U kunt de poedelnaakte Kevin Janssens met eigen ogen aanschouwen in Brussel, op Offscreen, een buitengewoon festival met een boon voor cult- en cutting-edge-cinema. In de openingsfilm Revenge speelt de Janssens Richard, een rijke, getrouwde zakenman die met twee collega's wil ontspannen door op wild te jagen in de Marokkaanse woestijn. Hij laat zijn bloedmooie maîtresse voor dood achter nadat ze zijn geld heeft geweigerd om te zwijgen over een verkrachting door een van Richards kompanen. Maar de jonge vrouw overleeft het en transformeert van een alles slikkende deerne tot een onverbiddelijke wraakengel. Van bimbo tot Rambo in bikini.
...

U kunt de poedelnaakte Kevin Janssens met eigen ogen aanschouwen in Brussel, op Offscreen, een buitengewoon festival met een boon voor cult- en cutting-edge-cinema. In de openingsfilm Revenge speelt de Janssens Richard, een rijke, getrouwde zakenman die met twee collega's wil ontspannen door op wild te jagen in de Marokkaanse woestijn. Hij laat zijn bloedmooie maîtresse voor dood achter nadat ze zijn geld heeft geweigerd om te zwijgen over een verkrachting door een van Richards kompanen. Maar de jonge vrouw overleeft het en transformeert van een alles slikkende deerne tot een onverbiddelijke wraakengel. Van bimbo tot Rambo in bikini. Revenge sluit aan bij het hypergewelddadige exploitationgenre van de rape and revenge-film, dat in de jaren zeventig piekte met The Last House on the Left (1972) van Wes Craven en I Spit on Your Grave (1978) van Meir Zarchi. Dat controversiële genre werd veertig jaar geleden al door de makers verdedigd met dure praatjes over het uitlichten van 'de lelijkheid van seksueel geweld' en 'vrouwen de gelegenheid geven om hun woede te ventileren en zich te wreken op de dramatisch seksistische samenleving'. Maar dat discours werd even vaak onderuitgehaald door de film zelf. Zo lag de hoofdklemtoon vooral op de verkrachting en de marteling van de vrouw en veel minder op haar rebellie. De gore, expliciete, sadistische verkrachtingsscène nam soms haast de helft van de film in beslag en leek mannen met verkrachtingsfantasieën eerder te plezieren dan af te schrikken. Vrouw wordt verkracht, vrouw krabbelt recht, vrouw wreekt zich: Revenge volgt het oersimpele stramien van dat genre maar de Franse regisseuse Coralie Fargeat geeft er haar eigen draai aan. 'Ik wilde een film waar vrouwen naar komen kijken, een film die ze zich kunnen toe-eigenen met onvervalst entertainment én een redelijke simpele maar bevrijdende boodschap over girl power', verkondigt ze. 'De verkrachting staat symbool voor ál het geweld - verbaal, psychologisch, fysiek, seksueel - waarmee vrouwen worden geconfronteerd en waarmee ze hebben moeten leren leven.' Ze verwijst in interviews ook gretig naar de affaire-Weinstein en naar al wat #metoo losmaakt. Vanuit promotioneel oogpunt zou het ook gek zijn om het niet te doen. Maar maakt dat Revenge 'honderd procent feministisch' zoals ze zelf beweert? Honderd procent is veel. *** Uiteindelijk is Fargeats heldin een vrouwelijke Rambo met een even hartsgrondige hekel aan veel textiel als Lara Croft en is ze niet minder sexy dan al die andere killer babes die de laatste tijd opduiken in de bioscopen. Vorige zomer presenteerde Charlize Theron zich in de actiefilm Atomic Blonde als een dodelijke Jane Bond. Vanaf deze week molt Jennifer Lawrence als Russische spionne de ene vent na de andere in de thriller Red Sparrow. En nieuw is dat allemaal ook niet. In de jaren negentig scoorde Luc Besson met Nikita en schoot Geena Davis in The Long Kiss Goodnight op alles wat bewoog. Quentin Tarantino recycleerde een dozijn killer babes uit de filmgeschiedenis voor zijn vrouwelijk wraakepos Kill Bill. Maatje Robert Rodriguez verving in Planet Terror het rechterbeen van bikinibabe Rose McGowan, die recent Harvey Weinstein beschuldigde van verkrachting en sabotage van haar carrière, door een mitrailleur. Die killer babes worden bijna altijd in een feministische sausje geserveerd maar soms smaakt dat zurig, zelfs ronduit zuur omdat het blijft bij wat modieuze praat ( Atomic Blonde, Red Sparrow) en je niet moet doorgestudeerd hebben om in te zien dat de schaars geklede, sexy killer babe een bijna karikaturale verwerkelijking is van mannelijke fantasieën. In dat verband: over twee weken komt Tomb Raider uit, het wordt interessant om te zien of en hoe de makers Lara Croft positioneren als een geëmancipeerde heldin, terwijl zij toch dé rondborstige überfantasie van de computernerd is. Het kan anders: het duistere en bikkelharde Britse kostuumdrama Lady Macbeth voerde vorig jaar een perfect geklede landvrouw op die rebelleert tegen haar vernederende onderdrukking door aan het moorden te slaan. Aangedaan seksistisch geweld terugkaatsen hoeft niet in bikini, het kan ook in korset. Maar dat maakt van Fargeats uitspraken over het feministische gehalte van Revenge nog geen complete onzin. Haar ultragestileerde, speelse film verschilt heus wel van zijn gore rape and revenge-voorgangers. Het geweld is grafisch en niet sadistisch. Er is geen blote vrouw die net wanneer de killer langskomt een douche neemt, wel een naakte Kevin Janssens, wiens blote kont prominent in beeld komt. De verkrachting daarentegen gebeurt bijna volledig buiten beeld. Liever belicht Fargeat de perverse mechanismen waarmee de verkrachter de schuld bij het slachtoffer legt ('jij hebt me opgegeild') of hoe snel een vrouw die niet langer braaf ja knikt een 'vuile hoer' wordt genoemd. Te veel insisteren op dat feminisme doet Fargeats film trouwens oneer aan. Revenge past ook in een voor de filmliefhebber veel interessanter fenomeen: de Franse debutante Coralie Fargeat is de laatste in een steeds langer wordende rij regisseuses die beseffen dat horror een prachtig genre kán zijn, met veel auteursvrijheid en ruimte voor artistieke avonturen. Dat enkel aan mannen overlaten, zou doodzonde zijn. Ana Lily Amirpour liet zich eerder opmerken met de Amerikaanse vampierenwestern (in het Perzisch) A Girl Walks Home Alone at Night (2014) en schudde het voorbije festival van Venetië wakker met de apocalyptische survivaltrip The Bad Batch. De Britse actrice-regisseuse Alice Lowe was hoogzwanger toen ze in haar film Prevenge (2016) een hoogzwangere vrouw speelde die door haar ongeboren baby wordt aangespoord om te moorden. De Franse Julia Ducournau liet de lichaamssappen rijkelijk vloeien in Raw (2014), haar rauwe, beklijvende debuut over ontluikende seksualiteit, emancipatie, kannibalisme, lichamelijkheid en normaliteit. De Australische Jennifer Kent maakte furore met The Babadook (2014), een ongemeen benauwende film over een alleenstaande moeder die de zorg voor haar agressief zoontje dat doodsbang is voor een monster niet aankan. Het zijn stuk voor stuk geweldige horrorfilms. Dat vrouwen bloed geroken hebben en wat afknabbelen van de mannelijke dominantie in het horrorgenre is leuk voor de cijferfetisjisten maar wat vooral verheugt is dat ze het door heel veel commerciële of amateuristische troep uitgeholde maar onuitroeibare genre nieuw leven inblazen met films met nieuwe thema's en verhalen, hun expliciete of natuurlijke vrouwelijke blik én de ambitie om dichter bij Rosemary's Baby, The Shining, The Exorcist en het oeuvre van David Cronenberg aan te leunen dan bij The Purge, Annabelle 2 en Paranormal Activity 4. Niet de killer babes maar de killerregisseuses maken het verschil.