Steeds meer bladen die aan serieuze filmkritiek doen, zoals het Amerikaanse 'Film Comment' en het Franse 'Cahiers du Cinéma', komen in nood. Wat is de oorzaak?
...

Steeds meer bladen die aan serieuze filmkritiek doen, zoals het Amerikaanse 'Film Comment' en het Franse 'Cahiers du Cinéma', komen in nood. Wat is de oorzaak?Mestdach: Ze hebben allemaal hun eigen verhaal. Bij Cahiers du Cinéma was er een overname door filmproducenten die er een reclametool van wilden maken in plaats van een blad voor onafhankelijke kritiek. Dat zag de redactie niet zitten, en dus besloot ze collectief op te stappen. In het geval van Film Comment, werd door de coronacrisis het Lincoln Center gesloten, het filmcentrum in hartje New York waar Film Comment aan verbonden is. Maar iets wat bij alle bladen voor druk zorgt, is de digitalisering. Die is natuurlijk al jaren bezig en heeft dankzij corona, nu miljoenen mensen hun informatie en entertainment noodgedwongen online zoeken, nog flink aan kracht gewonnen. Vooral de kwaliteits- en gespecialiseerde pers lijdt daar enorm onder, aangezien ook de reclameinkomsten zijn gekelderd.Op het internet ontstaan toch ook goede initiatieven omtrent filmkritiek?Mestdach: Er zijn natuurlijk goede websites en blogs, maar die zijn of generaliserend, of niche. Het middenveld valt weg. Internet heeft de neiging om diversificatie tegen te gaan. Als je een groot online publiek wilt bereiken, ben je bijvoorbeeld al verplicht om in het Engels te schrijven. Want probeer maar een Nederlandstalige website gespecialiseerd in cinefiele onderwerpen overeind te houden: dat lukt niet, dan verzuip je in de digitale jungle. De mantra dat internet zorgt voor democratisering is complete bullshit. Het tegendeel is waar. We zien nu al 20 jaar dat de digitale revolutie er net voor zorgt dat de kleine initiatieven naar de marge worden geduwd en dat de grote mainstreamspelers nog groter worden. Dat geldt op alle echelons en voor alle sectoren.Is er een manier waarop de neerwaartse trend rond filmkritiek nog gekeerd kan worden?Mestdach: Het wordt tijd dat ook lezers hun verantwoordelijkheid opnemen. Mensen beslissen individueel waar ze naar kijken, wat ze lezen,... Met andere woorden: mensen kunnen wel meningen hebben over hoe het beter moet, maar eigenlijk zouden ze gewoon cultuur met de grote C moeten consumeren in plaats van het generalistische hapklare brokje infotainment. In tijden van crisis heb je meer dan ooit expertise nodig, mensen die de hoofdzaken van de details kunnen onderscheiden, die spreken met kennis van zaken. Vergelijk het met Big Mac en haute cuisine. Er is niets mis met een Big Mac af en toe, en het is volledig logisch dat zoiets vaak geconsumeerd wordt. Maar gezond is dat niet op lange termijn. Moet aan de bevolking dan weer duidelijk gemaakt worden dat kwaliteitsvolle filmkritiek wel degelijk een nut heeft?Mestdach: Ja, maar het probleem ligt voor een deel ook bij de media zélf. Mainstream media worden vaak geleid door commerciële concerns, met aandeelhouders die enkel cijfers voor ogen hebben. In de media gelden dezelfde wetten als in de fysica: wie uit lucht bestaat gaat naar omhoog, wie inhoud heeft blijft onderaan. Zelfs bij media die zichzelf kwaliteitspers durven noemen, is het nu te vaak praatje plaatje geworden. Op de duur wordt alles eenheidsworst, terwijl je je net moet onderscheiden.Dat plaatje praatje wordt steeds duidelijker. Zelfs Indiewire, ooit bedoeld voor echte filmkritiek, is een Hollywoodfabriek geworden. Ook Cahiers du Cinéma voelt de adem van de filmproducenten. Is meedoen aan al die filmpromotie dan niet de enige kans op overleven?Mestdach: Ik geloof van niet. Media moeten hun profiel aanscherpen en niet redeneren in termen van hits en oplages. Als de mediazee woelig wordt, moet je niet van koers veranderen, maar de anker nog meer en dieper uitwerpen. Media moeten dus niet wanhopig hun broek afsteken voor allerlei doelgroepen die ze sowieso al niet bereiken. Dat heeft geen enkele zin, en zorgt er voor dat je alsmaar meer vervreemd van het publiek dat je wilt bedienen, dat vertrouwen in je stelt. Enkel de media die blijven geloven waar ze voor staan, blijven overeind. Dat hebben we de voorbije jaren telkens opnieuw gezien. Als kwaliteitsmedium moet je dus blijven investeren in filmkritiek en uiteindelijk zal je lezer je daarvoor belonen. Niet morgen, niet overmorgen, maar in the long run. Cinea (Vlaamse Dienst voor Filmcultuur) organiseert workshops voor jong schrijftalent. Zit daar de toekomst? Moeten we meer interesse voor film/filmkritiek bij jongeren aanwakkeren?Mestdach: Dat zijn absoluut zeer goede initiatieven. Of dat de filmkritiek zal redden, is een andere vraag. Werk in deze branche zullen die jongeren bijna niet vinden. Zeker niet in Vlaanderen. Er zijn bijna geen professionele filmcritici meer. Tot slot: wat voor impact heeft de huidige coronacrisis op de filmkritiek en cinema in het algemeen?Mestdach: De coronacrisis is een katalysator voor de verschillende evoluties in de bioscoopsector die sowieso al bezig waren. De tendensen zullen dus nog duidelijker worden. Maar nu de bioscopen allemaal dicht zijn en we allemaal stilaan een stijve nek hebben door naar tv's en tablets te gapen, wordt het voor meer en meer mensen duidelijk dat cinema thuishoort in de bioscoop. Daar is film voor geconcipieerd. Daar komt het als immersieve kunstvorm tot zijn recht. Cinema is immers geen medium, het is een fysiek object waar het medium deel van uitmaakt. Deze crisis zal sowieso voor een ravage zorgen in de filmindustrie, en die zal zich moeten herorganiseren en goed nadenken over hoe ze zich tot de digitale wereld verhoudt, qua windows, qua vertoningsplatformen en noem maar op. Maar misschien biedt de crisis op termijn ook mogelijkheden, zoals elke crisis opportuniteiten genereert. Vergeet niet dat cinema al elfendertig keer is doodverklaard, toen de tv opkwam, toen VHS opkwam, toen het internet opkwam, en toch heeft het al die pandemische virussen overleefd. Omdat het een uniek en onkopieerbaar product is dat miljoenen mensen samenbrengt, doet dromen, ontroert, aan het lachen brengt. Of zoals Jean-Luc Godard ooit zei: Televisie maakt vergeetachtig. De bioscoop maakt herinneringen.