'Waar zijn al de echte mannen gebleven?' Ergens halverwege True History of the Kelly Gang, naar Peter Careys gelijknamige roman uit 2000, schreeuwt Ellen Kelly die vraag terwijl de politie haar oppakt. Die sneer zet niet veel later Australië in lichterlaaie. De hysterisch tierende Ellen is immers de moeder van Ned Kelly, de struikrover die het in de negentiende eeuw van dociel mama's kindje tot verknipte volksheld schopte die met zijn in jurken gehulde bende de gevestigde orde schrik aanjoeg en terreur zaaide.
...

'Waar zijn al de echte mannen gebleven?' Ergens halverwege True History of the Kelly Gang, naar Peter Careys gelijknamige roman uit 2000, schreeuwt Ellen Kelly die vraag terwijl de politie haar oppakt. Die sneer zet niet veel later Australië in lichterlaaie. De hysterisch tierende Ellen is immers de moeder van Ned Kelly, de struikrover die het in de negentiende eeuw van dociel mama's kindje tot verknipte volksheld schopte die met zijn in jurken gehulde bende de gevestigde orde schrik aanjoeg en terreur zaaide. Niet toevallig wordt deze beruchte bushranger, die in 1970 door Mick Jagger en in 2003 door Heath Ledger werd vertolkt, nieuw leven ingeblazen door George MacKay: net zoals bij Ned Kelly loopt er Australisch én Iers bloed door de aderen van deze 27-jarige Brit. Mackay vervolmaakte zich door verschillende rollen voor diverse leermeesters te spelen: van een Schots kereltje dat een ongeluk op een vissersboot overleeft in Paul Wrights For Those in Peril (2013), over een nog niet geoute homoseksueel in Matthew Warchus' flamboyante periodeportret Pride (2014) en de oudste zoon van de prettig gestoorde familie in Matt Ross' Captain Fantastic (2016) tot de korporaal die onlangs door de loopgraven van Sam Mendes' 1917 ploeterde. 'Als een acteur moet je tunnelvisie hebben', vertelt de pezige acteur, die aan de oever van de Thames in Londen opgroeide en als tienjarige debuteerde in P.J. Hogans Peter Pan (2003). 'Acteren is voor mij als een strafschop nemen: je bereidt je voor, focust je en dan ga je er zonder aarzeling voor. En achteraf voel je eerst aan je teamgenoten of-ie zat of niet. Het is een fysieke flow, bijna een dans.' En in het geval van de hoerenlopende Ned lijkt die dans verdacht veel op een moshpit. Kelly Gang-regisseur Justin Kurzel zag in de bandiet immers een soort anarchistische Robin Hood op coke, aangelengd met een mespunt travestie, en in George MacKay een blend van een furieuze frontman van een Australische band als het vroege AC/DC en de Ierse bokser Conor McGregor. 'Justin gaf me enorm veel huiswerk. Van boeken die ik moest lezen en seventies- en eightiespunk die ik moest luisteren tot zelfs houthakken en paardrijden.' En MacKay houdt duidelijk van die intense manier van werken en van zulke geschifte rollen. 'In 1917 moest ik constant met een zware rugzak op mijn buik of knieën door de modder ploeteren. Ik kan je verzekeren: dat gaat niet in je koude kleren zitten. Maar jezelf zowel fysiek als mentaal op de proef stellen om nieuwe kanten van jezelf te ontdekken is net het leukste aan acteren. Je hebt steeds een excuus om dingen uit te proberen die je altijd al hebt willen doen, maar nooit durfde. En als je op je bek gaat, sta niet jij maar je personage voor schut.' Dat onbevreesde zocht regisseur Kurzel in zijn versie van de iconische bandiet Ned Kelly. Daarom boekte de eigenzinnige cineast van MacBeth (2015) en Assassin's Creed (2016) een muziekclub in Melbourne, waar zijn roversbende - onder leiding van zanger-gitarist George MacKay en met Nick Caves zoon Earl (die Dan Kelly vertolkt) op bas - ter voorbereiding moest optreden met eigen songs én een originele bandnaam: Fleshlight. 'Een seksspeeltje (meer bepaald een artificiële vagina, nvdr.)', aldus MacKay, die met de bandnaam aan kwam draven. Naar eigen zeggen was dat optreden voor 350 toeschouwers geweldig en had niemand door dat er onder de jurken en de dikke laag as die ze over hun gezicht hadden gekieperd een groep verbroederende adrenalinejunkies zat. 'Toen Sam Mendes me tijdens de auditie voor 1917 naar mijn meest bevredigende filmervaring vroeg, antwoordde ik Kelly Gang. En niet omdat ik die productie toen net achter de rug had, maar omdat Ned spelen gewoon zo'n intense belevenis was. In vergelijking daarmee voelde 1917 als een frisse neus halen.' Maar wat zowel Mendes' oorlogsdrama als Kurzels punkwestern met elkaar gemeen hebben, is dat ze beide over kwetsbare mannen gaan die boven zichzelf uitstijgen. 'Vandaag is het moeilijker om een held te zijn', zegt MacKay. 'Velen begrijpen de gevolgen van hun acties of de prijs van hun keuzes niet. Alles lijkt zo eenvoudig geworden, waardoor mensen niet langer iets moeten of willen opofferen. Dat was bij Ned Kelly wel anders.'