You Were Never Really Here van Lynne Ramsay met Joaquin Phoenix, Ekaterina Samsonov en Alex Manette.
...

Enkele weken geleden mocht Marvelsuperheld Thor nog eens met de zijne zwieren in Thor: Ragnarok, maar vergis u niet: de enige echte man met de hamer is de getroebleerde wreker uit Lynne Ramsays in Cannes bekroonde You Were Never Really Here. Verwacht dus geen hollywoodiaanse thriller die je braafjes langs de clichés van het vendettagenre gidst, maar een intens cinematografische bad trip, een tot film gestolde nachtmerrie waarin methodbeest Joaquin Phoenix zijn demonen - ingebeelde en andere - slechts gewapend met een hamer te lijf gaat. Phoenix, die voor zijn haast dierlijk fysieke vertolking in Cannes werd uitgeroepen tot beste acteur, incarneert Joe, een ex-militair die nog steeds bij zijn dementerende moeder woont en de kost verdient als een soort privédetective. Wanneer hij wordt ingehuurd om een minderjarig meisje uit de klauwen van een pedofilienetwerk te redden, duikt hij zonder aarzelen de stadsjungle van New York in. Maar zijn nauwelijks ingehouden toorn - het resultaat van allerlei onverwerkte trauma's uit zijn verre en recente verleden - ontvlamt pas echt wanneer hij het meisje vindt en de wraakengel in hem wakker wordt. Door zijn verhaal over een getraumatiseerde veteraan die in de mean streets van New York een meisje uit de prostitutie hoopt te redden, maakten nogal wat critici in Cannes meteen de vergelijking met Martin Scorsese's Taxi Driver. Maar Lynne Ramsay - de Schotse regisseur die eerder de iconoclastische uppercuts Ratcatcher (1999), Morvern Callar (2002) en We Need to Talk About Kevin (2011) afleverde - verkent toch vooral andere territoria. Dit is immers een narratief tot op het bot ontbeende thriller die veel meer drijft op beeld, ritme, ruimte, muziek en montage dan op plot en personages. In die zin heeft You Were Never Really Here meer gemeen met pakweg Point Blank van John Boorman of met Drive van Nicolas Winding Refn: gesublimeerde genrefilms die je op viscerale en haast monomaniakale wijze onderdompelen in een helse onderwereld en de kranke kronkels van de archetypes die haar bevolken. Wat begint als een vrij rechtlijnige wraakthriller met een concrete missie, een concrete setting en een concrete antiheld, laat Ramsay gaandeweg verglijden in moerasdonkere abstractie. En dat op de afwisselend elektronische tonen en dissonante strijkers van Radioheadgitarist Jonny Greenwood, plastisch in beeld gestanst door cameraman Tom Townend en messcherp gemonteerd door Joe Bini. Geen shot of cut is ondoordacht of overtollig, en in de loop van de amper 85 minuten die de film duurt, wordt de plot alsmaar claustrofobischer en de sfeer alsmaar beklemmender. Of You Were Never Really Here een brutaal sprookje over lijden en verlossing is, een dubbelzinnige allegorie over de morele kankers in de mens en Amerika, of gewoon een extreem kunstig verpakte en al even extreem naargeestige B-film, laat Ramsay geheel aan uw verbeelding over. Maar één ding is zeker: dit is volbloed cinema die geen gijzelaars neemt.