Todd Haynes' nieuwste film Wonderstruck is er een waarin sterren schitteren, tijden verglijden en werelden botsen. En al haalt de Amerikaanse maestro misschien niet het magistrale niveau van Far from Heaven (2002) en Carol (2015), ook nu trakteert hij je op een nostalgietrip waar een melancholisch hart in klopt en waar het visuele raffinement van afdruipt.
...

Todd Haynes' nieuwste film Wonderstruck is er een waarin sterren schitteren, tijden verglijden en werelden botsen. En al haalt de Amerikaanse maestro misschien niet het magistrale niveau van Far from Heaven (2002) en Carol (2015), ook nu trakteert hij je op een nostalgietrip waar een melancholisch hart in klopt en waar het visuele raffinement van afdruipt. Bovendien is deze verfilming van Brian Selznicks kinderboek misschien wel Haynes' meest ambitieuze werk tot nu toe. Wonderstruck telt twee vertelniveaus - een deel speelt zich af in 1927, een ander in 1977 - die op een symfonische manier door elkaar worden geweven, alsof je twee uur lang door een teletijdmachine wordt geflitst.Het raamverhaal, dat in diepe, gesatureerde kleuren is gegoten, gaat over een jongetje dat anno jaren zeventig, na een blikseminslag waarbij hij zijn gehoor verliest, in the Big Apple op zoek gaat naar zijn vader, die hij nooit heeft gekend. Parallel daaraan, met zwierige overgangen op de tonen van Carter Burwells dragende muziek, toont Haynes in lumineus zwart-wit en met enkel tussentitels hoe een doof meisje vijftig jaar daarvoor een gelijkaardige queeste ondernam om haar moeder, een steractrice in het tijdperk van de stille film, terug te vinden.Af en toe zijn de symbolen en toevalligheden een beetje too much, en op een scheut sentiment wordt in de slotscènes, waarin alle dramatische touwtjes worden samengeknoopt, niet gekeken. Maar een: wie enkel oor heeft voor het verhaal, moet niet naar de bioscoop, maar naar de bibliotheek. Twee: Haynes toont zich ook nu een stilist die de pellicule door de aderen voelt stromen (alles werd gefilmd op 35mm) en als geen ander weemoed op doek weet te borstelen. En drie: ook dit keer is Haynes, samen met zijn onvolprezen cameraman Ed Lachman, niet bang om alle registers van de wonderlijke toverdoos die cinema heet op een plastische manier open te trekken, inclusief stillefilmpastiches, inventieve stop-motionsequenties en funky urban-junglescènes. Een film over de tijdloze kracht van verbeelding waar zowel het kind als de cinefiel in jezelf warm van worden. (Dave Mestdach)Wanneer de jonge Auggie na jaren van thuisonderwijs voor het eerst naar school gaat, houdt iedereen zijn hart vast. Niet omdat school voor elke Star Wars-geek een strijd is, maar omdat hij er door een genetische aandoening anders uitziet. Voor Stephen Chbosky, die het in The Perks of Being a Wallflower voor een muurbloempje opnam en voor Beauty and the Beast het klassieke sprookje herschreef, was R.J. Palacio's boek Wonder een kolfje naar zijn hand. Toch verandert hij het hartverwarmende drama iets te vaak in een sentimenteel coming-of-agesprookje en ruilt hij een gedegen verhaal iets te makkelijk voor hapklare levenslessen. De prinses die Auggie tot knappe prins kust, ontbreekt dan wel, de wonderbaarlijke transformatie natuurlijk niet. (Johannes De Breuker)Carlos Saldanha's verfilming van het klassieke kinderboek van Munro Leaf en Robert Lawson over een sterke maar teergevoelige stier rekent op één ding: de staalharde commerciële logica dat u tijdens de kerstvakantie uw overvoede kroost veertien dagen lang moet entertainen en dat u dat tijdens die koude dagen net zo goed in de bioscoop kunt doen. Terwijl de ouderen naar iets met Jedi's en lichtzwaarden gaan, kunt u dan met de allerkleinsten naar deze ongeïnspireerd geanimeerde tekenfilm. Onder de laag flauwe moppen, de afschuwelijke Vlaamse stemmenregie, de irritante popsongs en de kale computeranimatie schuilt een goedbedoelde boodschap over jezelf zijn, maar die kunt u de kinderen net zo goed mondeling overbrengen. Deze onzin over een hele dikke stier is namelijk een heel mager beestje. (Sam De Wilde)In veel kortfilms gebeurt meer dan in deze uitgepuurde, gepolijste debuutfilm van het vrouwelijke duo Cecilia Atán en Valeria Pivato. Een 54-jarige huishoudster die zich heel haar leven ten dienste stelde van dezelfde familie moet opkrassen. In het midden van het Argentijnse nergens crasht haar bus en botst ze op een joviale marktkramer die haar verloren reistas helpt te zoeken. Niets nieuws onder de zon, en toch gaat er een discrete charme uit van deze initiatieles/roadmovie. De merkwaardige leegte van de woestijn wordt cinematografisch en metaforisch goed uitgespeeld. Paulina García (Gloria, Little Men) geeft een masterclass subtiel acteren en maakt de miraculeuze metamorfose van een schaduwmens in een dappere, vrije vrouw geloofwaardig en aangrijpend. Geslaagd maar bescheiden. (Niels Ruëll)