De favoriete film van Quentin Tarantino? Rio Bravo (1959). Of anders wel His Girl Friday (1940). Het hangt er een beetje vanaf op welke dag je het hem vraagt. Zelf vatte de regisseur van Reservoir Dogs (1992) en Pulp Fiction (1994) zijn liefde voor Howard Hawks in ieder geval ooit in zijn geheel eigen stijl samen: 'When I'm getting serious about a girl, I show her Rio Bravo and she better fucking like it.' Samen naar sheriff John Wayne in Rio Bravo kijken: er zijn ergere dingen om te doen op een date met iemand waar je van houdt.
...

De favoriete film van Quentin Tarantino? Rio Bravo (1959). Of anders wel His Girl Friday (1940). Het hangt er een beetje vanaf op welke dag je het hem vraagt. Zelf vatte de regisseur van Reservoir Dogs (1992) en Pulp Fiction (1994) zijn liefde voor Howard Hawks in ieder geval ooit in zijn geheel eigen stijl samen: 'When I'm getting serious about a girl, I show her Rio Bravo and she better fucking like it.' Samen naar sheriff John Wayne in Rio Bravo kijken: er zijn ergere dingen om te doen op een date met iemand waar je van houdt. En dat geldt eigenlijk voor het grootste deel van Howard Hawks' oeuvre, want een partner die niet onmiddellijk valt voor de tomeloze energie van Only Angels Have Wings (1939), de chemie tussen Humphrey Bogart en Lauren Bacall in To Have and Have Not (1944) of de bijna plotloze pret van Hatari! (1962) is iemand waar je niet de rest van je leven mee wil delen. Waarschijnlijk iemand waar je niet eens de rest van de avond mee wil doorbrengen.Het heeft nochtans een tijdje geduurd voordat de in 1896 in een rijke familie in Indiana geboren Howard Hawks gerespecteerd werd als een artiest wiens films perfect kunnen dienen als lakmoesproef voor een relatie. Hij maakte in bijna elk decennium van de vorige eeuw enkele van de populairste films van hun tijd, verfilmde scenario's van William Faulkner en boeken van Ernest Hemingway en Raymond Chandler, maar zag zijn moeite nooit met een Oscar bekroond en werd vaak weggezet als een vakkundig maar ietwat onpersoonlijk genreregisseur. Het was pas wanneer de jonge critici van het Franse vakblad Cahiers du cinéma hem tot eind jaren vijftig de spilfiguur van hun auteurstheorie bombardeerden dat de zilveren vos van Hollywood - zijn haar is even wit als dat van Jim Jarmusch - de erkenning kreeg die hij verdiende.Niet dat het Hawks wat uitmaakte. De term 'oeuvre' gebruikte hij zelf enkel wanneer er 'hors-d' voor stond, regisseren noemde hij steevast 'having fun' en de films die hij maakte noemde hij nooit kunst maar altijd entertainment. Als er al iets bestaat als een Hawksiaanse stijl dan had hij die zelf vast verklaard door het feit dat hij regelmatig hele of halve remakes van zijn eigen werk draaide en steevast sterke scènes uit z'n eigen films kopieerde. 'Wanneer je ontdekt dat iets goed werkt, kan je het net zo goed opnieuw gebruiken', zei hij daarover ooit aan Peter Bogdanovich. En zo komt het dat Hawks halverwege het filmen van de western El Dorado in 1967 het script weggooide om er gewoon opnieuw Rio Bravo van te maken. Of dat hij in de safarifilm Hatari! de pianoscène uit Only Angels Have Wings nog eens overdeed.Hawks was geen beeldenstormer of radicale vernieuwer, maar hij is misschien wel de enige regisseur die in elk genre dat hij aanpakte één of meer klassiekers wist te produceren. Met The Dawn Patrol (1930) en Sergeant York (1941) maakte Hawks twee hartverscheurende oorlogsfilms. Met Scarface - jawel kinderen, say hello to Tony Montana's illustere en minstens even gewelddadige voorganger - maakte hij in 1930 al de ultieme gangsterfilm. Met His Girl Friday (1940) een van de meest hilarische screwball comedies. Met The Big Sleep (1946) een van de donkerste films noir. Met Gentlemen Prefer Blondes (1953) een van de swingendste musicals. En met Red River (1948) en Rio Bravo twee westerns waar John Ford meteen zijn enige goed functionerende oog voor zou opgeofferd hebben.Laat de Franse critici dus maar filosoferen over de thematieken van mannelijkheid, groepsrelaties en verantwoordelijkheidszin die door bijna al die films heen stromen. Laat ze maar zoeken naar de manier waarop Hawks' persoonlijkheid zich onmiskenbaar in zijn films wurmde. Laat ze maar denken dat 'Hawksiaans' iets te maken heeft met de manier waarop de regisseur zijn acteurs plaatst in de ruimte of met de 'recht door zee'-stijl van zowel zijn continuïteitsmontage als zijn personages. Uiteindelijk betekent 'Hawksiaans' ook maar gewoon 'voor je dvd-kast staan en er toch liever opnieuw Rio Bravo dan eender welke andere film uithalen'. Hoe dat precies komt, krijg je zelfs in je beste Frans niet uitgelegd. Dit is bijvoorbeeld hoe de criticus-regisseur Jacques Rivette het genie van Howard Hawks 'bewijst' in Cahiers du cinéma: 'Wat je ziet op het scherm is het bewijs van Hawks' genialiteit. Je hoeft maar te kijken naar Monkey Business om te zien dat het een briljante film is. Sommige mensen weigeren dit echter te aanvaarden; ze vertikken het zich door bewijs te laten overtuigen.' Je moet kijken om te zien en zien om te geloven. Strakke argumentatie, Jacques!Maar wat zijn dan de redenen, groot en klein, om van Howard Hawks te houden? Om te beginnen zei de regisseur wel eens dingen als 'they're moving pictures, let's make 'em move!' Advies dat hij zelf soms vrolijk naast zich neerlegde, want het is net de ontspannen pas op de plaats die een film als Hatari!, waarin een reeds redelijk vadsige John Wayne op neushoorns jaagt in Oost-Afrika, zo genietbaar maakt. En zo zijn het ook in Rio Bravo niet de gunfights of de barroom brawls die de cowboyfilm het mooiste stuk kunst/entertainment uit de westerse cultuurgeschiedenis maken, maar wel de scène waarin Dean Martin, Ricky Nelson en de werkelijk onvolprezen karakteracteur Walter Brennan samen spontaan My Rifle, My Pony, and Me beginnen te zingen terwijl John Wayne er goedkeurend naar staat te kijken. Het is meteen nog een reden om Hawks in je cinefiele hart te sluiten: er mag in zijn films al eens gezongen worden. Cary Grant en Jean Arthur met Some of These Days en The Peanut Vendor in Only Angels Have Wings, Barbara Stanwyck als Sugarpuss O'Shea met Drum Boogie in Ball of Fire (1941). Zelfs in Hemingways oorlogsverhaal To Have and Have Not smokkelt Hawks een song of twee. En waarom ook niet, als je Hoagy Carmichael aan de piano hebt en de zwoele stem van Lauren Bacall om even bij weg te dromen? Dan kan je zelfs de, sowieso compleet onbegrijpelijke, plot van een hard-boiled detectivefilm als The Big Sleep (1946) even een totale halt toeroepen gewoon om Bacall nog eens te horen.'Een goede film bestaat uit drie goede scènes en geen enkele slechte.' Zo wordt Hawks vaak geciteerd. Alleen hield hij zich zelden aan drie. In elke film voel je Hawks' liefde voor zijn acteurs en hun personages. In elke film zitten scènes die tonen dat Hawks precies begreep waarom de gebroeders Lumière in 1895 de cinématographe hadden uitgevonden en in elke film hoor je eindeloos citeerbare dialogen. Dat Hawks met zijn voorliefde voor de scène an sich een regisseur als Tarantino beïnvloedde, hoeft niet te verbazen, maar met zijn feilloze gevoel voor komische timing, zijn gave om uit de grootste sterren van Hollywood hun beste performances te distilleren en zijn talent om precies te weten wanneer je de narratieve motor van een film in neutraal kan zetten om cinema gewoon even echt cinema te laten zijn, toonde Hawks niet enkel QT de juiste weg. Regisseur Éric Rohmer had misschien wel gelijk toen hij in 1952 - en toen moest Rio Bravo nog gemaakt worden! - al schreef dat iemand die niet van de films van Howard Hawks houdt, niet van cinema kan houden.Dus als Cinematek je niet enkel Rio Bravo maar ook To Have and Have Not, The Big Sleep, Red River, El Dorado, Scarface, His Girl Friday en Bringing Up Baby voorschotelt, you better fucking like it!Sam De Wilde