Waarom iets makkelijk maken als het ook moeilijk kan? Toen Adam McKay tot dat inzicht kwam, nam zijn carrière een hoge vlucht. Na ongelikte komedies als Anchorman en Step Brothers - waarin Will Ferrell zijn scrotum bovenhaalt en tegen John C. Reilly gilt: 'I teabagged your drumset!' - gebruikte hij zijn komisch talent plots compleet anders in The Big Short (2013). En met succes. In die met een Oscar voor beste scenario bekroonde film over de financiële crisis sloeg hij de kijkers plat met ingewikkelde materie, die verleidelijk en grappig werd uitgelegd door onder meer Margot Robbie in een bad, om hen da...

Waarom iets makkelijk maken als het ook moeilijk kan? Toen Adam McKay tot dat inzicht kwam, nam zijn carrière een hoge vlucht. Na ongelikte komedies als Anchorman en Step Brothers - waarin Will Ferrell zijn scrotum bovenhaalt en tegen John C. Reilly gilt: 'I teabagged your drumset!' - gebruikte hij zijn komisch talent plots compleet anders in The Big Short (2013). En met succes. In die met een Oscar voor beste scenario bekroonde film over de financiële crisis sloeg hij de kijkers plat met ingewikkelde materie, die verleidelijk en grappig werd uitgelegd door onder meer Margot Robbie in een bad, om hen daarna met hun eigen onwetendheid te laten lachen. Ironie op zijn bitterst. Ook in Vice toont McKay de combinatie cynisme en complexe thematiek tot slimme, puntige satire kan leiden. Want dat is dit giftige portret van Dick Cheney (een onherkenbare en Oscarwaardige Christian Bale), de dikkerd die bij elke historische misstap van George W. Bush in de coulissen stond om als vicepresident (2001-2009) diens handje vast te houden. Als W. iets fout deed, kwam Cheney daar altijd mee weg. Zelfs toen hij in 2006 een advocaat 'per ongeluk' in het gezicht schoot tijdens een kwarteljacht handelde hij zogezegd 'in naam van het volk'. Dat makkelijke excuus ontmantelt McKay door Cheneys obsessie met het idee van 'gecentraliseerde uitvoerende macht' uit te spitten, een complex en meerduidig begrip. In McKays film wordt dat simpel uitgelegd aan de hand van gortdroge archiefbeelden van een leeuw die een gazelle vangt, gemonteerd alsof het Cheneys eerste gedachte is wanneer de jonge, machtsgeile politicus op dat machtsmonopolie gewezen wordt. Ook andere juridische loop holes worden op die confronterende manier uitgelegd, zoals wanneer een ober aan Cheney en Donald Rumsfeld (Steve Carell) martelwetten uitlegt alsof hij het suggestiemenu voorleest. Dat constante geschuur tussen komische vorm en dramatische inhoud geeft Vice spanning en vaart, zelfs al voelt de plot soms verhaspeld door de brute montage en de te ambitieuze opzet. Want naast Cheneys lange politieke loopbaan van zielige zatlap tot gluiperige vicepresident zoomt McKay ook in op de familiale trubbels van de politicus en versnijdt hij Cheneys leven met dat van een onbekende voice-oververteller, een fictieve figuur die de moegetergde Amerikaan vertegenwoordigt. Subtiel is Vice dus allesbehalve, maar dat hoeft ook niet. McKay stapt met dit portret immers in de voetsporen van Oliver Stone, die Cheney al opvoerde in zijn Bush-biografie W. (2008), en Michael Moore, allebei kritische filmmakers die graag machthebbers van hun voetstuk halen. Wanneer Cheney aan Rumsfeld vraagt waarin hij als politieker gelooft, wordt hij dan ook uitgelachen. 'Goeie mop, Cheney!' Het land van meer dromen dan inwoners is vermoord door politici als Dick Cheney, en die heeft aan die slachtpartij bovendien goed verdiend.