Los Angeles is niet alleen de stad van losbandige feestjes, plastisch bijgewerkte paradijsvogels en eindeloze rijen palmbomen die tot aan de fuschiakleurige hemel reiken. Het is ook het mekka van de materialistische popcultuur, de metropool van epische ambities en manische obsessies die talloze filmmakers inspireerde tot hun eigen verwrongen versie van de Amerikaanse droom. Bovendien is het van oudsher de film-noirstad par excellence, de groezelige droomfabriek waarin tal van iconische privédetectives op zoek gingen naar vermiste personen en dito dromen.
...

Los Angeles is niet alleen de stad van losbandige feestjes, plastisch bijgewerkte paradijsvogels en eindeloze rijen palmbomen die tot aan de fuschiakleurige hemel reiken. Het is ook het mekka van de materialistische popcultuur, de metropool van epische ambities en manische obsessies die talloze filmmakers inspireerde tot hun eigen verwrongen versie van de Amerikaanse droom. Bovendien is het van oudsher de film-noirstad par excellence, de groezelige droomfabriek waarin tal van iconische privédetectives op zoek gingen naar vermiste personen en dito dromen. Het is in die stad en dat klimaat dat David Robert Mitchell, die drie jaar geleden een indiehorrorhit scoorde met het heerlijk infectueuze It Follows, zijn nieuwste film situeert. Dit keer vertaalt hij archetypische noirelementen naar een hyperrealistisch gepimpt hier en nu en gooit er een genereuze scheut psychedelica overheen. Verwacht dus vooral geen traditionele whodunit, wel een mysterieverhaal voor materialistische millennials dat bovendien zoveel zijsprongen neemt dat je er gaandeweg high van wordt. Of verveeld, dat kan ook. De uitzinnige plot van Mitchells psychedelische neonoir - een kruisbestuiving van The Big Sleep, The Long Goodbye en Donnie Darko - begint wanneer Sam (Andrew Garfield), een onverbeterlijke slacker en voyeur, wil weten waarom zijn nieuwe, sexy buurmeisje spoorloos is verdwenen. Het is het startschot voor een dooltocht door LA waarbij Sam de vreemdste vlerken tegen het lijf loopt, complottheorieën aanzwellen tot groteske proporties en de male gaze royaal de vrije loop gelaten wordt. Ondertussen knipoogt Mitchell gretig richting Rear Window, Chinatown, Mulholland Drive en andere filmklassiekers. Om maar te zeggen: Columbo is dit allerminst. Wat het dan wél is? Een uit de hand gelopen, van de weedpot gerukte nerdfantasie van een regisseur die te veel tijd, middelen en halfbakken ideeën heeft, meenden enkele critici na de wereldpremière in Cannes. Een schaamteloos saillante satire over de zoektocht naar moderne mythes in demythologiseerde tijden, vonden gelukkig vele anderen. Ook nu zet Mitchell alles immers met bijzonder veel flair in beeld, en het tempo is zo dartel en speels dat je geeneens de tijd krijgt om 'what the fuck' te zeggen bij de zoveelste grillige plotwending. Wie bereid is om mee te stappen met Mitchell en zijn slungelinge would-bedetective Sam, staat dus een heerlijke trip te wachten, een trip die borrelt van de cinefiele referenties en de gestileerde stonerhumor, en die het millennialmotto - 'we hebben niets te zeggen, maar we zeggen het luid' - met veel charme, inventiviteit en overgave omarmt. Tune in, turn on, drop out 2.0.