Debutanten krijgen vaak de raad om te vertellen over wat ze kennen. Als dat klopt, is François Troukens een uitstekende leerling. De 48-jarige Waalse ex-gangster baseerde zich voor zijn misdaaddrama Tueurs op zijn eigen ervaringen als bajesklant en overvaller van geldtransporten.
...

Debutanten krijgen vaak de raad om te vertellen over wat ze kennen. Als dat klopt, is François Troukens een uitstekende leerling. De 48-jarige Waalse ex-gangster baseerde zich voor zijn misdaaddrama Tueurs op zijn eigen ervaringen als bajesklant en overvaller van geldtransporten. Vraag hem een percentage te plakken op het waarheidsgehalte van zijn film, over een bende die moet opdraaien voor de misdaden van een andere, en hij antwoordt zonder verpinken dat Tueurs honderd procent waar is. De intrige over beroepsgangster Frank Valken (Olivier Gourmet), die een laatste grote slag wil slaan maar betrokken raakt bij een zaak uit het verleden, is nochtans fictie. De verwijzingen naar een bende die verdacht veel op die van Nijvel lijkt ook. 'Niet dat het documentaire is,' lacht de voormalige crimineel, 'maar de details kloppen. Die had ik ook niet kunnen verzinnen. De gevangenis, het op de vlucht zijn, dat ken ik allemaal behoorlijk goed.' Net als de geschiedenis van de Bende van Nijvel. Die fascineert hem al sinds hij in 1985 van bij hem thuis in Eigenbrakel schoten hoorde en hij zich naar de parking van de Delhaize repte om te zien wat er aan de hand was. De bebloede lichamen die hij daar zag, zal hij nooit vergeten. 'Tueurs is geen film over de Bende', zegt Troukens, 'maar hij is er wel door geïnspireerd. De corruptie, de manipulatie van het onderzoek, in essentie gaat mijn film over hoe iemand er door pers en gerecht in geluisd wordt.' En ook dat gevoel kent Troukens als geen ander. De welbespraakte Waal die vandaag voor me zit, is een gerespecteerd schermgezicht bij de Franstalige televisie, hij is stripscenarist, voormalig uitgever en sinds kort ook regisseur. Als hij me nu vijftig euro zou vragen met de belofte ze later terug te betalen, zou ik ze zo geven. Vroeger zou hij het niet eens gevráágd hebben. Maar zelfs toen Troukens zijn boterham nog verdiende met gewapende overvallen was de bandiet naar eigen zeggen niet het gewelddadige monster dat van hem gemaakt werd. Nog steeds houdt hij zijn onschuld vol over een overval op een geldtransport in Villers-la-Ville: een voertuig van Securitas werd toen onder vuur genomen, waarbij een van de koeriers een been verloor. De reden dat die overval hem toch in de schoenen geschoven werd, zou zijn al te fotogenieke snoetje geweest zijn. Iets wat hij ook bij Kevin Janssens zag, waarop hij hem prompt als bendelid castte. François Troukens: Kevin heeft toch helemaal geen misdadigersgezicht? Hij is net de enige van de hele cast met de smoel van een Amerikaanse acteur, het gezicht van een ster. Ik had hem nog nooit gesproken, maar soms word je gewoon verliefd. In Wallonië kent niemand Kevin Janssens, maar toen ik hem zag in D'Ardennen (2015), wist ik dat ik hem moest hebben. Men waarschuwde me dat hij allicht niet goed Frans zou spreken. Daar heb ik me niets van aangetrokken. Ik zag hoe hij speelde en ik wist dat hij zijn tekst zou kennen. Met Johan Leysen en Tibo Vandenborre heb ik overigens nog twee uitstekende Vlaamse acteurs. In een film die deels over de Bende van Nijvel gaat, moet je België als achtergrond hebben. De Bende heeft in Aalst gemoord, maar ook in Wallonië. De leden spraken ook soms Vlaams. Dat vond ik interessant. Troukens: De Bende van Nijvel is zoals een pak frieten. Dat eten we allemaal. De Bende is geen Vlaamse of Waalse geschiedenis, ze maakt deel uit van het Belgische collectieve bewustzijn. En intussen heb we ook een herinneringsplicht: we moeten aan jongeren uitleggen wat er in die loden jaren in ons land is gebeurd en hoe onderzoeken gemanipuleerd werden. Hoe creëer je een publieke vijand nummer 1? Dat is de vraag die de film stelt. Wat je denkt te zien, is niet altijd de volledige waarheid. Ik zet de kijker in de positie van een jury. Je moet zoeken: is iemand schuldig of niet? Troukens: Nee, want alles stond al in de boeken van onderzoeksjournalist René Haquin en zijn collega's bij de krant Le Soir die de zaak onderzochten. Alles wat vandaag gezegd wordt, bevestigt wat al in hun dossiers stond. Let op, ik denk niet dat het een groot complot is. Een of twee goedgeplaatste personen, meer mensen heb je niet nodig om een onderzoek te besmetten, om het in een bepaalde richting te duwen. Troukens: Absoluut. In 1996 ben ik gearresteerd voor overvallen op geldtransporten, en onmiddellijk heette het dat ze het brein achter de overvallen in Waals-Brabant te pakken hadden. De procureur die me heeft gearresteerd, onderzocht net die overvallen, midden in de flikkenoorlog tussen rijkswacht en gerechtelijke politie. Men heeft van mij meteen de bendeleider gemaakt, hoewel er vier verdachte overvallers waren. Waarom ik? Omdat ik het juiste uiterlijk had. Ik was fotogeniek en werd onmiddellijk een mediaproduct, net als Patrick Haemers. Waarom hij, en niet zijn compagnons Philippe Lacroix of Basri Bajrami? Omdat hij er goed uitzag. Hij had iets van een acteur, hij had charisma. Hij fascineerde. Maar wie organiseert die fascinatie? Vaak zit het parket daarachter. Aan slechte journalisten zeggen ze wat te schrijven. Dat is niet rechtvaardig. Waarom iemand op voorhand besmeuren? Ik pleit ervoor dat namen niet in de pers verschijnen alvorens mensen echt veroordeeld zijn. Zo kan het gerecht sereen werken. Vandaag volstaat een beschuldiging, en dat klopt niet. Dat is trouwens ook wat er fout is gelopen in de zaak-Bernard Wesphael, de Waalse politicus die beschuldigd werd van de moord op zijn vrouw. En kijk naar Harvey Weinstein of de Franse politicus Dominique Strauss-Kahn. Op een bepaald moment ga je denken dat ze de duivel zelf zijn. Dat haat ik. Natuurlijk veroordeel ik elke vorm van grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik, maar je mag niet op voorhand veroordelen. Heel dat mediacircus met het thema van het moment waar plots alles over gezegd mag worden, dat pik ik niet. De normale gang van zaken is dat je een klacht indient en dat daar een onderzoek op volgt om te zien wat waar en onwaar is. Troukens: Dat begrijp ik, maar het is aan justitie om een systeem uit te werken dat aangifte doen makkelijker maakt. Al die onthullingen bewijzen in ieder geval dat de mensen geen vertrouwen meer hebben in het gerecht. Ze praten makkelijker met de pers dan met justitie. We moeten uiteraard luisteren naar die vrouwen, maar het is niet aan de pers of aan het publiek om het werk van het gerecht te doen. Het vermoeden van onschuld moet gerespecteerd worden. En daarom zouden namen pas in de pers mogen verschijnen wanneer de schuld door het gerecht met zekerheid is vastgesteld. Troukens: Ik wil de mensen daar bewust van maken. Er is in mijn geval heel wat verzonnen. Journalisten vinden dat ook spannend. Een achtervolging met helikopters, alles erop en eraan, is interessanter om te coveren dan een winkeldiefstal. Maar als journalist heb je een bepaalde verantwoordelijkheid. Als filmmaker ook trouwens. Mijn film is dus geen apologie. Ik denk niet dat hij je zin geeft in het gangsterleven. Troukens: Voor een stuk, alleen noem je jezelf geen gangster. Ik zag me meer als een hors-la-loi, een soort Robin Hood. Ik stal van de banken, die ik toch als dieven beschouwde, en nam wat ze me naar mijn gevoel verschuldigd waren. Ik kon niet aanvaarden dat de maatschappij de mogelijkheden in mijn leven zou beperken. Ik weet niet waarom ik op mijn twintigste al zo pessimistisch was. Ik had ook kunnen denken: ik ga films maken en met kleine jobs de boel financieren. Troukens: Nee, op een bepaald moment verloor ik mijn baan als bodyguard (waarbij hij in het buitenland verschillende personaliteiten uit de showbiz en het zakenleven heeft beveiligd, nvdr.), toen mijn baas werd opgesloten voor fraude. Het was alsof je God ontmoet en een beetje later blijkt Hij een alcoholverslaafde hoerenloper te zijn die drugs snuift, iemand die alles doet wat hij zelf verbiedt. Toen dacht ik: als je zoals hen wilt zijn, vrij wilt zijn, dan moet je zoals hen doen. En dan zijn er maar een paar opties: je wordt rijk geboren, je wint de lotto of je speelt vals. Troukens: Ik wilde toen eigenlijk al terug naar het artistieke milieu waarin ik was opgegroeid (zijn vader was operazanger, zijn moeder zorgde ervoor dat de kinderen de smaak van literatuur en schrijven te pakken kregen, nvdr.). Ik wilde filmmaker worden en wilde één overval doen om mijn projecten te financieren. Ik heb mijn brevet gehaald om bij Securitas te gaan werken, met het idee om een overval op een geldtransport in scène te zetten. Daar dacht ik genoeg mee te hebben om rustig van te leven en me bezig te houden met mijn passies. Maar ik werd dus gearresteerd. En dat begreep ik ook niet. Waarom werd ik opgesloten? Ik was toch geen slechterik? Ik had toch niets fout gedaan? Ik had toch gewoon maar wat geld genomen? Er zijn mensen die veel ergere dingen doen dan ik, waarom gingen zij dan niet naar de gevangenis en ik wel? Zelfs toen zag ik mezelf nog als slachtoffer, als de kleine jongen die mee de prijs moest betalen voor al de rest. En de gevangenis opent geen deuren naar een beter leven, hè. Je bevindt je plots op wandeling met tweehonderd gasten die naar je kijken en zeggen: kom bij ons, het is formidabel. Je wordt in hun kring opgenomen en je krijgt meer respect. Die macht, dat spreekt aan. Dat zijn ook mensen met panache, met klasse. Troukens: Ja. Een voyou met charisma. Een chef die zijn stem niet hoeft te verheffen, die wel geïnteresseerd is in geld maar niet per se in geweld. Het personage is eigenlijk gebaseerd op mensen die ik heb gekend, maar ik vertelde Olivier dat hij voor zijn vertolking maar moest denken aan Lino Ventura uit Claude Lelouch' La bonne année (1973). Ventura gaat daarin gekleed in een kostuum, niet in een trainingspak. Hij is geen kleine jongen uit de cité. Hij heeft regels, eergevoel, een code. Hij doodt niet. Trouwens, als je een bank wilt overvallen en niet herkend wilt worden tijdens de voorbereiding, kun je maar beter in pak en das gaan. Dan zie je eruit als een zakenman en kun je veel makkelijker observeren. Alle grote gangsters die ik gekend heb, lijken op zakenlieden. Discreet, in kostuum, zodat je niet opvalt. Troukens: Ik zou weleens een film onder een andere naam willen maken om te zien hoe er dan op gereageerd wordt, ja. En wie weet, gaat mijn volgende film wel met opzet niet over gangsterisme, om te tonen wat ik nog allemaal kan. Ik wil op een dag ook gewoon een romantisch drama kunnen maken. De liefde ken ik tenslotte ook. En als die film dan toch aangekondigd wordt als de film van een ex-gangster? Ach ja, het is niet anders. J'assume mon passé.