War for the Planet of the Apes van Matt Reeves met Andy Serkis, Woody Harrelson en Steve Zahn
...

Terwijl de verkleutering van de zomerblockbuster dit jaar onverminderd voortgaat, kiest het verfijnde scifispektakel War for the Planet of the Apes voor diepgang. Net zoals zijn knappe voorgangers Rise of the Planet of the Apes (2011) en Dawn of the Planet of the Apes (2014) werkt het derde luik van de reboot verder toe naar Franklin J. Shaffners origineel uit 1968, waarin een astronaut ontdekt dat de mensheid zichzelf heeft verwoest en apen de scepter zwaaien. Bijna vijftig jaar later is de apocalyps in Matt Reeves' tweede apenfilm bijna daar. Tijdens de openingsscène wordt kort verteld hoe het zover is kunnen komen: een wetenschapper ontwikkelde een serum tegen alzheimer en creëerde per ongeluk een middel dat apen intelligent maakt. Nu, vijftien jaar later, is er een oorlog tussen de apengemeenschap onder leiding van de ultraclevere chimpansee Caesar (Andy Serkis) en een groep menselijke overlevers onder leiding van de Kolonel (Woody Harrelson), die de wereld wil zuiveren om het voortbestaan van de mens te verzekeren. Dat de geschifte kolonel een alt.right-rakker lijkt die een muur wil bouwen, een heilige oorlog voert en gevolgd wordt door een kritiekloze meute is veelzeggend. War for the Planet of the Apes staat niet enkel bol van knipogen naar de actualiteit, ook cinema staat centraal. Zo doet de zoektocht van Caesar en co naar de Kolonel aan Apocalypse Now denken, en lijkt de film halfweg, wanneer de apen in guerrillastijl door onherbergzame gebieden trekken, in Harry Potter and the Deathly Hallows te verdwalen. Niet alleen omdat Bad Ape (Steve Zahn) op een huiself lijkt, maar vooral omdat hun groepsdynamiek herkenbaar aanvoelt. Want al zijn de apen grotendeels digitaal gemaakt, menselijker personages zijn vandaag moeilijk te vinden. Dat heeft niet uitsluitend te maken met de prima vertolking(en) van Andy Serkis, die weer eens de aap mocht uithangen in een mocap-pakje. Ook de sfeervolle soundtrack van Michael Giacchino en de atypische spektakelregie van Matt Reeves doen hun deel. In plaats van scènes te verknippen en zoveel close-ups te gebruiken dat geen mens nog weet hoe en waar de actie zich afspeelt, geeft Reeves zijn scènes tijd en ruimte om te ademen. Een alweer knappe toevoeging aan een van de beste filmfranchises van het voorbije decennium.