Wie de naam Peter Farrelly hoort, denkt ongetwijfeld meteen aan Jim Carrey die zijn lijf in allerlei spastische poses plooit, aan Cameron Diaz die Ben Stillers 'biologische' gel in haar haren smeert of ander vettig slapstickvertier. Maar hear ye, hear ye: de man die samen met zijn jongere broer Bobby lachspieren onbarmhartig oprekte met Dumb and Dumber (1994), There's Something about Mary (1998) en My, Myself & Irene (2000) heeft blijkbaar ook een serieuze kant. Of toch: een serieuzere.
...

Wie de naam Peter Farrelly hoort, denkt ongetwijfeld meteen aan Jim Carrey die zijn lijf in allerlei spastische poses plooit, aan Cameron Diaz die Ben Stillers 'biologische' gel in haar haren smeert of ander vettig slapstickvertier. Maar hear ye, hear ye: de man die samen met zijn jongere broer Bobby lachspieren onbarmhartig oprekte met Dumb and Dumber (1994), There's Something about Mary (1998) en My, Myself & Irene (2000) heeft blijkbaar ook een serieuze kant. Of toch: een serieuzere. Dat bewijst Farrelly met Green Book, de eerste film die hij regisseerde zonder Bobby, gebaseerd op de herinneringen en op brieven van de in 2013 overleden Tony 'Lip' Vallelonga (vooral bekend als maffiabaas Carmine Lupertazzi uit The Sopranos). U ziet hoe die bonkige buitenwipper (vertolkt door Viggo Mortensen) niet bepaald hoog oploopt met kunst, cultuur en zwarten. Tot hij begin jaren zestig besluit om bij te klussen als privéchauffeur van de Afro-Amerikaanse concertpianist Don 'Doc' Shirley (Mahershala Ali). De twee antipoden inzake afkomst, klasse en huidskleur beginnen aan een tournee door het gesegregeerde zuiden van de Verenigde Staten. Het resultaat is een zeker niet clichévrije, maar vakkundig gemaakte en goedhartige crowdpleaser - met een lach, een traan en een duidelijke boodschap tegen discriminatie - die op tal van internationale festivals staande ovaties en publieksprijzen kreeg. De voorbije weken en maanden ontpopte Green Book zich bovendien tot een van de meest verrassende prijzenpakkers van het lopende awardseizoen. Geen wonder dat de film, na drie Golden Globes (beste komedie of musical, beste scenario en beste bijrol voor Ali) en een bekroning tot beste film van het jaar door de National Board of Review werd getipt als kanshebber voor de Oscars (bij het ter perse gaan waren de nominaties nog niet bekend, tegen dat u dit leest wel). 'Alles wat Doc en Tony on the road meemaken, is waargebeurd', verzekert Farrelly ons wanneer we hem ontmoeten op het prestigieuze filmfestival van Zürich, een van de snelst groeiende van Europa. 'Alleen niet in die volgorde, of op die specifieke plekken. In totaal hebben ze anderhalf jaar met elkaar opgetrokken. Doc had vijf doctoraten en was een briljante intellectueel en pianist. Tony was maar tot zijn twaalfde naar school geweest en een racist. Het enige wat we verzonnen hebben, is die scène waarin Doc een maatpak wil passen en van de winkelier te horen krijgt: je kunt het pak wel kopen, maar je mag het niet passen. Dat hebben die twee niet zelf meegemaakt, maar in de jaren zestig was het in het Zuiden wel effectief zo dat zwarten geen kleren mochten passen. Dat is nog maar twéé generaties geleden, geen twee eeuwen. Daar mogen mensen wel eens aan herinnerd worden, zeker als je ziet hoe verdeeld Amerika vandaag nog altijd is.' In welke mate hebben alt.right, Trump, Charlottesville en andere actuele zaken de film mee gekleurd? Peter Farrelly: Niet. Maar hij is er wel relevanter door geworden. Het is duidelijk dat we er qua tolerantie de jongste jaren niet op vooruitgegaan zijn in Amerika. Er is niet alleen een opflakkering van racisme, maar ook van homohaat. Zoals je in de film ziet, was Doc gay, maar hij heeft zich tijdens zijn leven nooit geout en is zelfs een poos getrouwd geweest. Vanwege de sociale druk, uit angst. De dingen die vroeger speelden, spelen nog steeds, maar het is nooit mijn bedoeling geweest een film te maken die op actuele debatten inspeelt. Green Book gaat over twee heel verschillende mensen in een specifieke tijd en in een specifieke context. Hij gaat over anders zijn en over vooroordelen overwinnen. The Negro Motorist Green Book, het boek waar de titel naar verwijst, was een reisgids met adressen voor Afro-Amerikanen zodat ze wisten waar ze indertijd mochten logeren, eten en shoppen. Wist jij dat die dingen bestonden? Farrelly: Nee. Ik heb video-opnames bekeken waarin Tony aan zijn zoon (coscenarist Nick Vallelonga, nvdr.) vertelt over zijn trip met Doc, en daarin zegt hij plots: 'Die kleurlingen hadden een boek met adressen. Een green book, of hoe ze het ook noemden.' Ik dacht: wat zegt hij nu? Ik heb de term meteen gegoogeld en zo ben ik daarop uitgekomen. Ik was nochtans al halverwege met het script. Niet alleen blanken weten het bestaan daarvan niet meer. Ook veel van mijn zwarte vrienden hadden er nog nooit van gehoord. Alleen de ouderen kenden het, zij die in de jaren vijftig en zestig nog door de zuidelijke staten gereisd hadden. De oorspronkelijke titel van de film was trouwens Letters to Dolores, naar de liefdesbrieven die Tony onderweg met de hulp van Doc aan zijn vrouw schreef. Ik haatte die titel. Ik dacht: venten moeten de film ook zien. Fuck die zeemzoete romantiek. Titels kunnen veel doen. Ik herinner me dat mijn vrouw per se naar de dramady Philomena(uit 2013, van Stephen Frears en met Judi Dench, nvdr.) wilde gaan kijken. Ik verzon altijd een excuus omdat ik dacht iets ouds en truttigs voorgeschoteld te krijgen, maar uiteindelijk zag ik hem toch en bleek het mijn favoriete film van dat jaar. Hoe heeft je vrouw je uiteindelijk weten te overtuigen? Farrelly: Op een avond bleek dat we alle andere films al gezien hadden. Ook die Poolse, drie uur durende zwart-witfilm. Ik kon geen kant meer op. (lacht)Green Book krijgt staande ovaties van Toronto tot Zürich, maar er is ook kritiek vanwege de stereotypering van zowel blank als zwart. Zelfs Viggo Mortensen had naar verluidt aanvankelijk zijn twijfels. Farrelly: Viggo vroeg zich af of hij wel geschikt was om een Italo-Amerikaan te spelen. Als ik Viggo bezig zie, zie ik de koning van Midden-Aarde in The Lord of the Rings, of een huisvader met een gangsterverleden in A History of Violence. Ik zie mijn favoriete acteur. In Eastern Promises speelt hij een Russische maffioso, die Russisch spreekt. Ik zei hem: als je dat kunt, dan is een Italo-Amerikaan spelen een gezondheidswandeling voor jou. Ik heb zelf evenmin Italiaanse roots, maar ik ben opgegroeid in Rhode Island, waar veel Italianen wonen. Mijn schoolvriendjes waren allemaal Italianen en ik heb me zelf altijd Italiaan gevoeld. Bovendien heb ik genoeg maffiafilms gezien. Ik ken het milieu, de zeden, de humor, de cultuur. En Viggo kent die ook. So I made him an offer he couldn't refuse. (lacht)Vind je het representatiedebat dat momenteel volop woedt dan te enggeestig of fanatiek? Farrelly: Ik ben me bewust van de discussies en het is goed dat ze er zijn. Maar acteren is doen alsof. Je dingen voorstellen en die vervolgens uitbeelden. Het is de brug slaan naar andere mensen, werelden en culturen. De eerste film die ik en Bobby maakten, was Dumb and Dumber. Toen ik de studio vertelde dat ik Jeff Daniels wilde casten, zeiden ze: 'Ben je gek? Jeff Daniels is toch geen komiek?' Ik antwoordde: 'Jeff hoeft de film niet te schrijven of te regisseren. Ik wil dat hij erin acteert. En hij is een fantastisch acteur. Hij kan alles.' Ik bedoel maar: bekrompenheid moet je niet met bekrompenheid beantwoorden, maar met openheid. Dat heeft Viggo over de streep getrokken en ik kan daar alleen maar dankbaar voor zijn. Green Book is in elk geval een stuk gewichtiger dan we van een Farrelly-film gewoon zijn. Is je broer Bobby dan diegene die verantwoordelijk was voor al die vettige grappen? Farrelly: Vettige grappen? Er zaten er ook fijnzinnige bij, hoor. Nee, mijn broer is een tijdje uit roulatie, helaas. Zijn zoon is twee jaar geleden aan een overdosis overleden en hij wilde even de tijd nemen om te rouwen en zich te herbronnen. Het was geen ambitie van mij om ook eens een film zonder Bobby te maken, maar op het moment dat hij afhaakte, klopten de producenten van Green Book aan, en dus zijn de dingen zo gelopen. Straks maken we ongetwijfeld weer samen films. Maak je geen illusies: we hebben nog massa's vettige grappen in petto. (lacht)Ben je zelf nooit op vooroordelen gebotst, studio's die dachten: die Farrelly kan alleen slapstick maken? Farrelly: Niet echt. Ik vreesde wel dat mijn imago een bezwaar zou vormen voor Viggo, die toch bekendstaat als een serieus acteur die vooral in serieuze auteursfilms speelt. Daarom heb ik hem eerst een brief geschreven, om hem duidelijk te maken: Green Book is niet Dumb and Dumber in racistisch Amerika. Dit is geen komedie, hoewel de film uiteindelijk een stuk grappiger is dan ik oorspronkelijk had gedacht. Dat is de verdienste van Viggo en Mahershala, die het komische potentieel van de scènes en hun personages perfect hebben aangevoeld. Loop ik twee jaar lang rond te bazuinen dat ik eindelijk een serieus drama ga maken, blijkt het verdorie weer grappig te zijn! Wanneer had je door: deze film werkt ook als komedie? Farrelly: Om eerlijk te zijn: pas na de eerste testscreenings. Ik wist natuurlijk dat er grappen in zaten als comic relief, maar tot mijn verbazing bleken mensen bij momenten echt te schuddebuiken. Ik denk dat het komt omdat Green Book op een vriendelijke, zoete manier lacht met vooroordelen die veel kijkers misschien ook hebben, maar dan zonder mensen te kijk te zetten of in vergezochte situaties te dwingen. Dat werkt duidelijk bevrijdend. De humor komt uitsluitend uit de situaties en de personages voort. Je herkent je eigen onzekerheden maar je ziet: hey, die ander heeft die blijkbaar ook. Zo vreemd of anders is hij dus toch niet. Een radicale ommekeer is Green Book nu ook weer niet: ook vroeger hadden je films iets genereus en aandoenlijks, welke zotte fratsen je zotte personages ook uithaalden. Farrelly: Ik ben blij dat je dat zegt. Ik vind dat we altijd filmauteurs zijn geweest. Komedieauteurs. En humanisten. De eerste mensen met wie we in Hollywood werkten waren de Zucker-broers, die van Airplane!, The Naked Gun en zo. Ik was gek op hun films maar ik vond dat ze een ziel misten. Funny als hell, maar ze emotioneerden niet. Je zat er niet écht mee in dat dat vliegtuig ging crashen, right? Ik dacht: stel je voor dat je evenveel goede grappen hebt, maar ook personages om wie je geeft, die iets herkenbaars, sympathieks of tragisch hebben, zou dat niet beter zijn? Dat hebben we altijd nagestreefd, zelfs in Dumb and Dumber. Daarin verkoopt het personage van Jim Carrey in de openingsscène een dood vogeltje aan een blind kind. Een complete asshole kan hij dus niet zijn. (lacht) Humor met een hart gaat gewoon ook langer mee. Chaplin is nog altijd grappig, omdat je houdt van zijn Tramp, omdat je hoopt dat hij op het einde toch het meisje krijgt. Comedyregisseurs winnen maar zelden prijzen. Was dat nooit frustrerend? Farrelly: There's Something about Mary verloor bij de Golden Globes indertijd van Shakespeare in Love als beste komedie. Ik herinner me dat Bobby en ik meteen naar elkaar keken toen ze de winnaar afriepen. Ik dacht: 'What the fuck? Dit kunnen ze niet menen. Een wapperend gordijn is grappiger dan die Shakespeare.' Maar voor de rest: geen rancune, hoor. Zou ik blij zijn met een Oscar? Tuurlijk. Maar ik hoop vooral dat Viggo en Mahershala in de prijzen vallen, en dat meen ik, omdat Green Book voor hen nog een veel grotere gok was dan voor mij. Ikzelf wist al dat er een fijnzinnige, gesoficisteerde filmauteur onder al die dwaze grappen school. (lacht)