij het hebben volgehouden. Wanneer ik een voorstelling dertig keer speel, heb ik het gevoel dat ik er stilaan alles uit heb gehaald, maar bij De Nieuwe Snaar draaiden ze hun hand niet om voor 300 shows in één tournee. Vier dagen per week, 35 jaar aan een stuk. Daar zijn records gesneuveld. Maar hoe ouder ik werd, hoe bewuster ik me van hun conflictmodel werd. Het was bikkelen geworden, zonder helaas nog goed te beseffen wat ze samen hadden neergezet en hoe hard ze dat aan elkaar te danken hadden. Elk afzonderlijk waren ze nooit zo groot geworden. Je zou kunnen zeggen dat De Nieuwe Snaar zonder de clownerie van mijn vader een 'gewone' liedjesgroep was geweest, maar het omgekeerde is ook waar. Ze hadden elkaar nodig. Jouw vader vond poëzie in indrukwekkende stunts. Al kan ik me voorstellen dat je als kind niet per se op de poëzie let wanneer je vader in een betonmolen kruipt of zichzelf richting publiek katapulteert. Vermeulen: Door kinderogen zagen zijn acts er altijd wat impulsief en gebricoleerd uit, dus ik had wel stress dat er iets mis zou gaan. Al was ik vooral nerveus voor de reactie van het publiek: zou de mop wel goed aankomen? Deed de act wat-ie moest doen? Wat heb je, los van zijn werkethiek, nog van hem opgepikt? Vermeulen: Zijn liefde voor het circus? Danny Ronaldo van Circus Ronaldo is een vriend van de familie. Ik ga al naar hun voorstellingen zolang als ik me kan herinneren, ze hebben mee mijn idee over theater gevormd en ik merk dat mijn fascinatie met de jaren alleen maar groeit. Circus Ronaldo is geen klassiek tien-clowns-in-een-klein-autootjecircus. Vermeulen:(knikt) Het is circus in theatervorm, wonderlijk poëtisch en met Danny Ronaldo als een van de beste acteurs van Vlaanderen. Dat acrobatische aspect van hun werk, en dat van mijn vader, inspireert me ook enorm. 'Jonas heeft het clowneske in hem, maar hij gaat het een beetje uit de weg', bedacht Van Severen zich. Vermeulen: Ik probeer spaarzaam te zijn met de clownerie. Dat kan ook snel gratuit worden, iets waar je uit gemakzucht mee uitpakt. Bovendien ben ik er lang niet zo goed in als Ronaldo of pakweg Kris Van Trier (van Comp.Marius, nvdr.). Zij zetten dat clowneske alleen maar in om schoonheid te creëren, meestal gecombineerd met een soort pijn. Niks zo mooi als een worstelende clown. Is circus eigenlijk nog wel van deze tijd? Vermeulen: Het clichématige circus? Nee. Maar wat zij doen - bewust kiezen voor esthetiek en poëzie - is een lichtpunt in een theaterwereld die de laatste jaren aan een opbod bezig lijkt om maatschappelijk relevante stukken te brengen. Niks mis met actualiteitswaarde en maatschappijkritiek, maar ik wil niet meedoen aan het opbod van meningen, zeker niet in de kunsten. Schoonheid en naïviteit moeten maar volstaan. En in deze gekke tijd kan ik die vorm van circus steeds meer appreciëren.