'Vielen er al tienduizend slachtoffers bij jullie? Op 11 miljoen inwoners? My God!'
...

'Vielen er al tienduizend slachtoffers bij jullie? Op 11 miljoen inwoners? My God!' Van de Belgische coronastatistieken is Jane Campion duidelijk niet op de hoogte wanneer we haar bellen bij haar thuis in Wellington, Nieuw-Zeeland. De gevierde regisseuse van Sweetie (1989), An Angel at My Table (1990), The Piano (1993), Bright Star (2009) en de serie Top of The Lake (2013-2017) had de voorbije maanden dan ook andere dingen aan haar hoofd. Tot vorige week stond ze op de set van haar nieuwste langspeler The Power of the Dog, waarvan de opnames door het virus drie maanden stillagen en pas eind juni konden worden hervat. Toch hoopt Campion haar adaptatie van Don Winslows misdaadroman - met Benedict Cumberbatch als een rancher die in de clinch raakt met zijn broer - volgend jaar al te presenteren in Cannes. Als de evolutie van de pandemie dat tenminste toelaat. Voor Campion zou dat een terugkeer naar vertrouwd terrein zijn. In 1993 won ze op 's werelds belangrijkste filmfestival de Gouden Palm met haar victoriaanse liefdesballade The Piano, wat van haar de eerste en nog altijd enige vrouw maakt die die cinefiele eer te beurt viel. Sindsdien staat ze te boek als de vaandeldrager van 's werelds vrouwelijke regisseursgild, een status die vorig jaar nog bevestigd werd door een poll van de BBC. Daarin werd The Piano, dat ook drie Oscars won, door critici van over de hele wereld uitgeroepen tot de beste film gemaakt door een vrouwelijke regisseur, vóór Cléo de 5 à 7 van Agnès Varda en Jeanne Dielman van Chantal Akerman. Of die volgorde terecht is? Daar twijfelt zelfs Campion aan. 'Ik zou niet op mezelf gestemd hebben', geeft ze toe. 'Chantal Akerman, Agnès Varda, Liliana Cavani, Claire Denis... Er zijn zo veel fantastische vrouwelijke filmmakers.' Dat wil geenszins zeggen dat ze niet meer trots is op The Piano, die in gerestaureerde versie nu opnieuw in de Belgische bioscopen te zien is. Mocht u haar prijsbeest al die tijd hebben gemist: daarin wordt het broeierige liefdesverhaal verteld van de jonge, Schotse Ada (Holly Hunter) die sinds haar zesde geen woord meer heeft gesproken en anno 1850 aan een Nieuw-Zeelandse grootgrondbezitter (Sam Neill) wordt uitgehuwelijkt. Communiceren doet ze via gebarentaal, én via haar piano, die ze tot in de brousse heeft laten meezeulen. Het instrument wordt ook de inzet van een seksueel machtsspel door toedoen van een mysterieuze Brit (Harvey Keitel) die zich in de lokale Maoricultuur heeft ondergedompeld en voor Ada's kersverse echtgenoot werkt. 'Toen ik de film na zo veel jaren herbekeek, viel me op hoe fris hij nog altijd is', zegt Campion met terechte trots. 'Dat hij zo succesvol was, bij critici maar ook bij het publiek, vind ik nog altijd verbazend, want het blijft een complex beestje. De heldin praat niet, het gaat over seksuele onderwerping en emancipatie, natuur versus cultuur, het speelt zich af in koloniaal Nieuw-Zeeland en de personages zijn ambigu. Ik betwijfel of ik de film vandaag, nu onafhankelijke cinema het almaar lastiger heeft, nog wel zou kunnen maken. Ik weet zelfs niet eens of ik hem nog zou durven te maken, want The Piano is intiem, episch, romantisch en wreed tegelijk. Ik schrik ervan hoeveel ambitie ik toen moet hebben gehad, alsof ik dat allemaal wel even tot een goed einde ging brengen.' Wat heeft je dat lef gegeven?Jane Campion: Jeugdige overmoed? (lacht) Peel had in 1986 de Gouden Palm voor beste kortfilm gewonnen en mijn eerste twee langspelers Sweetie en An Angel at My Table werden ook positief onthaald. Plus: ik heb van thuis uit geleerd dat er niks mis is met proberen en falen. Als je ergens gepassioneerd door bent, moet je soms niet te veel nadenken. Niet alles kapot rationaliseren. Dat geldt in de liefde, maar ook in de kunst. Het heeft jaren geduurd voor het script af was, maar toen ik het eenmaal had opgestuurd naar de producenten ging alles supersnel. Mijn Franse producent heeft het zelfs nooit gelezen. Hij hoorde de pitch, had An Angel At My Table gezien, en zei: voilà, hier is je zeven miljoen dollar. Ongelofelijk dat dat toen nog kon. Het heeft hem 140 miljoen opgeleverd. Kun je je nog herinneren wat het basisidee voor The Piano was?Campion: Als tiener was ik gek op de romans van de zussen Brontë, Wuthering Heights en zo. Omdat ze romantisch, donker en uitgesproken vrouwelijk waren, wat uniek was. Tegelijk had ik iets met de negentiende eeuw. Ik vond de kostuums en foto's van toen prachtig. Plus: dat is ook de periode waarin het moderne Nieuw-Zeeland vorm heeft gekregen. De Europese cultuur sloop voor het eerst het land binnen en clashte er met de primitieve natuur. Het idee van een mens in isolatie, ver van wat hij kent en herleid tot zijn naakte essentie, fascineerde me. Ik wilde het verhaal ook per se vertellen via een object, in dit geval een piano. Aanvankelijk was dat instrument meer een metafoor voor sluimerende verlangens, maar gaandeweg werd het een levend, organisch ding, dat bespeeld, gestreeld en aangeraakt werd. Het kreeg iets fysieks, iets seksueels. De film gaat over bevrediging vinden. Spiritueel, geografisch maar ook lijfelijk, en dat is een thema dat weinig films tackelen, zeker vanuit een vrouwelijk perspectief. Velen bestempelen The Piano daarom als feministisch.Campion: Ik bestempel hem vooral als vrouwelijk. De term feminisme schrikt me minder af dan vroeger, maar het hangt ervan af wat je ermee bedoelt. Soms heb ik de indruk dat alle films die door een vrouw zijn gemaakt feministisch genoemd worden. Vaak door mannen. Of door feministes. (lacht) Alsof het een genre op zich is, alsof vrouwen zich allemaal op dezelfde manier uitdrukken. Ik hou niet van die dogmatiek, van dat antagonisme, alsof feminisme antimannelijk betekent. Ik ben ook niet alleen maar vrouw, alsof gender alles dicteert. Ik ben wit, moeder, filmmaker, Nieuw-Zeelandse en noem maar op. Voor mij is feminisme ook: het niet meer exclusief over gender hoeven te hebben. Tegen dat reductionisme heb ik me altijd verzet, net als mijn personages. Sweetie, Janet Frame uit An Angel at My Table, Frannie uit In the Cut (2003)... Dat zijn dames die rebelleren, die hun eigen traject en identiteit kiezen. Al je films hebben wel vrouwen in de hoofdrollen.Campion: Ik ben een vrouw. Ik kijk als vrouw naar de wereld. Of je dat nu wilt of niet, elke film heeft iets persoonlijks, iets exhibitionistisch. Je geeft iets bloot. Kunst is zelfonderzoek waarin zich het universele manifesteert. Dus zal er wel iets van mezelf in Ada, Sweetie en co. zitten. Ergens waren die vrouwelijke hoofdpersonages ook een bewuste keuze. Gewoon omdat er zo weinig waren, al is er beterschap sinds MeToo, of tenminste toch in de bewustwording omtrent gendergelijkheid. Mijn nieuwe film The Power of the Dog is mijn allereerste met een vent in de hoofdrol, omdat ik voor het eerst in mijn carrière het gevoel heb dat het niet per se meer nodig is om tegen de dominante mannelijke stroom in te gaan. Bovendien is het een heel viriele vent met flink wat guy energy, waar ik altijd van gehouden heb. Het wordt tamelijk macho, dus ik ben zelf benieuwd wat dat zal geven. (lacht)Over MeToo gesproken: werd The Piano niet gedistribueerd door Harvey Weinstein?Campion: Ja, en het pijnlijke is dat Weinstein veel positiefs heeft gedaan voor de onafhankelijke film. We hebben invloedrijke, gedreven mensen als hem nodig. Alleen legitimeert dat zijn seksueel wangedrag niet en is het onvergeeflijk wat hij met zo veel vrouwen heeft gedaan. Bovendien zijn er vele Weinsteins. Er lopen er nog rond. Systemisch misbruik is nog altijd de filmwereld niet uit, al is er duidelijk een kentering. Vrouwen durven hun stem te verheffen, er wordt eindelijk geluisterd, en mensen vergoelijken het misbruik niet langer. Totale neutraliteit zal nooit bestaan omdat elke menselijke relatie een onderhandeling, een zoektocht naar evenwicht is, zowel professioneel als privé. Daar gaat The Piano ook over. Maar ik ben ervan overtuigd dat dankzij MeToo systemische uitwassen niet snel meer ongestraft zullen passeren. Er is een mentaliteitswijziging gekomen die definitief is. Tuurlijk zullen er nog zaken voorvallen, en tuurlijk zijn er ook gevallen waarbij mensen te snel aan de schandpaal worden genageld, maar de richting is duidelijk. Had je indertijd weet van Weinsteins praktijken?Campion: Tegen mij is hij altijd correct geweest en hij was fantastisch voor The Piano. Voor zijn veroordeling had ik weet van één vrouw die me vertelde door hem betast te zijn. Ik geloofde haar meteen, want er deden over Weinstein al langer geruchten de ronde. Alleen was je er zelf niet bij, en had je het enkel van horen zeggen. Dat is niet voldoende om iemand publiekelijk te beschuldigen, of te cancellen. Je bedoelt: zoals met Woody Allen is gebeurd, die door zijn dochter Dylan Farrow van seksueel misbruik wordt beschuldigd, al werd die zaak tot twee keer toe onderzocht en geseponeerd?Campion: Er zijn zo veel complexe zaken. Ik ken Woody niet persoonlijk, en ik heb de neiging om Dylan te geloven, maar ik was er niet bij dus weet ik het niet. Ik weet wel dat hij het misbruik nooit zal toegeven mocht hij het toch hebben gedaan. Wroeging blijkt zelden voldoende om je status en vrijheid op te geven. Weet je wat een goede methode is om misbruik tegen te gaan? Evenveel vrouwen als mannen om je heen hebben. Op mijn sets was dat altijd het geval. Maar die zijn helaas een uitzondering, hoewel er zo veel goede, vrouwelijke regisseurs, acteurs, monteurs, producenten en ontwerpers zijn. Alleen raken ze minder makkelijk door de professionele mazen dan hun mannelijke collega's. Waaraan ligt dat?Campion: Aan het feit dat meisjes van oudsher minder aangemoedigd worden om voor een carrière te gaan, en dat het clubje bestierd wordt door mannen. It's culture, not nature, hoewel er natuurlijk biologische verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. En gelukkig maar. Ik herinner me nog wat een filmdocent zei toen ik aan het zwoegen was op mijn eerste kortfilm: 'Maak je niet druk, meisje. Het is maar een hobby, want er zijn haast geen vrouwelijke regisseurs.' Dat heeft me extra gemotiveerd om zijn ongelijk te bewijzen, om fuck you te zeggen tegen seksisme. Maar ik kan begrijpen dat je daardoor ook afhaakt. Ik had het geluk ouders te hebben die me altijd hebben gestimuleerd om mezelf te uiten, om ambitie te hebben. Niet evident, zeker voor wie uit een minder gegoed milieu komt of een etnische achtergrond heeft. Dan ben je nog meer een outsider. Daarom ben ik voorstander van quota. Ik weet dat geen enkele vorm van discriminatie positief is, maar het systeem is discriminerend en het is een noodzakelijke, tijdelijke maatregel om evenwichten te herstellen. In The Piano speelt de Maoricultuur een prominente rol, met Maoriacteurs die Maori spreken. Lag dat toen minder gevoelig dan nu?Campion: Ik weet dat ik dat de grootste uitdaging vond. Ik wilde de Maoricultuur eer aandoen en heb me er dan ook grondig in verdiept. Ik werkte ook met een assistent die Maori was, de acteurs mee castte en hen tolkte. Dat blijft een van de meest verrijkende ervaringen uit mijn leven. Dat ik de Maoricultuur mocht vertegenwoordigen op film, want zoveel films met en over hen zijn er nog steeds niet, maakt me misschien nog trotser dan mijn Gouden Palm of mijn Oscar. Nu zouden er wellicht stemmen opgaan die zeggen dat je als witte Nieuw-Zeelander maar beter van de Maoricultuur afblijft.Campion: Ja, en dat is een brug te ver. Als kunstenaar moet je vrij kunnen zijn. Vrij om ook als outsider dingen te verkennen. Dat is de definitie van empathie: nieuwsgierigheid naar andere mensen, culturen en werelden. Dat verbindt en tackelt racisme. Wat telt, is je intentie. Die moet zuiver en eerbaar zijn. Ik ben geen fan van de cancel culture die is ontstaan. Dat homo's geen hetero's mogen vertolken. Of omgekeerd. Dat je zelf tot een bepaalde cultuur moet behoren om er een film over te maken? Ik begrijp de bezorgdheden, en natuurlijk wil je exploitatie en culturele toeëigening vermijden, maar restricties opleggen gaat te ver. Dan mag ik als Nieuw-Zeelandse ook geen film maken over Amerikaanse ranchers, zoals in The Power of the Dog. Ik heb de roman gelezen, ik heb me ingelezen in het milieu, het land, de periode. Ik heb met de erven Winslow gesproken. Ik ga mijn best doen om hem en het boek eer aan te doen. Hopelijk slaag ik. Misschien faal ik. Maar mijn intenties zijn nobel. Hoewel we inmiddels 27 jaar verder zijn, ben je nog steeds de enige vrouw die de Gouden Palm heeft gewonnen. Wat vind je daar zelf van?Campion: Eerlijk? Ik ben het kotsbeu. (lacht) Om ermee geconfronteerd te worden of erover te moeten vertellen. Het is ongelofelijk dat ik anno 2020 nog steeds geen opvolger heb. Dat bewijst dat het emancipatorische werk nog lang niet af is, want vrouwelijk talent is er genoeg. Alleen ligt het in de filmwereld blijkbaar lastiger dan in de tv-wereld, waar vrouwen duidelijk meer kansen krijgen. In tv zit ook het meeste geld tegenwoordig, en dus worden er meer artistieke risico's genomen. Vandaar dat ik Top of the Lake heb gemaakt, en voor The Power of the Dog met Netflix in zee ben gegaan. Alleen hoop ik dat de film wel uitkomt in de zalen, want daarvoor heb ik hem gemaakt, daar komt cinema tot zijn recht. Zeker in deze coronatijden vind ik dat erg belangrijk, want bioscopen kunnen alle steun gebruiken. Wie weet, volg je volgend jaar in Cannes jezelf op met The Power of the Dog.Campion: Eerst zien of ik überhaupt in Cannes raak. Ik heb nu even vakantie, daarna moet ik naar Australië om de film te monteren. Maar ik twijfel. In dat land is het virus opnieuw opgeflakkerd. Hier zitten we al een hele poos goed. Ik denk dat ik de film bij mij thuis ga monteren. Hoe verklaar je dat Nieuw-Zeeland grotendeels gespaard is gebleven van de pandemie?Campion: We zijn een dunbevolkt eiland, en onze premier Jacinda Ardern en haar regering hebben ook vroeg en consequent ingegrepen. Nieuw-Zeeland is zo gezegend met haar. Dat weten we al sinds de aanslag op een moskee in Christchurch vorig jaar. Ook daar reageerde ze empathisch, doortastend en verbindend op. Ze lijkt echt het algemene welzijn voor ogen te hebben en niet de macht. Zo'n politici bestaan dus gelukkig nog. We geven het door aan die van ons. Hou je goed.