De doden eren door op druiligere herfstdagen de goedkoopst mogelijke pot chrysanten op hun graf achter laten. Daarna oma trakteren op een koffie in een mottige cafetaria alvorens haar terug te brengen naar het rusthuis. Zo doen we dat in Vlaanderen. In Mexico maken ze van de jaarlijkse herdenking van overleden dierbaren een uitbundige driedaagse viering. Op de Día de Muertos, De Dag van de Doden, komt jong en oud in familieverband bijeen en viert feest op en om de graven. Er wordt gedronken, gegeten, gedanst, gelachen en muziek gespeeld. Dodenmaskers en geraamtes zijn overal. Tot de vele buitenlanders met een fascinatie voor die rituelen en het feestelijke en kleurrijke karakter van de dodenherdenking behoort Lee Unkrich. Dat is niet zomaar een Amerikaan.
...

De doden eren door op druiligere herfstdagen de goedkoopst mogelijke pot chrysanten op hun graf achter laten. Daarna oma trakteren op een koffie in een mottige cafetaria alvorens haar terug te brengen naar het rusthuis. Zo doen we dat in Vlaanderen. In Mexico maken ze van de jaarlijkse herdenking van overleden dierbaren een uitbundige driedaagse viering. Op de Día de Muertos, De Dag van de Doden, komt jong en oud in familieverband bijeen en viert feest op en om de graven. Er wordt gedronken, gegeten, gedanst, gelachen en muziek gespeeld. Dodenmaskers en geraamtes zijn overal. Tot de vele buitenlanders met een fascinatie voor die rituelen en het feestelijke en kleurrijke karakter van de dodenherdenking behoort Lee Unkrich. Dat is niet zomaar een Amerikaan. Samen met Andrew Stanton (Finding Nemo, Wall-E), Pete Docter (Up, Inside Out) en John Lasseter (Toy Story) behoort Unkrich tot de big four die van Pixar een van de meest bejubelde animatiestudio's ter wereld maakten. Hij coregisseerde Finding Nemo, Monsters, Inc. en Toy Story 2. Zijn ontroerende film Toy Story 3 bracht wereldwijd meer dan een miljard dollar op. Niemand bij Pixar deed ooit beter. Día de Muertos leek hem een ideale voedingsbodem voor een nieuwe Pixarparel met een origineel verhaal die, in tegenstelling tot Cars 3, Finding Dory, Monsters University en straks The Incredibles 2 (2018) en Toy Story 4 (2019), geen personages recycleert. 'Verkies jij originele verhalen?' lacht Unkrich. 'Ik heb soms de indruk dat de ene helft van het publiek snakt naar nieuwe verhalen over hun geliefde personages en de andere helft niet. Pixar maakt alleen sequels als de vraag uitgaat van de makers zelf. Zelf heb ik ervaring met sequels en originele verhalen. Ik kan van beide genieten, maar zoals ik mijn kinderen probeer uit te leggen wanneer ze voor de zoveelste keer naar dezelfde film willen kijken: de éérste keer dat ze keken, kenden ze het verhaal en de personages waar ze nu zo gek op zijn, ook niet. Het loont om onbevangen naar nieuwe dingen te kijken.' Diplomatische antwoorden zijn standaard bij Pixar. Dat helpt het bedrijf om zich ver te houden van het geringste spatje controverse. Toch liep het met Coco bijna fout. In 2011 krijgt Unkrich van grote baas John Lasseter groen licht om het Día de Muertos-project uit te werken. Hij dompelt zich de drie daaropvolgende jaren enthousiast onder in de Mexicaanse cultuur. De researchreizen volgen elkaar op. Het ene museum na het andere wordt bezocht, net zoals markten, kerken, begraafplaatsen en haciënda's. Pixar zweert bij een extreem goede voorbereiding en laat niets aan het toeval over. 'Families nodigden ons uit in hun huizen uit en vertelden gretig over hun eet- en muziekcultuur, over hun gewoontes en tradities. Keer op keer zagen we hoeveel belang ze aan familie hechten. We verloren ons hart nog meer aan Mexico', blikt Unkrich met heimwee terug. In mei 2013 loopt het project averij op. The Walt Disney Company, sinds 2006 het moederbedrijf van Pixar, doet een tienvoudige aanvraag bij het United States Patent and Trademark Office om Día de Muertos en Day of the Dead als merken te registreren. Miljoenen Mexicaanse doden draaien zich om in hun graf. De levenden maken van hun tak. Mexico's belangrijkste feestdag, met symboliek die teruggaat tot de Azteken en Maya's, is geen merk en al zeker geen merk dat een Amerikaanse entertainmentreus als Disney commercieel moet uitspelen. 'Onze spirituele tradities zijn er voor iedereen. Het is niet aan bedrijven als Walt Disney om er een exploiteerbaar merk van te maken', schrijft ene Grace Sesma, die een petitie tegen Disney start. Nog meer straffe statements volgen: 'Dit is een heilige traditie. Dit is niet te koop.' 'Ik weet dat ze geen copyright op een feestdag willen, maar het lijkt alsof dat wel zo is. Hoe kan Disney zo blunderen?' fulmineert de Mexicaans-Americaanse cartoonist Lalo Alcaraz. Muerto Mouse, zijn spotprent tegen Disney, wordt gretig gedeeld op de sociale media. De Mexicaan zijn dood is Disneys brood: het is een dodelijke indruk. Het protest valt niet in dovemansoren: Disney trekt de merkaanvragen snel in en maakt bekend dat de film een andere titel zal krijgen. Het kwaad is echter geschied. Unkrichs project staat ineens te kijk als een schoolvoorbeeld van ongepaste culturele toe-eigening. 'Het is nooit onze bedoeling geweest om van die feestdag een merk te maken, maar die indruk was wel ontstaan. Dat was zéér ongelukkig, vooral omdat we net het tegenovergestelde probeerden te bereiken', zegt Unkrich met een felheid die atypisch is voor de hoge piefen van Pixar. 'Als ik de klok kon terugdraaien, dan zou ik maar één moment van de voorbije zes jaar willen veranderen: dát.' Het was niet de eerste keer dat Disney verdacht werd van whitewashing, stereotypering of het iets te onzorgvuldig omspringen met cultureel erfgoed. In september kreeg het Huis van de Muis kritiek op de casting van niet-Arabische hoofdrolspelers voor een live-actionversie van Aladdin. Voorbeelden van raciale stereotyperingen zijn de indianen in Peter Pan, de Jamaicaans klinkende krab in The Little Mermaid die liever géén job heeft en de Afro-Amerikaans Engels pratende, niet al te snuggere kraaien in Dumbo. Vorig jaar scoorde Disney met Vaiana, een exotische animatiefilm over de dochter van het Polynesisch stamhoofd die haar volk en cultuur behoedt van de ondergang. Vaiana was meer een geëmancipeerde heldin dan een prinses op zoek naar een prins. Disney kreeg schouderklopjes. Maar met de merchandising ging het alsnog verkeerd. Disney bracht een skin suit op de markt dat je er doet uitzien als de schaarsgeklede, bruinhuidige, zwaarlijvige, volgetatoeëerde Polynesische halfgod Maui. Na protest werd het product uit de rekken gehaald mét een spijtbetuiging aan het adres van diegenen die aanstoot genomen hadden aan het mensenpak. Flirten met een andere cultuur is dik oké, grensoverschrijdende pakken zijn dat niet. Pixar heeft tot dan toe dergelijke zaken nog niet meegemaakt, blijft ver weg van politiek en is als de dood voor controverse. In 2013 neemt het de in omvang beperkte Mexicaanse kritiek doodserieus. Unkrich spreekt over een 'wake-upcall'. Het streven naar authenticiteit wordt nog feller. Adrian Molina, scenarist met Mexicaanse roots, promoveert tot coregisseur. Een ploeg van culturele raadgevers wordt samengesteld. 'We zouden hoe dan ook adviseurs geraadpleegd hebben, maar nu hebben we ze er vroeger dan gepland bij gehaald. Het was de eerste keer dat Pixar buitenstaanders zo nauw bij een project betrokken heeft.' Tot die consultants behoorde ook Alcaraz, de cartoonist die zijn kritiek zo fel had geventileerd. 'Hun inbreng was belangrijk', zegt Unkrich. 'Zo mepte Abuelita, de grootmoeder die met ijzeren hand regeert over de familie, oorspronkelijk in het rond met de keukenlepel die ze altijd bij zich had. De consultants vonden het veel waarschijnlijker dat ze haar schoen zou gebruiken om klappen uit te delen. Dat kwam bovendien goed uit: het paste veel beter bij een schoenmakersfamilie.' 'Meer in het algemeen leerden we vooral bij over de familiedynamiek', zegt Unkrich. De omgang tussen familieleden mocht nog lichamelijker en expressiever. Het verhaal werd gekalibreerd. Coco gaat over Miguel, een twaalfjarige Mexicaan die zot is van muziek. Alleen is muziek taboe in zijn familie sinds een betovergrootmoeder en haar dochter in de steek gelaten werden door een rondreizende muzikant. In vroege versies van het scenario uitte Miguel luidkeels zijn ongenoegen over dat verbod op muziek. Op aanraden van de consulenten werd dat afgezwakt. Een Mexicaanse jongen houdt dat ongenoegen voor zichzelf. Hij zal eventueel in het geheim zijn zin doen, maar blijven ingaan tegen beslissingen van de ouderen is geen optie. Te onrespectvol. Nadat hij de gitaar van een overleden muzikale legende uit het dorp heeft gestolen, belandt Miguel in het dodenrijk. Om terug te keren naar het land van de levenden heeft hij de zegen van zijn dode familieleden nodig. Maar ook die eisen dat hij muziek afzweert. 'Voor latino's komt familie op de eerste plaats. Dat is wat me zo bevalt aan Coco', liet de aanvankelijk zo kritische cartoonist Alcaraz optekenen. 'Mensen zullen deze cultuur - en deze tradities - een pak beter begrijpen na het zien van de film. En waarom? Omdat Pixar zijn huiswerk gemaakt heeft.' Laatste fase van het charmeoffensief: Coco ging in wereldpremière op een festival in Morelia, Mexico. De film kwam er een maand eerder uit dan in de rest van de wereld. Het Mexicaanse publiek was helemaal loco van Coco. In drie weken tijd raapte Pixar er veertig miljoen dollar op. Ook los van de raadgevers kwam Unkrich tot nieuwe inzichten in de zes jaar dat hij aan de film werkte. 'In het begin was het verhaal nog heel anders. Het ging toen nog om een rouwende jongen die afscheid moest leren nemen van een dierbare. Dat klinkt zwaar voor een entertainende film en dat was het ook. Gelukkig zag ik tijdig in dat dat thematisch eigenlijk het omgekeerde is van waar Día de Muertos voor staat. Día de Muertos is een viering van het leven. Die dag draait net om het níét vergeten van dierbaren. Ik besefte dat mijn perspectief op de dood te Amerikaans was en heb het verhaal helemaal opnieuw geschreven.' Unkrich ziet Coco niet als een film over de dood. 'De dood hoort gewoon bij het leven. Ik denk ook niet dat het thema kinderen afschrikt. Ze kunnen meer aan dan algemeen wordt aangenomen, maar dat wil niet zeggen dat het verhaal grimmig of deprimerend verhaal moet zijn. Pixar wil in de eerste plaats entertainen, maar ook herkenbare verhalen vertellen, met dieperliggende ideeën over wat het betekent om mens te zijn.' De dodenwereld in Coco bruist van het leven en de vrolijkheid. De kleuren zijn spectaculair, de decors gedetailleerd en overdonderend. Er kroop veel studiewerk in om van de geraamten in de dodenwereld geen 'enge, angstaanjagende creaturen' te maken 'maar vrolijke personages met een duidelijke persoonlijkheid'. Kan positivisme ook een statement zijn? 'Jazeker', zegt Unkrich, zonder daar meer woorden aan vuil te maken. Met Coco is het goed gekomen en dat wil hij zo houden.