'Ik ben nu 32. Tien jaar geleden, toen ik nog op de filmschool zat, had ik nooit gedacht dat ik ooit aliens zou regisseren. Het leven kan vreemd uitdraaien', lacht Coulier, die twee jaar geleden zijn eerste langspeelfilm Cargo regisseerde, en die u ook kent als de man die de tv-reeksen De dag en Bevergem en in goede banen heeft geleid. En nu overschrijdt hij dus de landsgrenzen.
...

'Ik ben nu 32. Tien jaar geleden, toen ik nog op de filmschool zat, had ik nooit gedacht dat ik ooit aliens zou regisseren. Het leven kan vreemd uitdraaien', lacht Coulier, die twee jaar geleden zijn eerste langspeelfilm Cargo regisseerde, en die u ook kent als de man die de tv-reeksen De dag en Bevergem en in goede banen heeft geleid. En nu overschrijdt hij dus de landsgrenzen. Vanzelfsprekend wordt ook in deze nieuwe adaptatie van H.G. Wells' klassieker de aarde aangevallen door buitenaardse wezens. Net als in Steven Spielbergs verfilming is het verhaal getransponeerd naar onze tijd, maar deze keer zijn er in geen tripods, de reusachtige machines waarmee de aliens op mensen jagen, te bekennen. De actie speelt zich wel weer in Engeland af, meer bepaald in Londen, waar een groepje mensen de nachtmerrie tracht te overleven nadat zowat de hele wereldbevolking is uitgeroeid. 'Ik kreeg al geregeld scenario's toegestuurd, maar toen een Brits productiehuis met mij wilde praten over War of the Worlds dacht ik: "Mannekes, dit is zelfs niet de moeite om over na te denken. Ik ken mezelf. Ik ken War of the Worlds. Ik ken de film met Tom Cruise. Dit is niet wat ik wil maken." Maar omdat het vrij uniek is dat een regisseur rechtstreeks wordt benaderd, heb ik besloten het script te lezen. Toen ze ook nog vroegen of ik mijn productiehuis De Wereldvrede erbij wilde betrekken, vielen alle puzzelstukjes in elkaar.' 'Ik heb een paar scififilms bekeken om de taal te begrijpen, te weten hoe je kijkers kunt beangstigen', legt Coulier uit, die - zoveel moge duidelijk zijn - niet veel met het genre heeft. 'Wat mij vooral intrigeerde, was de menselijke aanpak. Hoe reageer je in zo'n rampsituatie als gewone mens? En hoe koppel je een 120 jaar oude roman aan brandend actuele thema's als de vluchtelingencrisis, de klimaatopwarming en terreur? Deze War of the Worlds is meer een karakterstudie dan een genreoefening. Ik heb meer gekeken naar auteursfilms dan naar commerciële kaskrakers, meer naar wat de relaties in een familie bepaalt. Een grote inspiratie was Tourist (2014) van Ruben Östlund. In het scenario stond een scène waarin een aanval van de aliens vanuit hun perspectief werd gevolgd. Ik heb doorgedrukt dat we die vanuit het standpunt van Léa Druckers personage zouden filmen. Al ben ik wel trots op hoe fotorealistisch de aliens, een soort robothonden, erbij lopen. (lacht) Dat heeft het meeste geld gekost.' Onder de overlevenden herkent u onder meer de Ierse karakterkop van Gabriel Byrne, van wie Coulier al lang een grote fan is. 'Ik heb een van de langste telefoongesprekken uit mijn leven met hem gevoerd. Twee uur en een half hingen we aan de lijn alvorens hij zei: "Oké Gilles, ik denk dat we dit samen moeten doen." 'Ik heb snel mijn persoonlijke fascinatie voor Gabriel aan de kant gezet om gewoon mijn job te doen zoals ik die hier in België zou doen. In de Angelsaksische wereld hebben acteurs een pak meer aanzien, worden ze veel meer in de watten gelegd en zijn ze een pak duurder, maar daar heb ik mij geen fluit van aangetrokken. Ik was de brutale Belg. Ik heb altijd mijn gedacht kunnen zeggen, elke keuze in het scenario doorgenomen en in twijfel getrokken met de scenaristen en de acteurs. Die aanpak werd naar mijn gevoel wel geapprecieerd.' Coulier regisseerde de eerste vier afleveringen, de resterende vier zijn ingeblikt door Richard Clark, een Britse tv-regisseur die onder meer aan Outlander en Versailles heeft gewerkt. 'Voor Bevergem hadden we acht draaidagen per aflevering, voor De dag veertien. Bij War of the Worlds waren dat er 22 per aflevering. Dat beantwoordt meteen ook de vraag waarom ik naar het buitenland zou trekken: je hebt tijd om personages uit te diepen. Maar drie keer zoveel geld betekent ook drie keer zoveel meningen en dubbel zo'n grote ploeg. De helft van het budget ging dus naar extra volk op de set.' Coulier nam een Belgische ploeg mee. De klankband is van David Martijn, gitarist en toetsenist van Goose. Voor het camerawerk koos hij Antwerpenaar David Williamson, met wie hij ook al aan Cargo en De dag had gewerkt. 'Een logische keuze én een van mijn eisen. Ik wist meteen: ik wil een Belgische director of photography. Niet omdat David een Belg of een Vlaming is, maar omdat ik met hem een geschiedenis heb. Wij hebben genoeg aan een blik om te weten of iets werkt of niet. Zo verschijt je een pak minder tijd. Een regisseur is ook vaak maar zo goed als zijn assistent. Dat was soms heftig voor die Britten, die het niet gewoon zijn dat een cameraman zo hard voor zijn regisseur vecht, maar dat heeft mij echt wel gered. En dat is ook fijn voor de acteurs: ze voelen dat de productie ten dienste van de visie van de regisseur staat, niet die van de producent. ' Coulier is lang niet de enige Vlaamse regisseur die elders werk vindt. 'Ik ben trots op mijn land, maar het is jammer dat al dat grote talent naar het buitenland trekt: Tim Mielants voor Peaky Blinders, Jakob Verbruggen voor The Alienist, Adil El Arbi en Bilall Fallah voor de nieuwe Bad Boys. Dat zijn grote projecten voor kleine Belgische regisseurs. Ik weet niet waarom wij zo in de smaak vallen, maar het heeft er wellicht mee te maken hoe wij de zaken zien, dat wij ons eigen ding doen en ook op dat internationale niveau trouw blijven aan een lokale look en feel. Dat verklaart ook waarom wij al jarenlang met kleine budgetten heel mooie resultaten neerzetten. Als je dat kunt vertalen naar grotere budgetten kun je vette dingen maken. Langs de andere kant bleek het voor dit project ook handig dat je als regisseur zowel Frans als Engels spreekt (de twee talen die in deze internationale coproductie worden gesproken, nvdr.). En soms Vlaams. (lacht)' Niet dat Coulier voorgoed verloren is voor vaderlandse producties. 'Ik zou graag Belgische projecten blijven doen, maar het is uiteraard aantrekkelijk om met acteurs van dit kaliber te mogen werken. Na De dag kwamen er veel aanvragen vanuit Engeland en de VS, maar voor mij is de stap naar Amerika gewoon te groot. Daar speel je met de grote jongens en het grote geld, en daar moet je tegen gewapend zijn met een duidelijke visie. Ik wil niet de honderdste op de lijst zijn. Ik wil de eerste zijn. Daarom heb ik er ook voor gekozen om met een Brits agentschap in zee te gaan, dat mij nog heel hard mijn ding laat doen. In Engeland sta ik bovenaan in de lijst. Daar voel je dat ze voor je vechten. Dat is ook typisch Belgisch: geleidelijk aan groeien. Ik geloof dat elke stap in mijn leven en elk project dat ik doe mij iets bijleert. Maar als je een stap overslaat, kun je niet meer terug.' Maar als hij moet kiezen tussen film of tv, zal hij niet lang moeten nadenken. 'Film. Altijd', zegt hij beslist. 'Ik blijf me altijd eerder als een filmregisseur dan als een tv-maker beschouwen. Ik wil tv vanuit een filmstandpunt benaderen, niet film vanuit een tv-standpunt.'