Inside Out was genialer, de eerste twintig minuten van Up en Wall-E emotioneler, Ratatouille smakelijker, The Incredibles avontuurlijker en Finding Nemo blauwer. Maar als Pixar met één parel samenvalt, dan is het Toy Story. Levensgrote standbeelden van de Toy Story-helden Woody en Buzz Lightyear verwelkomen iedereen die de Steve Jobs Hall betreedt, Pixars hoofdkwartier in Emeryville, nabij San Francisco.

Het levende speelgoed betoverde jong en oud een eerste keer in 1995. Dat was een historische gebeurtenis voor Pixar, dat met zijn eerste langspeelfilm meteen in de roos schoot en gemotiveerd - to infinity and beyond! - aan een fenomenale reeks instantklassiekers begon. Ook voor de filmindustrie in zijn geheel was Toy Story een mijlpaal, want het betekende de start van het tijdperk van de computeranimatiefilm.

Ongepland is Pixars verhaal blijven gelijklopen met dat van Toy Story. In goede en slechte tijden.

Heel veel mensen hebben een emotionele band met Toy Story, genre: doe niets verkeerds met mijn kind. Dat was heel intimiderend.

Regisseur Josh Cooley

Pixars slecht verborgen geheim

In Emeryville botsen we op technology supervisor Bill Reeves. Die was er al bij toen Georges Lucas in 1986 zijn computer graphics group verkocht aan Apple-baas Steve Jobs en Pixar het licht zag. Hij is dus de juiste man om Toy Story 4 in historisch perspectief te plaatsen. 'Reeds in de vroege jaren tachtig droomden we ervan om met de computer een animatiefilm te maken, maar de technologie was er niet rijp voor. Pixar oefende dan maar met kortfilms en commercials. In 1991 pitchten we bij Disney het idee voor een klassieke buddy movie over twee stukken speelgoed die moesten leren samenleven en samenwerken. Buzz heette toen nog Lunar Larry. Disney hapte toe. In werkelijkheid wisten we niet waar we aan begonnen. Het was duiken en zien of we konden zwemmen. De software was nog primitief. We typten nog commands in een tekstwerker en kruisten de vingers, hopend op een goed resultaat.'

Bob Pauley, de production designer van Toy Story 4, vat Pixars geschiedenis in cijfers samen. 'Aan Toy Story werkte élke werknemer van Pixar mee. Dat waren er 129. Voor Toy Story 2 schakelden we 325 van de 459 werknemers in, voor Toy Story 3 400 van de 1236 en voor deze film 475 van de 1247. De renderfarm, het computersysteem dat de beelden genereert, bestond voor Toy Story 1 uit 294 cores, voor Toy Story 4 waren dat er 55.000. Wat is er dus veranderd in de 24 jaar die de eerste en de recentste film van elkaar scheiden? We hebben bakken meer ervaring en véél krachtiger technologie. Nog belangrijker is wat er hetzelfde bleef: alle materiaal en skills staan ten dienste van het verhaal.' De lotto winnen is makkelijker dan een Pixar-werknemer vinden die niet ongevraagd de bedrijfsmantra herhaalt dat het verhaal primeert.

Dat eerste verhaal is intussen erfgoed: een oud stuk speelgoed, sheriff Woody, ziet zijn positie bedreigd door de komst van ruimteavonturier Buzz Lightyear, een nieuw stuk speelgoed met tal van moderne snufjes. Door vrienden te worden kunnen ze de wereld aan. In een notendop is dat het slecht verborgen geheim van Pixars succesformule: de onklopbare combinatie van oerklassieke vertelkunst en grensverleggende technologie.

Vier jaar en één animatiefilm (A Bug's Life) na de eerste volgde een tweede Toy Story die nog meer applaus kreeg en het nog beter deed aan de kassa. Nog eens elf jaar later, in 2010, leek Toy Story 3 de reeks emotioneel af te ronden. Andy, de jongen waar het speelgoed voor door het vuur ging, was oud genoeg voor de universiteit en in de laatste scène overhandigde hij Woody en co. plechtig aan de peuter Bonnie. Bij elke toeschouwer met werkende traanklieren rolden de tranen over de wangen. Voor de oudere kijkers was een huilbui nog het moeilijkst te vermijden omdat zij plots beseften hoelang ze al aan de Toy Story-figuren, -gevoelens en -wereld waren verknocht. Nu Andy was uitgespeeld en afstand deed van zijn speelgoed leek het game over voor Woody. De trilogie was afgerond.

© Pixar

Miniaturisten

Een vierde Toy Story kwam op de buitenwereld daarom over als een roekeloze gok. Was niet alles verteld? Waarom het risico nemen op een ongelukkige of minder geslaagde vierde die alle glans van de voorgaande films wegneemt? Aan het roer stond niet eens een van Pixars coryfeeën maar een debutant: Josh Cooley. ' Toy Story is niet enkel voor deze studio o zo belangrijk, de hele wereld heeft er een band mee. Een vaak heel emotionele band, genre: doe niets verkeerds met mijn kind of ik weet je te vinden. Dat was een heel intimiderende verantwoordelijkheid', bekent de nieuwkomer in het rijtje Pixar-regisseurs.

De druk was groot maar Pixar wist wat het deed. Zoals meestal.

Ondanks negen jaar Toy Story-stilte gaat de vierde film gewoon verder waar de derde eindigde. Het sprekende speelgoed woont nu in Bonnie's kamer. Woody ligt niet in de bovenste schuif en moet zichzelf heruitvinden. Hij stelt zichzelf aan als beschermheer van Forky, het knutselwerkje dat Bonnie op haar eerste dag op de kleuterschool fabriceerde met een wegwerpvorkje, wat ijzerdraad, lijm, plasticine en zelfklevende wiebeloogjes. Wen maar aan zijn bestaan, want tegen het eind van de zomer zal Forky's fabriceren een rage zijn.

Forky waant zich vuilnis en Woody krijgt hem niet uitgelegd hoeveel hij voor Bonnie betekent. Een kampeertrip loopt helemaal in het honderd maar herenigt Woody met een oude vlam, Bo Peep. Kent u haar nog? De herderin van porselein uit de eerste twee films maakt haar comeback als een vrijgevochten heldin die met volle teugen geniet van een bestaan als Verloren Speelgoed. Dat gaat Woody's petje te boven, maar een pratend stuk speelgoed is nooit te oud om te leren. Inderdaad: het ontbreekt ook Toy Story 4 niet aan avontuur, emotie, grote beslissingen en dramatiek.

'Natuurlijk hebben we ons afgevraagd of een vierde Toy Story wel nodig was. Maar hoe langer we nadachten over Woody's nieuwe situatie, hoe meer we geprikkeld waren', zegt Cooley. 'Met Bonnie zal hij duidelijk nooit dezelfde unieke band hebben als met Andy. Hoe gaat hij daarmee om? Elk einde is een nieuw begin.'

Een dagje rondlopen in Pixars hoofdkwartier leert dat ze er lekkere koffie serveren, ontspannen met een zwemsessie maar vooral dat ze hun films heel ernstig nemen. Belachelijk ernstig is nodeloos beledigend maar zit er ook niet zo heel erg ver naast.

Sets shading lead Ling Tu vertelt trots dat ze heeft onderzocht waar een zilveren plaat mettertijd eerst verkleurt (antwoord: aan de rand) en aan de binnenkant van een flipperkast wat slordige verfvlekken voorzag. 'In de film zie je dat niet echt, maar het detail is er.' Graphics art director Craig Foster dacht na over welke lettertypes het geschiktst zijn voor de verkeers- en informatieborden in Toy Story 4. Om te benadrukken dat Woody zich niet op zijn plaats voelt mochten de schreefletters 'zeker geen westerngevoel' oproepen. Foster ontwierp ook een volledige handleiding voor een sprekende pop die nooit in beeld komt en verstopte verwijzingen naar Coco, Up en Toy Story in de film, maar zonder hulp vindt u die niet. (Tip: check de grammofoon). Hij ontwierp zes verschillende T-shirts voor kinderen die op zomerkamp zijn en even op een speelplein losgelaten worden. Dat ze maar een paar tellen in beeld komen, deert niet. In het logo verwerkte hij een dorpslegende over een haan en een gordeldier. Het resultaat was 'behoorlijk schattig'. 'Maar die T-shirts bleken de aandacht af te leiden van Woody, dus heb ik uiteindelijk geadviseerd om ze niet te gebruiken.'

Pixar wil de allerbeste verhalen brengen. Dat lukt alleen maar in een omgeving waar álle mensen zich gesteund voelen en waar iedereen vrijuit kan spreken.

Mark Nielsen, de producer van

Van elk van de duizenden lampjes van het reuzenrad op de achtergrond kon de wattage worden bepaald. De antiekwinkel is met tienduizend props gevuld. Voor de scène waarin Woody zich achter een bokaal verstopt, werd er nagedacht over de vorm van de bokaal, de inhoud en de doorzichtigheid van het glas. Omdat het te tijdrovend was om overal met de hand spinrag aan toe te voegen werd het Artificial Intelligent Spider Programme ontwikkeld. Oudgediende Bill Reeves is het trotst op de stofdeeltjes in de lucht. Die zijn bijna niet te zien maar veranderen het licht. Ietsje toch.

Om van de comeback van Bo Peep een succes te maken werd een heel team ingeschakeld. Character modeling artist Tanja Krampfert onderzocht hoe porselein het licht op Bo's wangen anders weerkaatst dan plastic. Story artist Carrie Hobson dacht voltijds na over Bo's karakter (antwoord: ze is ruiger dan Woody maar bekommerd om haar schapen). Becki Tower bestudeerde turnsters, danseressen, speerwerpers en de heldinnen uit Kill Bill en Star Wars 'om de animatoren verschillende opties te geven'. Het detailwerk van de 475 gepassioneerde, getalenteerde specialisten herinnert aan kathedraalbouwers en miniaturisten. De ene is nog enthousiaster dan de andere.

Is er een Docter in de zaal?

Er is echter een olifant in de porseleinwinkel. Een hele dag lang wordt ten huize Pixar extreem gedetailleerd over Toy Story gepraat ten behoeve van de pers, maar slechts één keer (en dan nog alleen de voornaam) valt de naam van de regisseur van de eerste twee films. Hij was als scenarist bij alle vier betrokken en tot anderhalf jaar geleden de baas van het bedrijf. De reden is natuurlijk dat John Lasseter in opspraak is gekomen omdat hij vrouwelijke werknemers bepotelde en uiteindelijk heeft ingezien dat er geen andere keuze was dan een stap opzij te zetten.

We spraken erover met Mark Nielsen, de producer van Toy Story 4 die reeds in 1996 bij Pixar Animation Studios belandde. 'Johns vertrek kwam onverwacht, en voor Pixar was de overgangsperiode heel moeilijk. Van de ene op de andere dag was de executive producer van alle Pixar-films weg. Dat was véél om te verwerken. We hadden even tijd nodig om uit te vissen hoe het verder moest. Maar we zijn trots op het antwoord dat we als studio hebben geformuleerd: Pixar wil de allerbeste verhalen brengen. Dat lukt alleen maar in een omgeving waar álle mensen zich gesteund voelen en waar iedereen vrijuit kan spreken.'

Door Lasseters gedwongen vertrek belandde Pixar onvoorzien in een transitieperiode. De ironie van het lot wil dat het zich net toen moest concentreren op Toy Story 4, een prestigeproject met als voornaamste thema transitie en als kerngedachte dat elk einde een nieuw begin is. Bonnie begint aan haar kleutertijd, Woody moet achterhalen hoe het met hem verder moet. Pixar concentreerde zich op Toy Story 4 en belandde weer op haar pootjes. 'Ik heb geleerd dat Pixar nooit om één persoon heeft gedraaid', zegt regisseur Cooley. 'John heeft overduidelijk énorm bijgedragen tot de ontwikkeling van Pixar, maar het is altijd een familie geweest. Iedereen heeft zijn ideeën en talenten en draagt zo bij tot het ontstaan van grootse verhalen. Onlangs bedacht ik dat ik al met elke sleutelfiguur van de originele Toy Story heb samengewerkt: John Lasseter, Pete Docter, Andrew Stanton, Lee Unkrich. Vetgaaf is dat.'

Het machtsvacuüm werd gevuld door Pete Docter, de regisseur van Monsters, Inc., Up en Inside Out te promoveren tot chief creative officer. 'Pete Docter zet de grote lijnen uit en bewaart nu het creatieve overzicht. Daar zijn we erg blij mee', zegt producer Nielsen. 'Er is énorm veel respect voor hem. Zijn films zijn énorm geliefd door ons. Hij gaat terug naar tot de beginjaren van de studio, zijn leiderschap is voorbeeldig en hij gunt de filmmakers een grote vrijheid. Hoe moeilijk de transitie ook was, de toekomst lacht ons toe. Er zitten enkele grote films in de pijplijn. Optimisme is gewettigd.'

Toy Story 4

Vanaf 26/6 in de bioscoop.