Een gebrek aan slaap, tijd en handen. Dat is de harde realiteit voor ouders die net een tweede kind hebben gekregen. Niet enkel omdat ze plots weer tussen de luiers en papflessen zitten, maar evengoed omdat er een ouder broertje of zusje zich aan de zijlijn mokkend en met onschuldige manga-ogen afvraagt: 'En ik dan?' Ook de 51-jarige Mamoru Hosoda kreeg die vraag enkele jaren geleden van zijn tweejarige zoontje te horen toen die er een zusje bij kreeg. 'Hij voelde zich gepasseerd. In zijn ogen stal zijn zusje de liefde die voor hem bedoeld was. Hierdoor barstte hij soms in woede uit of deed hij alsof hij haar iets wilde aandoen.'
...

Een gebrek aan slaap, tijd en handen. Dat is de harde realiteit voor ouders die net een tweede kind hebben gekregen. Niet enkel omdat ze plots weer tussen de luiers en papflessen zitten, maar evengoed omdat er een ouder broertje of zusje zich aan de zijlijn mokkend en met onschuldige manga-ogen afvraagt: 'En ik dan?' Ook de 51-jarige Mamoru Hosoda kreeg die vraag enkele jaren geleden van zijn tweejarige zoontje te horen toen die er een zusje bij kreeg. 'Hij voelde zich gepasseerd. In zijn ogen stal zijn zusje de liefde die voor hem bedoeld was. Hierdoor barstte hij soms in woede uit of deed hij alsof hij haar iets wilde aandoen.' Voor Hosoda, die opgroeide als enig kind, was dat een intrigerende ervaring die hij als filmmaker wilde onderzoeken. Aangezien hij na een ruzie met Studio Ghibli - de legendarische Japanse animatiestudio achter meesterwerken als Grave of the Fireflies (1986) en Spirited Away (2001) - zijn eigen studio oprichtte, kon dat . Zelfs zónder eerst bij geldschieters te hoeven bedelen. Sinds het internationale succes van The Girl Who Leapt Through Time (2006) geniet hij immers de vrijheid om enkel nog verhalen te vertellen die hem nauw aan het hart liggen. Voor het voor een Oscar genomineerde Miraï bleef Hosoda nog dichter bij zichzelf, een evolutie die binnen zijn artistieke groei past. 'Toen ik jonger was, keek ik vooral naar de grote filmauteurs, vandaag haal ik mijn inspiratie liever uit mijn omgeving. Neem de manier waarop kinderen naar de wereld kijken. Op zo'n rijke verbeelding kun je toch enkel maar jaloers zijn? Sterker nog: kinderen zijn niet enkel de sleutel tot je toekomst, maar ook tot je verleden. Ik beleef mijn jeugd opnieuw door tijd met mijn kroost door te brengen. Zij verplichten me zelfs interesse te tonen in dingen waar ik anders nóóit om zou geven. Zo leer je als ouder weer door de ogen van een kind te kijken.' Dat verklaart alvast de verbeeldingsrijke avonturen die de jonge Kun beleeft in de binnentuin van het huis van zijn ouders, gaande van reizen met hypermoderne treinen tot praten met de toekomstversie van zijn jongere zusje Miraï, het centrale idee van Hosada's raak geobserveerde film, die vorig jaar in Cannes hoge ogen gooide. 'Dat was een ingeving van mijn zoon', geeft hij toe. 'Ik vraag mijn kinderen vaak wat ze 's nachts gedroomd hebben en op een dag vertelde hij me dat hij gepraat had met zijn jongere zusje, alleen bleek ze in zijn droom een pak ouder.' Hosada spekte zijn met warme kleuren gepenseelde en met CGI gepimpte animatiefilm ook met een sociologische kijk op families, een thema dat als een rode draad doorheen Japanse cinema loopt, van de films van Yasujiro Ozu vroeger tot die van Hirokazu Kore-Eda nu. 'Ik had nooit gedacht dat ik me hiermee zou bezighouden, maar het concept 'familie' staat zo onder druk dat ik er niet omheen kon. Met de zorgende moeder die thuis bij de kinderen blijft en de vader die gaat werken, was dat een stroef begrip geworden. Saai zelfs. Vandaag is de invulling ervan radicaal aan het veranderen.' In zijn film draait Hosoda die traditionele familierollen binnenstebuiten, zijn manier om te tonen dat moderne Japanse gezinnen in een overgangsfase zitten en intussen zélf kiezen hoe zij de rollenpatronen invullen. 'Het Japanse gezin is lang niet zo traditioneel meer als men in het westen denkt!' Kijk maar naar de films van Shoplifters-regisseur Kore-Eda of naar dit mooie, charmante Miraï.