Zoals steeds zoomt Haneke ook nu in een klinisch, observerende en emotioneel onthechte stijl in op een rijke ondernemersfamilie uit Calais, waarvan de leden elk op hun manier met burgerlijke issues af te rekenen hebben en onherroepelijk aanzwellen tot symptomen van een verziekte klassenmaatschappij.
...

Zoals steeds zoomt Haneke ook nu in een klinisch, observerende en emotioneel onthechte stijl in op een rijke ondernemersfamilie uit Calais, waarvan de leden elk op hun manier met burgerlijke issues af te rekenen hebben en onherroepelijk aanzwellen tot symptomen van een verziekte klassenmaatschappij. Depressie, zelfmoord, overspel, mediakritiek, racisme, egocentrisme, existentieel ennui: it's all in the Haneke family, again. Maar nooit kun je jezelf van de indruk ontdoen dat hij alles wel eens eerder, scherper en confronterender heeft gepresenteerd - van Der Siebente Kontinent, over Code Inconnu en Caché tot Amour. Bovendien zijn sommige inventies overbodig en artificieel, zoals de passages van vluchtelingen op de achtergrond. Maar dat déjà-vugevoel neemt niet weg dat zijn rigide stijl bij momenten indruk maakt - het bouwongeval waarmee Happy End opent. En dat sommige scènes wel diep onder het oppervlak snijden, vooral dan die met veteraan Jean-Louis Trintigant, als de aftakelende patriarch van de bourgeoisclan, en diens kleindochter, die - ondanks de grote kloof in leeftijd - dezelfde, sombere kijk op het leven en het menselijke beestje blijkt te delen. Bovendien weet Haneke, zelf inmiddels 75, af en toe zelfs wat humor in zijn disfunctionele familieportret te smokkelen - een pijnlijk gênante karaokescène had zo uit een film van Ulrich Seidl kunnen komen - maar dan wel humor die zo zwart is als zijn garderode. Of hoe Haneke een geheel eigen invulling geeft aan het begrip 'naargeestig'. Een kleinere, maar nog altijd intelligente en intrigerende film van een groot regisseur en een scherpzinnig chroniqueur van de westerse beschaving. Of wat daar tenminste moet voor doorgaan.