Hoe komt een Vlaamse popster in een Nederlandse zombiefilm terecht?
...

Hoe komt een Vlaamse popster in een Nederlandse zombiefilm terecht? Koen Wauters: Regisseur Dorna van Rouveroy had de casting van My Blue Heaven (1990) gedaan, waarin ik ook meespeelde. Dat was goed meegevallen, dus vroeg ze me voor een hoofdrol in haar eigen film. Ik moest niet eens auditie doen. Met talent had dat weinig te maken. Clouseau had met Daar gaat ze in Nederland net een hit gescoord en mijn tegenspeelster Nada van Nie was bekend van de film Honneponnetje. Het idee achter Intensive Care was: zet die twee voor een camera en we lokken vanzelf een paar honderdduizend mensen naar de cinema. Een goed scenario leek overbodig. Daar hebben ze zich een beetje aan mispakt. (lacht) Maar jij dacht: dit is een slimme carrièrestap? Wauters: Eerlijk? Ik had er totaal geen verstand van. Ik was 22 en naïef, en Intensive Care werd me verkocht als een ambitieuze film met een bekende Amerikaanse acteur. Het klónk in ieder geval veelbelovend. Wanneer kwam het eerste oei-moment? Wauters: Vrij snel. Ik wist van toeten noch blazen en kreeg nauwelijks begeleiding. Op de set heerste totale chaos. Na een heftige discussie tussen de producent en een crewlid over de make-up van de zombie, is iedereen zelfs in staking gegaan. Ik heb uiteindelijk een soort motivatiespeech moeten geven om de film alsnog af te krijgen. Iedereen had al gauw door dat we op een cinematografische ramp afstevenden, maar dat de film zó slecht zou worden, had ik niet verwacht. Intensive Care werd 'de slechtste Nederlandse film ooit' dan wel 'een mislukte kruising tussen Kabouter Plop en Re-Animator' genoemd. Wauters: Ik heb nog nooit iets zo in de grond geboord zien worden. Gelukkig was de kritiek niet op mij gericht. Zowat iedereen was het erover eens dat ik geen acteertalent had, maar de teneur was toch vooral: zet pakweg Brad Pitt op dit project, en het wordt nog een fiasco. Met zo'n van de pot gerukt scenario kun je niet anders dan mee kopje-onder gaan. Heb je spijt van je rol? Wauters: Goh, nee. Ik hou van films en ben gezond jaloers op goede acteurs, maar er is nu eenmaal geen talent aan mij verloren gegaan. Gelukkig, want Intensive Care heeft in ieder geval alle deuren dicht gegooid. Natuurlijk dacht ik weleens: Koen, wat heb je nu gedaan? Maar op zich vond ik de opnames best plezant, ook al was het een heel zware periode. We draaiden vaak achttien uur per dag, en daarnaast was ik met Clouseau promo aan het voeren voor Domino. Dan moest ik na zo'n lange draaidag naar België rijden om een radioshow te doen, om daarna meteen terug op de set te gaan staan. Dat harde werk bleek dan toch niet helemaal voor niets: uiteindelijk heeft Intensive Care een zekere cultstatus verworven. Wauters: Klopt. In Nederland werd de film al na twee weken uit de zalen gehaald, in België is hij er zelfs nooit verschenen. Maar Intensive Care kreeg vrij snel een tweede leven in het videocircuit doordat hij zo hilarisch slecht was dat mensen er nieuwsgierig naar werden. Later werd de film ook vertoond tijdens de Nacht van de Wansmaak, het cultfilm-evenement van Jan Verheyen. Daar was hij top of the bill: slechter kon niet. (lacht) Heb je de film zelf nog teruggezien? Wauters: Dat is lang geleden, maar vroeg of laat zal ik hem opzetten met mijn kinderen. Dan kunnen die ook nog eens lachen. Ik zou de film trouwens wel aanraden: verzamel wat vrienden, voorzie een hapje en drankje en je beleeft gegarandeerd een topavond. Je moet zelfs geen joint gesmoord hebben om dubbel te liggen van het lachen. Mocht het de bedoeling zijn geweest om de draak te steken met het horrorgenre, dan hadden we een Gouden Roos verdiend. Helaas was het gemeend.