Het nummer is nog maar vijf jaar oud, maar als er straks een kroniek van de Nederlandse popcultuur in de 21e eeuw geschreven wordt, zal Drank & drugs een apart hoofdstuk moeten krijgen. Terwijl talkshows en kranten zich destijds bogen over of de vraag of tieners daadwerkelijk allemaal ja zeggen tegen MDMA, lanceerde de track Lil Kleine en Ronnie Flex in de mainstream, als de twee grootste Nederlandse popsterren sinds Anouk. Het nummer maakte de naam van producer Jack Shirak, die zich zou ontpoppen tot de hitmachine achter Boef, Sevn Alias, Broederliefde en Lil Kleine. Het was het begin van New Wave, een golf rappers die de Nederlandse charts het streamingtijdperk in loodsten en van label Top Notch een gigant maakten.
...

Het nummer is nog maar vijf jaar oud, maar als er straks een kroniek van de Nederlandse popcultuur in de 21e eeuw geschreven wordt, zal Drank & drugs een apart hoofdstuk moeten krijgen. Terwijl talkshows en kranten zich destijds bogen over of de vraag of tieners daadwerkelijk allemaal ja zeggen tegen MDMA, lanceerde de track Lil Kleine en Ronnie Flex in de mainstream, als de twee grootste Nederlandse popsterren sinds Anouk. Het nummer maakte de naam van producer Jack Shirak, die zich zou ontpoppen tot de hitmachine achter Boef, Sevn Alias, Broederliefde en Lil Kleine. Het was het begin van New Wave, een golf rappers die de Nederlandse charts het streamingtijdperk in loodsten en van label Top Notch een gigant maakten. Iets minder geweten in onze contreien is dat Drank & drugs ook nog een ándere carrière lanceerde: die van Sam de Jong. De Nederlander, 33 ondertussen, was de maker van de videoclip van Drank & drugs, een absurde pastiche waarin een groep tieners, netjes in artistiek 4/3-beeldformaat, alles wat los of vast staat in een park probeert te berijden. (Op een bepaald moment doen ze dingen met een vuilniszak die niet met een vuilniszak zouden mogen gebeuren. Misschien herinnert u zich dat nog.) Bij ons is het geruisloos gepasseerd, maar kort na Drank & drugs brak De Jong in eigen land door met de langspeelfilm Prins, een hypergestileerd grootstadssprookje met een cast van jongens die hij in Amsterdam-Noord van de straat had geplukt, aangevuld met Lil Kleine, Vièze Fur en een paarse Lamborghini Diablo. Een fijne arthousefilm die een opgemerkte passage op de Berlinale maakte en zelfs een kleine release in de VS kreeg. Ook de Nederlandse filmwereld had plots zijn golden boy. Het leverde De Jong, toen nog maar 28, ook een vliegticket op richting New York, waar hij vier jaar lang aan zijn opvolger werkte, de Engelstalige indie Goldie, die nu bij ons op dvd en video on demand verschijnt. Het is het verhaal van Goldie, gespeeld door punkmodel Slick Woods, die met haar twee jonge zusjes door de straten van Brooklyn zwerft nadat hun mama gearresteerd is. Haar droom: genoeg geld vinden om een kanariegele bontjas te kopen. Een jas die ervoor moet zorgen dat ze kan figureren in een hiphopvideo, beroemd worden en bakken geld verdienen, waarna alles goed zal komen. De realiteit: net iets wranger. Het is een intrigerende film geworden. Dat is niet alleen aan het charisma van Slick Woods te danken, die kaalgeschoren en met een spleetje tussen haar tanden de camera naar zich toe zuigt. (Niet toevallig is ze in de tussentijd de muze van Rihanna geworden.) Het is ook knap wat Sam de Jong met het verhaal doet. De thematiek van Goldie leent zich tot de grauwe aanpak van filmers als Ken Loach of de Dardennes, maar dat is niet hoe hij het in beeld brengt. Met veel kleur, Vice-achtige animaties, smartphonebeelden en absurde visuele gags doorprikt hij de tragiek van het verhaal en geeft hij een hedendaagse update aan het genre. Sociaal realisme op maat van millennials, zo u wilt. Een nieuw hoofdstuk in zijn succesverhaal dus. Alleen: dat is niet de indruk die je krijgt als je Sam de Jong er zelf over hoort. Bij de Nederlandse release van Goldie, eind vorig jaar, had hij het vooral over de moeilijke productie, met een ellenlange scenariofase, een ellenlange montage en heel erg veel identiteitspolitiek op de set. Het is niet de grote deceptie die Goldie in de film beleeft, maar ook de Amerikaanse droom van Sam de Jong lijkt met een dubbel gevoel te zijn geëindigd. Ondertussen woont hij al een jaar terug in Amsterdam. Hoe belandt een Nederlandse regisseur van 28 met één film op zijn iMDB-pagina eigenlijk in de States? Sam de Jong: Met een e-mail. Prins, mijn debuut, was mee gefinancierd door Vice Benelux. Blijkbaar was de film ook bij de creatieve directeur van Vice International beland, want plots kreeg ik een mailtje binnen: 'De grote baas wil je ontmoeten.' Toevallig was ik net op dat moment zelf in New York. We hebben dan afgesproken en min of meer het eerste wat hij zei was: 'Laten we samen een film maken.' Een Amerikaanse film was altijd al een droom. Veel van wat ik maak, gaat over popcultuur en hoe die invloed heeft op de jeugd. Dan zit je in de States wel echt aan de bron. Alleen: ik ging er altijd van uit dat tussen droom en daad aardig wat praktische bezwaren zitten. In het begin was ik dan ook sceptisch. Amerikanen roepen nogal veel, weet je. Maar op een gegeven moment hadden we een deal met 20th Century Fox, kreeg ik een werkvisum en begon het dus allemaal echt. Zo simpel kan het soms zijn, blijkbaar. Was Slick Woods, de actrice die Goldie speelt, er al van het begin bij betrokken?De Jong: Neen. Er was alleen een vaag plan om een film te maken over popcultuur, faam en een tiener met een onstabiele thuissituatie. Een van de eerste dingen die me opvielen toen ik in New York was, was hoeveel thuisloze kinderen er rondzwerven. Ik wilde ook opnieuw met ongeschoolde acteurs werken, zoals bij Prins. De casting directors hebben me dan aan een aantal mensen voorgesteld en Slick was daar een van. Ik vond haar onmiddellijk een heel inspirerend persoon. Qua uitstraling. Qua energie. Qua humor. Haar eigen leven lag ook dicht bij het soort verhaal dat ik wilde vertellen. Haar moeder zat al meer dan tien jaar in de cel na doodslag (vorig jaar is ze vrijgekomen, nvdr.). Ze heeft met haar broer door New York gezworven, tot ze hem ook verloor. Ze is twaalf jaar dakloos geweest. Heel heftig allemaal. Na ons gesprek ben ik de film beginnen te schrijven met het idee dat zij de hoofdrol zou spelen. Ik geef toe: dat was soms laveren. Wat echt was. Wat fictief. Ook voor Slick. Ik herinner me dat we de scène draaiden waarin Goldies moeder gearresteerd wordt. Plots kwam de realiteit voor Slick heel dichtbij. Ineens moest ze voor de camera en voor de voltallige crew een van de grootste trauma's uit haar leven herbeleven. Dat was heel erg pijnlijk. Je zag het ook aan de acteurs die naast haar stonden: 'Wacht, we zijn hier niet gewoon een scenario aan het verfilmen. Ik sta hier als een figurant in haar échte leven.' Ik denk dat de film voor haar een heleboel spanning en pijn heeft veroorzaakt, maar uiteindelijk ook bevrijdend heeft gewerkt. Een soort therapiesessie, heeft ze het achteraf genoemd. Is het niet vreemd om daarbij te staan als een blanke jongen uit Durgerdam met een diploma filmschool?De Jong: Dat is heel vreemd, ja. Alle respect voor Durgerdam, maar ik vermoed dat jij ook geen idee hebt hoe leven als dakloze Afro-Amerikaanse vrouw in Brooklyn eruitziet.De Jong: Klopt. Nu, voor Slick was dat net een reden om met mij te werken. Net omdat ik in die mate een buitenstaander was, representeerde ik niets in die Amerikaanse machtsstructuur en voelde ze zich vrijer. Maar tijdens het schrijven en de opnames voelde je dat dat perspectief heel hard begon te spelen. Is het oké om als witte Nederlander het leed van een Afro-Amerikaans meisje te verfilmen? En hoe doe je dat dan, zonder dat je de echte pijn van iemand anders aan het gebruiken bent voor je eigen artistieke ambities? Dat soort vragen hebben uiteindelijk heel veel van Goldie bepaald. In Nederland was er ook al aandacht voor perspectief en privilege in de kunsten, maar de Amerikaanse filmwereld is echt helemaal in de ban van identiteitspolitiek. Dat was iets waar erg veel energie in werd gestoken. Ik moest de hele tijd motiveren waarom ik als witte man deze film wilde maken. Weet je, voor mij gaat het om met welk soort gevoeligheid je een onderwerp of personage benadert en in welke mate je open staat voor samenwerking. Daarom werkte ik in Goldie en Prins ook met ongeschoolde acteurs en modelleerde ik de film deels op hun leven. Het helpt voor mij dat wanneer je een film maakt over een wereld die je als regisseur niet kent je samenwerkt met iemand die wél weet waar hij het over heeft. Voor mij is dat de sleutel. Dat je wil leren. Dat je het samen maakt. Maar in de VS ligt dat veel ingewikkelder. Op een gegeven moment kreeg je Rosie Perez, een Puerto Ricaanse actrice uit Do the Right Thing, toegewezen om naast je op de set te staan.De Jong: Ik had al met haar gesproken tijdens het schrijven van het scenario. Rosie is een vrouw van kleur, groeide op in een pleeggezin en kende de buurten waar we draaiden heel goed, dus het was heel interessant om haar ervaring te horen. Maar een week voor het draaien werd ik door een van de producers apart genomen: 'Ik heb nieuws. Rosie komt mee op de set en kijkt elke dag mee naar wat je aan het doen bent. Zij weet waar we het over hebben en ze gaat valideren wat wij met deze film willen doen.' Een soort chaperonne dus?De Jong: PC police op de set, zeg maar. Nu ja, niet echt politie, maar je snapt wat ik bedoel. Ik denk dat het goedbedoeld was, maar die samenwerking werd al snel heel ingewikkeld. Op een gegeven moment hebben ze het ook moeten stopzetten. Oorspronkelijk zou de film eindigen met Goldie die in een gouden wolk ontploft, maar die scène zou te veel het echte leed van Slick Woods trivialiseren, kreeg je te horen.De Jong: Die gouden wolk heb ik eens als voorbeeld gegeven om te illustreren wat voor een film ik aanvankelijk in gedachten had. Als ik kijk naar de eerste versie van het scenario, dan valt het me op dat de uiteindelijke film minder metaforisch, minder surrealistisch en minder speels is. Er zit meer zwaarte en rauw realisme in. Het is een andere film geworden. Pas op: ik zeg niet dat dat slecht is. Weet je, ik heb bepaalde ideeën over de kracht van film en de helende werking van humor. Ik hou bijvoorbeeld heel erg van de films van Aki Kaurismäki, de regisseur van The Man without a Past en Le Havre, omdat hij erin slaagt met droge humor hele pijnlijke situaties op een lichtvoetige manier te brengen. Ik hou ervan als er ook hoop in een film zit. Dat er ook grappen gemaakt kunnen worden. Maar voor iemand als Slick, voor wie veel van die schrijnende situaties een realiteit geweest zijn, kan het dan overkomen alsof je haar echte pijn en haar echte drama bagatelliseert. Enkel en alleen omdat je als regisseur een soort artistieke luchtigheid beoogt. Misschien is zo'n ontploffende gouden wolk ook gewoon een pretentieus symboliekje. Maar dat is dus constant steggelen. En ergens in dat steggelen zou je kunnen zeggen dat ik mijn oorspronkelijke bedoelingen ben verloren. Is dat dan een teleurstelling?De Jong: Ik vind niet dat ik mezelf verloochend heb of zo. Als je een superpijnlijk verhaal vertelt in een stad als New York, omgeven door armoede, ga je sowieso anders naar de dingen kijken. Hoe meer we researchten en herschreven en hoe meer Slick haar eigen leven in de film stak, hoe harder de film afdwaalde van wat ik in gedachten had. Dat is nu eenmaal de realiteit. Ik heb niet de ervaring van dat leven. Ik kom er een paar jaar en ik doe mijn best en ik research en ik ga echt ver om zo goed mogelijk te begrijpen waar iemand het over heeft. Maar uiteindelijk zal ik altijd een soort toerist zijn van iemand anders pijn. En dat zou ik nu niet meer willen als filmmaker. Bedoel je dan dat zo'n film beter gemaakt wordt door iemand die wél dat leven kent?De Jong: Dat zeg ik niet. Ik geloof dat andere mensen dit soort films kunnen maken, zoals ik Goldie heb gemaakt. Alleen zou ik het zelf niet meer willen. Ik haal net heel veel lol uit de kracht van de film, uit het fictieve, uit de controle die je als filmmaker hebt. In Vlaanderen hebben we een soortgelijke discussie gehad bij Lukas Dhonts Girl: de woke wereld en het arthousecircuit liggen danig overhoop als het over artistieke vrijheid gaat.De Jong: Toen ik de filmschool buiten kwam, was dat ook met het idee dat artistieke vrijheid helemaal bovenaan in de rangorde stond. Maar in Amerika bestaat die hiërarchie van de dingen simpelweg niet. Daar telt veel meer dat iedereen zijn overwegingen heeft en je er samen uit moet komen. Dat steggelen waar ik het over had. Ik denk dat er twee problemen zijn. Er zijn te weinig kansen voor minderheden om hun eigen verhalen te vertellen. Dat moet worden aangepakt, van bovenaf. Tegelijk vind ik dat mensen die interesse hebben in een bepaald onderwerp daar ook vrij in gelaten moeten worden. Het is per definitie verkeerd als iemand een bepaald verhaal niet mág vertellen en iedereen enkel zijn eigen perspectief mag vertolken. Dat leidt tot cultuurarmoede. Ik denk dat wat we vandaag zien een soort herprogrammering van de filmwereld is. Ik denk ook dat dat gezond is. Dat we ons afvragen hoe je bepaalde verhalen best kan vertellen. En welk soort verhalen we willen vertellen. In 2016 vertrok je naar ginder om je droom waar te maken. Het heeft uiteindelijk bijna vier jaar geduurd voor Goldie er was.De Jong: Blijkbaar valt dat nog wel mee. Ginds heb ik van veel mensen gehoord dat Goldie er eigenlijk relatief snel is gekomen. In Nederland - en ik vermoed dat het bij jullie hetzelfde is - heb je een heel helder traject: je vraagt aan het Filmfonds of je een film mag maken en krijgt een ja of een nee. Als je een ja krijgt, kun je beginnen te schrijven en een budget zoeken en werk je naar een release toe. In de States heb je dat systeem niet, wat maakt dat alles heel onduidelijk is. Ik geloof dat ik twee jaar in New York heb gezeten terwijl ik versie na versie van het scenario schreef, waarbij het elke keer zes weken wachten was op feedback. Feedback waar je meestal weinig aan had. Ondertussen zit je te hopen op groen licht, maar je weet niet wanneer dat komt. Het hele proces had iets van een fuik: hoe langer je aan een film werkt, hoe dieper je in die fuik zwemt. Je kunt niet meer terug. Je moet door. Zonder dat je weet of je er ooit uit komt. Ik heb me vaak heel verloren gevoeld in dat proces. Het levert wel goede anekdotes op. Tijdens de montage, die ook nog eens een jaar duurde, nam je producer je op een bepaald moment mee naar Miami om de raad te vragen van Harmony Korine, scenarist van Kids en regisseur van Spring Breakers. In een pornovilla, las ik.De Jong: Het was de villa van een of andere pornokoning - de man achter Pornhub, geloof ik - waar Harmony verbleef. Een heel surreële ervaring. Ik had geen idee waar ik was beland. Het is sowieso al eng om een voorlopige montage aan iemand te tonen, laat staan aan iemand als Harmony. Maar hij was gelijk heel vriendelijk. Zijn advies: 'Er moet iemand neergeschoten worden.'De Jong: (lacht) Hij vond dat de film meer actie nodig had. Dat het anders een tone poem werd. De studio heeft naar zijn aanwijzingen gekeken, maar uiteindelijk zeiden ze: we gaan het gewoon afmaken. Daar was ik heel blij mee: dat was namelijk ook wat ik wilde. Het geld was ondertussen ook op, dat hielp in de beslissing. Want dat is het andere aan Amerika. Tenzij je Steven Spielberg of George Lucas bent, heb je geen final cut. Je moet dus mee in alle ideeën die iemand heeft. Ook dat is een soort dialoog. Ze zeggen dan: 'Wij raden je aan dat je deze keuze maakt, maar jij moet er ook blij mee zijn.' En zo ben je de hele tijd aan het heen-en-weren. Soms is dat een patstelling van een maand. Geef je te veel toe, dan maak je je eigen film niet meer. Geef je te weinig toe, dan halen ze je van de film. Klinkt als een speciale productie.De Jong: (lacht) Het was allemaal heel erg interessant. Maar laat ons zeggen dat ik het klimaat van filmmaken hier in Nederland ontzettend ben gaan herwaarderen. Voor de duidelijkheid: je zou het niet zeggen als je je zo bezig hoort over de productie, maar Goldie is wel degelijk een goede film. The New York Times, Variety, Indiewire: alle recensies waren lovend.De Jong: Hij is goed ontvangen, ja. Dat was wel heel leuk. Ik ben ook best blij met de film. Je voelt dat er een soort zoektocht in zit naar de juiste toon. In het begin is de film speelser en kleurrijker. Naar het einde toe neemt het drama het iets meer over. Het is misschien niet wat ik op voorhand in gedachten had, maar het klopt wel voor mij. Enig idee wat Rihanna ervan vond?De Jong: Ik weet niet of Rihanna hem gezien heeft. De laatste keer dat ik Slick sprak, is ondertussen ook al een tijd geleden. Sinds de opnames van Goldie heeft ze een kind gekregen, is ze behandeld voor huidkanker en is ze een hele tijd niet bereikbaar geweest. Haar leven gaat nog altijd heel snel. Hoe ben je eigenlijk ooit bij Drank & drugs beland?De Jong: In Prins, mijn eerste langspeelfilm, speelde Lil Kleine, die toen nog een opkomende rapper was, een rol. In zijn contract had hij laten opnemen dat ik één gratis videoclip voor hem moest maken. Dat is dan Drank & drugs geworden. De aflossing van een contractuele afspraak, zeg maar. (lacht)Hele goede clip wel. De Jong: Het was een beetje een satire op Lil Kleine en Ronnie Flex zelf. Een soort extreme versie van hoe ze zichzelf portretteren: als jongens die alles hebben. Die video is eigenlijk gewoon het fetisjeren van materiële dingen en kijken hoe ver je daarin kunt gaan. Met je kruis tegen banken, vuilniszakken en struiken aanschuren, bedoel je dan.De Jong: Zoiets, ja. (lacht)In Prins speelt een paarse Lamborghini Diablo een grote rol, in Goldie zit er heel veel symboliek in een kanariegele bontjas. Materialisme is wel een van je dada's, zo lijkt het wel. De Jong: Ik vind het interessant hoe materiële dingen een groot stuk van onze identiteit bepalen. Zeker als je jong bent. Het is een soort façade. Een buffer waarachter we al onze pijn en onzekerheden en trauma's verbergen. Je voelt ook dat het voor heel veel mensen een soort geloofsovertuiging is. Op een heel eenvoudige manier beantwoordt ze een heleboel vragen waarvoor je vroeger bij God terecht moest. Het filtert de ruis en maakt dat je kunt doorgaan. Goldie is voor mij een reflectie op de consequenties van dat soort neoliberale gedachtegoed op jongeren. De popcultuur van vandaag is doordrongen van het idee dat faam iets is wat iedereen moet nastreven. Dat dat een doel moet zijn in het leven. Ik denk dat dat een totale leugen is en dat de film dat laat zien. Je begint nu wel te klinken als het hippe kleinkind van Ken Loach of de Dardennes.De Jong: Het sociaal-realisme is zeker een grote referentie voor mij - alleen al om de werkwijze. Ik weet alleen niet zo of ik van de grauwe, trieste esthetiek van het genre hou. Ergens vind ik dat net kleinerend: alsof je als maker de camera op mensen zet en zegt 'Kijk eens hoe moeilijk zij het hebben. Kijk eens hoe zwaar hun leven is.' In Goldie probeer ik dat net te counteren. Hoe speelser en hoe meer kleur en hoe meer humor, hoe voller die wereld wordt. Heb je Tangerine van Sean Baker toevallig gezien? Een heel mooi voorbeeld van hoe je een heel wrang verhaal - over transgender sekswerkers in dit geval - kan vertellen op een totaal niet pathetische manier. Weg van alle melodrama en vals sentiment. Is dat wat je wilt doen? Een soort sociaal realisme op maat van vandaag?De Jong: Nee. Mijn volgende film gaat over de multiculturele samenleving en de gevaren van stigmatisering, maar het wordt veel meer een satire dan een realistische vertelling. Goldie heeft me echt wel geleerd dat mijn hart meer bij dat sprookjesachtige, dat metaforische van Prins zit. Daar wil ik nu terug naartoe. En in Nederland of in Amerika?De Jong: In Nederland. (lacht) Zoals gezegd: ik heb heel veel geleerd de voorbije vier jaar, maar toch vooral dat ik onze manier van filmmaken hier opnieuw heel erg ben gaan appreciëren.