Met zijn vlijmscherpe debuut Get Out, een horrorthriller over een zwarte jongen die bij zijn eerste bezoek aan zijn witte schoonouders in een nachtmerrie terechtkomt, bewees de Amerikaanse tv-komiek Jordan Peele in 2017 dat hij humor, horror en maatschappijkritiek feilloos kon versmelten. Dat leverde hem niet alleen een onverwachte kaskraker én een Oscar voor het beste originele scenario op, maar ook een plek naast andere vaandeldragers van de nieuwe Afro-Amerikaanse cinema als Barry Jenkins (Moonlight, If Beale...

Met zijn vlijmscherpe debuut Get Out, een horrorthriller over een zwarte jongen die bij zijn eerste bezoek aan zijn witte schoonouders in een nachtmerrie terechtkomt, bewees de Amerikaanse tv-komiek Jordan Peele in 2017 dat hij humor, horror en maatschappijkritiek feilloos kon versmelten. Dat leverde hem niet alleen een onverwachte kaskraker én een Oscar voor het beste originele scenario op, maar ook een plek naast andere vaandeldragers van de nieuwe Afro-Amerikaanse cinema als Barry Jenkins (Moonlight, If Beale Street Could Talk), Ava DuVernay (Selma) en Ryan Coogler (Black Panther). Met zijn fel gehypete tweede film wil Peele minstens even goed doen. In Us volgt hij een zwart middenklassekoppel ( Black Panther-acteurs Winston Duke en Lupita Nyong'o), dat samen met hun kinderen naar een buitenverblijf in Santa Cruz trekt. Wat een leuke vakantie moet worden slaat al snel om in een diabolische beproeving wanneer ze er belaagd worden door een familie exacte lookalikes. Het is het startschot voor een sadistische gijzeling, die herinneringen oproept aan Funny Games (1997) van Michael Haneke. In tegenstelling tot in zijn debuut skipt Peele in Us de lange sfeerschets en zapt hij vrij snel naar bloederige actie. In cameraman Mike Gioulakis, die ook It Follows (2014) in een beklemmend sfeertje doopte, heeft hij daartoe een bekwame bondgenoot. Zo transformeert hij een gezellig uitstapje naar een pretpark geleidelijk aan in een helletocht, alsof Thriller-regisseur John Landis op het Neverland van Michael Jackson ronddwaalt om er stiekem Alice in Wonderland te verfilmen. Of hij draait de spanningskraan open door het shot van een gezin extra lang aan te houden, waardoor een onschuldig beeld plots een enorme dreiging uitstraalt. Ook het publiek wordt vaak door zulke tegenstrijdige gevoelens verscheurd. Peele bewerkt namelijk zowel lach- als kringspieren, door eerst met slimme situatiehumor onschuldige plaagstootjes uit te delen en daarna toe te slaan met een scare van jewelste. Dat heeft hij alvast gemeen met Edgar Wright, de Brit wiens frivole zombiefilm Shaun of the Dead (2004) soms door Us waait wanneer de personages en hun evenbeelden door de desolate straten van de kuststad struinen. Tussen al die genrefun is de boodschap die Peele met dit allegorische spiegelpaleis wil overbrengen - zelfs als mensen er hetzelfde uitzien, zijn ze nog niet gelijk - nogal doorzichtig en komt ze, vooral met de finale in zicht, nogal drammerig over.