U associeert Zuid-Koreaanse cinema met monsters, wrekers die levende inktvis verorberen en genitale verminking? Dat is de schuld van Bong Joon-ho (The Host), Park Chan-wook (Oldboy) en Kim Ki-duk (The Isle). Minder geweten is dat in dat land sinds jaar en dag ook Hong Sang-soo rondloopt, een regisseur die geweld schuwt en aan de lopende band praatfilms maakt die niet moeten onderdoen voor die van de Franse specialist par excellence Eric Rohmer. En niet iedereen kan zeggen dat hij Martin Scorsese tot zijn fans mag rekenen. Op YouTube vindt u een introductie van Scorsese bij Hongs Woman Is the Future of Man (2004), waarin hij wel meer Koreaanse regisseurs prijst, maar ...

U associeert Zuid-Koreaanse cinema met monsters, wrekers die levende inktvis verorberen en genitale verminking? Dat is de schuld van Bong Joon-ho (The Host), Park Chan-wook (Oldboy) en Kim Ki-duk (The Isle). Minder geweten is dat in dat land sinds jaar en dag ook Hong Sang-soo rondloopt, een regisseur die geweld schuwt en aan de lopende band praatfilms maakt die niet moeten onderdoen voor die van de Franse specialist par excellence Eric Rohmer. En niet iedereen kan zeggen dat hij Martin Scorsese tot zijn fans mag rekenen. Op YouTube vindt u een introductie van Scorsese bij Hongs Woman Is the Future of Man (2004), waarin hij wel meer Koreaanse regisseurs prijst, maar 'voor mij is er iets bijzonder interessant aan de films van Hong. Dat heeft te maken met zijn meesterlijke verhaalgevoel. Alle films van hem die ik al gezien heb, beginnen behoorlijk 'gewoon' - in dit geval twee vrienden die een biertje drinken - maar dan wordt het verhaal geleidelijk, als een appelsien, 'gepeld'.' En meer dan eens is Hong al de Zuid-Koreaanse Woody Allen genoemd. Over erkenning voor zijn werk mag Hong dus niet klagen maar in het benepen Belgische arthousecircuit was er de voorbije jaren geen plaats voor het Koreaanse buitenbeentje. Cinematek zet dat nu recht met een masterclass en een volledige Hong-retrospectieve. Die duurt tot eind februari, want Hong is érg productief. Zo bracht hij vorig jaar maar liefst drie films uit, waarvan er eentje op de Berlinale gepresenteerd werd en twee in Cannes. 'Een digitale camera, een recorder met een boommicrofoon, een laptop met een printer, twee acteurs, een locatie en zo'n vijfduizend dollar: meer heb ik niet nodig voor een langspeelfilm', zo verkondigt hij graag. Draaiboeken vindt hij maar tijdverlies. 'Ik schrijf al meer dan tien jaar geen uitgewerkt scenario meer, wel nog een lange treatment. En geleidelijk deed ik het met nog minder. Sinds Oki's Movie (2010) heb ik voor de opnames zo goed als niets meer op papier staan. Soms wat fragmentarische notities, soms zelfs dat niet. Past beter bij mijn temperament én het leidt tot betere resultaten.' Hong houdt het nochtans niet simpel. De regisseur van The Day After (2017), Woman Is the Future of Man (2004) en Hahaha (2010) houdt van inventieve narratieve ingrepen en goochelt met vertelstructuren. In sommige films laat hij het verhaal halverwege opnieuw beginnen, om in die tweede helft almaar verder van de eerste versie af te wijken. In andere films presenteert hij na elkaar gezichtspunten van verschillende personages. Geliefde thema's zijn geklungel in de liefde en moeizame communicatie. Man en vrouw proberen wel maar een echte, hechte verbintenis zit er zelden of nooit in. 'We zijn gescheiden omdat we van elkaar verschillen', aldus de regisseur. 'We worden tot elkaar aangetrokken omdat we van elkaar verschillen en heel soms komen we bij toeval heel dicht bij elkaar.' En daarbij spot Hong mild met onze vergeefse pogingen om het leven te controleren. 'Elke minuscule gebeurtenis is het resultaat van het oneindig aantal dingen dat eraan voorafgaat. Die kun je nooit allemaal traceren. Misschien kun je een héél klein stukje traceren om je ijdelheid te strelen. Maar uiteindelijk gaat dat oneindige aantal onze logica en ons begrip te boven.'