De geschiedenis herhaalt zich. Althans, dat hoopt Dr. Ian Malcolm (Jeff Goldblum). Enkele jaren nadat Isla Nublar geëvacueerd moest worden omdat de genetisch gemanipuleerde Indominus Rex een ravage aanrichtte in Colin Treverrows Jurassic World (2015), de film die de franchise rond Michael Crichtons boeken nieuw leven inblies, staat het vulkaaneiland letterlijk op ontploffen.
...

De geschiedenis herhaalt zich. Althans, dat hoopt Dr. Ian Malcolm (Jeff Goldblum). Enkele jaren nadat Isla Nublar geëvacueerd moest worden omdat de genetisch gemanipuleerde Indominus Rex een ravage aanrichtte in Colin Treverrows Jurassic World (2015), de film die de franchise rond Michael Crichtons boeken nieuw leven inblies, staat het vulkaaneiland letterlijk op ontploffen. Ook de VS staan op scheuren: terwijl het ene deel van de bevolking de dino's graag op het eiland houdt om ze daar opnieuw te laten uitsterven - een optie waar Malcolm iets voor voelt - zijn er anderen die hen graag zien overleven. Voormalige parkmanager Claire (Bryce Dallas Howard) is er daar één van. Samen met Owen (Chris Pratt) en enkele nieuwelingen trekt ze daarom naar het verlaten eiland. Daar ontdekken ze dat er kapers op de kust zijn. Klinkt bekend? Wie het voorspelbare eerste uur van J.A. Bayona's Jurassic World: Fallen Kingdom bekijkt, leert dat, net als de geschiedenis, de Jurassic-franchise zich herhaalt. Want scenarist Colin Trevorrow - die ook al de regie van de vorige Jurassic World-installatie verzorgde - is de mosterd niet ver gaan zoeken: The Lost World: Jurassic Park (1997). Ook in deze film keren er enkelen na de ramp uit de eerste Jurassic Park naar het eiland terug, om daar te ontdekken dat ze misleid zijn door enkele kapitalistische klootzakken, die in plaats van de dino's daar te bestuderen, ze hebben gevangen om ze aan een pretpark in San Diego te verkopen. Ook in Fallen Kingdom worden de dieren met kapitalistische doeleinden opgespoord en naar Los Angeles verplaatst, waar ze in een ondergronds lab tot oorlogswapens worden gemodificeerd. Het moet immers toch ietsje grootser, spectaculairder en gevaarlijker dan ervoor. Het is moeilijk om voorbij al die gelijkenissen te kijken, maar gelukkig is alles dankzij de Spaanse cineast J.A. Bayona wél oogstrelend in beeld gebracht. Te midden van al de CGI-gekte (de prehistorische dieren zien er betrekkelijk fris en levendig uit voor hun leeftijd) voel je in Fallen Kingdom zijn voorliefde voor mysterieuze (horror)sprookjes, die hij eerder al botvierde in zijn door Guillermo del Toro geproduceerde debuut El Orfanato (2007) of het spielbergiaanse fantasydrama A Monster Calls (2016). Samen met zijn vaste cinematograaf Oscar Faura doopte hij deze film in een dromerig en mysterieuze, zelfs nostalgische toon die dankzij zijn uitgesproken visuele stijl voor genoeg ouderwetse scares zorgt. Zeker wanneer de T-rexen en velociraptors tijdens het tweede uur in een groot landhuis in L.A. aankomen, dat gelijkenissen vertoont met het weeshuis uit Bayona's El Orfanato, voel je een begeesterd maker aan het werk die een inventief spel met licht, schaduw en unheimliche camerabewegingen boven een extra batterij special effects verkiest. Toch kan de tandem Bayona en Faura de inspiratieloze plot niet tot een interessante blockbuster opkloppen. Dat Colin Trevorrow de volgende Jurassic-film opnieuw zelf zal regisseren, is dan ook spijtig. J.A. Bayona is immers een van de weinige goede dingen aan deze overbruggingsfilm. Want als life finds a way het devies was van de Jurassic-franchise tot nu, leert Trevorrow in deze film dat life een platgetreden pad volgt. Of we de meest iconische dino's in de filmgeschiedenis daar nog willen volgen, is een andere vraag.