Staak het nurfen en vaar naar Filmfestival Oostende of de dichtstbijzijnde bioscoop:Cargovan Gilles Coulier gaat voor anker. De regisseur vanBevergemgeldt al jaren als een groot filmtalent en staaft dat eindelijk met zijn eerste langspeler. 'We waren Roland bijna kwijt. De zee is de zee. Als jemalchancehebt, dan kan het gedaan zijn.'
...

Staak het nurfen en vaar naar Filmfestival Oostende of de dichtstbijzijnde bioscoop:Cargovan Gilles Coulier gaat voor anker. De regisseur vanBevergemgeldt al jaren als een groot filmtalent en staaft dat eindelijk met zijn eerste langspeler. 'We waren Roland bijna kwijt. De zee is de zee. Als jemalchancehebt, dan kan het gedaan zijn.'Tweehonderd meisjes op het strand, driehonderd bejaarden op de dijk en een rits bekende acteurs die een Theater Aan Zee'tje doen: de koningin der badsteden beleeft een zomerse hoogdag wanneer ik Gilles Coulier ontmoet. Zijn debuutfilm Cargo opent op 8 september het Filmfestival Oostende en is ook in de kustplaats gedraaid. Weliswaar niet in het Oostende van toeristen en toeristenmelkers, maar in dat van stugge vissers die allerminst hoogdagen beleven. Cargo vertelt het verhaal van drie broers die op de rand van de afgrond balanceren, maar nog liever doodvallen dan hun problemen te benoemen. Daardoor dreigen ze De Broodwinner te verliezen, de visserssloep van hun vader, die na een ongeval op zee in een coma ligt. Verwacht ondanks de West-Vlaamse tongval en setting vooral geen Bevergem-de-film, wel een robuust vissersdrama met een vleugje zeemansromantiek, wat onderhuidse suspense en machtige beelden van Wim Willaert, Sebastien Dewaele en Sam Louwyck die, als de stugge broers Broucke, met stoere baarden en ondoorgrondelijke blikken de natuurelementen, elkaar en zichzelf trotseren. Gilles Coulier: Mijn vader is van Westende, maar ik heb heel mijn leven in Brugge gewoond, een soort middeleeuws Bokrijk waar alles schoon is. Na een jaar op kot in Gent belandde ik in Brussel. Ik ben er vier jaar gebleven. Een grootstad. De echte wereld. Een plek waar je anoniem bent. Dat was raar en fascinerend. Maar de grootstad is al zo vaak gefilmd, Oostende niet. Oostende wordt Bruxelles Plage genoemd. Brussel, maar dan doormidden gesneden door de zee. De zee zorgt voor een openheid, een horizon die Brussel niet heeft. Bovendien is Oostende een terminus. Het is een stad waar je niet verder kunt en zowel een trekpleister voor toeristen als een echte werkstad. Dat resulteert in een onwaarschijnlijke mix van mensen. Die leven in een stad die zonder meer lelijk is, maar wel een boeiende architectuur en een zekere gedateerde grandeur heeft. Heel fascinerend allemaal, en dan heb ik nog niets gezegd over de visserij. Coulier: Nog erger. Je moet straks maar eens naar de Hendrik Baelskaai wandelen, waar we van februari tot mei vorig jaar gefilmd hebben. Alles is daar platgegooid om plaats te maken voor luxeappartementen. De visserij wordt verschoven naar de strekdammen, met heel wat praktisch ongemak tot gevolg. Er is geen getijdendok meer, ze zitten verder van de vismijn, verder van de ring. Er wordt bitter weinig gedaan voor de vissers. De brexit betekent waarschijnlijk dat Groot-Brittannië straks geen Fransen, Nederlanders en Belgen op zijn visgronden meer zal toelaten. En de visquota liggen al zo laag. Vissers haten de groenen vanwege die quota. Ik ben zelf een redelijk groene rakker en kreeg een paar keer zwaar tegen mijn tanden. 'Waarom moeten wij inzitten met de vissen als we onze dochters en zonen niet kunnen geven wat ze nodig hebben?' Coulier: Ik heb een viertal jaar research gedaan. Coulier: In het begin hebben ze me hard afgeblokt. 'Goaje ne film moaken over de visscherie? We doen daar niet aan mee. Ze zijn hier al geweest voor Het leven zoals het is: de vissershaven. Jij moet hier wegblijven.' Ik ben dan maar met de aalmoezenier en de hoofdreder gaan praten en keerde regelmatig terug naar de kaaien en de cafés om een praatje te slaan. Wanneer je hun vraagt of ze veel vis opgehaald hebben, krijg je wel antwoord. Maar zodra het over hun sector of situatie gaat, klappen ze dicht. Ze waren ook heel bang dat ik het druggebruik zou aankaarten. Beetje bij beetje won ik hun vertrouwen en op het einde waren we maten. Ik ga nog altijd regelmatig een pint met hen pakken. Coulier: Om vier uur 's middags maken ze de boot klaar, om zes uur 's avonds varen ze uit en ze zijn pas terug om zes uur 's ochtends. Na een paar uur slaap herbegint de cyclus. Ze zien amper het daglicht. Dat is een ritme dat je naar speed doet grijpen, met alle gevolgen van dien. Psychoses, bijvoorbeeld. Ook de zelfdodingscijfers liggen heel hoog. Meestal springen ze overboord. De zachte dood, moemen ze dat. Het zeewater is zo koud dat je na een minuut het bewustzijn verliest, door onderkoeling. Daarna pas verdrink je. Als hun lichaam ooit aan land spoelt, kun je hen herkennen aan hun tattoos. Coulier: Absoluut niet. Ik heb tijdens de opnames op zee véél gespogen. Ik had het nochtans getest. Ik was vooraf meermaals met de vissers uitgevaren, zonder problemen, maar op de eerste draaidag zijn we vertrokken bij zes beaufort en ik heb toen een schrik gepakt. Coulier: Zeeziek. Volgens Wim Willaert is dat iets psychologisch. Kan kloppen. Vroeger ging ik zonder problemen zeilen, nu word ik op de achterbank van een auto al mottig. Ook de koude was bijna niet te verdragen. We voeren uit bij min zes graden, maar de gevoelstemperatuur was min tien. Bij grote deining moet je naar de horizon kijken om te begrijpen wat de boot doet en niet mottig te worden. Maar 's nachts zie je die horizon niet, en we draaiden voornamelijk 's nachts. Voor de klank moest de motor vaak stilgelegd worden. Dan word je nog meer een speelbal van de golven. Ik denk er liever niet aan terug. Ik snap heel goed dat die gasten op moeilijke momenten naar drugs grijpen. Ze verdienen schoon geld, begrijp dat niet verkeerd, maar het is een zwaar beroep en de eindigheid is zeer aanwezig. Het heeft trouwens geen haar gescheeld of we waren Roland kwijt. Coulier: Dat bedoelde ik ook. Megaheftig verhaal. Om veiligheidsredenen mochten er maximaal twaalf man ploeg en twee acteurs aan boord van De Broodwinner zijn. Roland speelt de vader van de vissersfamilie en had maar een uur of drie werk. Het idee was om hem na die drie uur te vervangen door een extra crewlid. De scheepvaartpolitie voer voortdurend achter ons aan en zou de wissel doen. Ze gebruikten een Zodiac, zo'n rubberboot waar je vastgemaakt in rechtstaat. Net toen Roland van boord ging, duwde een grote golf de politieboot met de neus tegen de zijkant van De Broodwinner. Roland bengelde boven het ijskoude water. Een agent van de scheepvaartpolitie kon hem gelukkig meteen vastgrijpen. Vandaag klinkt dat als een cool verhaal, maar op het moment zelf sloeg de angst ons om het hart. 'Shit, man, what the fuck zijn wij aan het doen?' Film is zo onbenullig als een mensenleven in gevaar komt. Opgelet, we hadden niet nóg meer kunnen doen voor de veiligheid. We knoeiden niet zelf met bootjes. De scheepvaartpolitie, mannen die trainen op search and rescue, waakte over ons. Maar de zee is de zee. Als je malchance hebt, dan kan het gedaan zijn. Coulier: Absoluut. Visserszonen zien hun vader amper, ze zien dat hij een zwaar leven heeft, ze zien hem aftakelen. En toch willen ze zelf ook visser worden. Waarom, in godsnaam, willen ze visser worden? Liefde, vermoed ik. Liefde voor wat je je vader ziet doen. Voor je het weet, zit je op zee en raak je er niet meer weg. Coulier: De eerste plannen dateren van 2009. Onmiddellijk draaien zou het slechtste idee ooit geweest zijn. Ik weet ook niet of het publiek straks komt opdagen, of de festivals Cargo zullen omarmen. Ik weet wel dat ik tevreden ben met het resultaat. Het is een geloofwaardige, krachtige film. Dat zou nooit gelukt zijn als ik hem zes jaar geleden al gedraaid zou hebben. Gelukkig kreeg ik toen een schop onder mijn kont en is het er niet van gekomen. Coulier: Je mag jezelf nog zo hard inprenten dat je met beide voeten op de grond moet blijven, dat helpt niet als je jong bent. Je kortfilm wint op Kortfilmfestival Leuven, het VAF kent je een wildcard toe, je wordt tot tweemaal toe geselecteerd voor Cannes. Automatisch denk je dan dat je de wereld aankunt, dat je zomaar even een scenario kunt schrijven en een langspeelfilm kunt inblikken. Dirk Impens (de eigenzinnige filmproducent achter alles van Felix van Groeningen, nvdr) en Felix van Groeningen waarschuwden me: 'Gilles, je hebt maar één keer de kans om een eerste langspeelfilm te maken.' Dat klopt. Je mag je niet overhaasten. Je wordt afgerekend op je debuut. Bij Bevergem was ik al veel bedaarder. Het succes van die serie deed me niet zweven. Omdat ik ook wel wist dat het máár dat was. Coulier: Een tv-reeks die het goed gedaan heeft. Coulier: Hm, misschien niet, nee. Bevergem maken was heel plezant, maar de nasleep is aan me voorbijgegaan. Ik was te fel met Cargo bezig. Het is wijs dat Bevergem een succes was, maar het raakte me toch niet even hard als toen ik als eenentwintigjarige student in Cannes tussen de groten stond. Coulier: De Wereldvrede is géén statement. Het is een vehikel om budgetten te vergaren die groot genoeg zijn om te doen wat we willen doen en om niet afgeremd te worden. Cargo zat aanvankelijk bij Dirk Impens. De scenariosteun was al binnen. Dirk had een lowbudgetfilm voor ogen, zoals bij het debuut van Felix van Groeningen en straks dat van Lukas Dhont. Ik geloof in die filosofie. Voor Felix was dat een fenomenale zet, en dat zal het voor Lukas ook zijn. Maar voor mijn film over de visserij zou dat niet marcheren. Dat kon geen kleine film zijn. Je kunt niet besparen op verzekeringen of op scènes op zee. 'Ben je zot?' vroeg ik. Waarop Dirk voorstelde om van de broers geen vissers maar truckchauffeurs te maken. Daar is geen ruzie van gekomen, maar het deed me wel beseffen dat ik films wil maken zoals ik denk dat het moet. Ik heb graag de creatieve controle. Coulier: Daar is een felle maar goede discussie aan voorafgegaan. Ik wilde het eerst niet doen. De Wereldvrede is opgericht om samen dingen te maken. Op onze manier. Klinkt dat arrogant? Anyway, ik wilde ons vehikel niet opzijschuiven om een tv-reeks voor iemand anders te regisseren. Toch kon ik het niet laten om het scenario van Jonas en Julie te lezen. Dat is zo fucking goed dat ik begon te twijfelen. Gilles en Wouter vonden ook dat ik die regiejob moest aanvaarden. Ik hoop nu dat de serie internationaal cachet krijgt, waardoor ik buiten België wat aan naambekendheid kan winnen. Dat kan De Wereldvrede op lange termijn ten goede komen. Coulier: Die series doe ik graag. Ik kan er mijn ei in kwijt. Ik bekijk of ik ook in het buitenland kan regisseren. Maar mijn hart ligt bij film. Sowieso. De kick die je krijgt van een film is véél groter dan die bij een serie. Cargo gaat voor meer dan drieduizend man in première op het Filmfestival Oostende. Dat is toch machtig? Coulier: 'Van de makers van Bevergem', staat er op de affiche. Dat zal geen enorm verschil maken, maar het kan wel wat helpen. Ik hoop alleen dat de mensen eerst naar de trailer kijken en niet rekenen op Bevergem-de-film. Dat is het absoluut niet. De film leunt bij mijn kortfilms aan. Ik ben mijn stijl trouw gebleven. Een serie regisseren is ook financieel interessanter. Maar zoals elke acteur theater wil spelen, zo wil elke rechtgeaarde regisseur films maken. Ik kan helemaal mijn ding doen in film. Van gesprekken met Tim Mielants, Jakob Verbruggen en Felix van Groeningen heb ik onthouden dat Vlaanderen een fenomenale omgeving is voor filmmakers. Wij mogen alles bepalen. Wij zijn baas op de set. Geen enkele acteur is onbereikbaar. Dat is lang niet overal zo. Ik wil dus graag hier films blijven maken.